Griepgolf vooral door winterlucht

Minder mensen krijgen griep als de binnenlucht flink vochtig is. In verpleeghuizen en ziekenhuizen waar kwetsbare mensen verblijven, moet daarom de luchtvochtigheid ’s winters goed hoog worden gehouden. Dat advies geven twee Amerikaanse onderzoekers die aan de hand van zomerse en winterse variatie in luchtvochtigheid en temperatuur, zowel buiten als binnen, verklaren waarom de griep hier in de winter toeslaat, en niet in de zomer. Het onderzoek is gisteren online gepubliceerd door het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het onderzoek is wat vreemd, doordat de onderzoekers niet zelf metingen uitvoerden. Ze gebruikten de resultaten van collega’s uit New York die anderhalf jaar geleden in een klimaatkamer griepbesmettingsproeven met cavia’s deden. Ze zetten onbesmette dieren in een kooi naast een kooi met cavia’s die met influenzavirus waren besmet. Ieder nieuw stel dieren werd bij andere temperatuur en luchtvochtigheid getest. Het gebeurde bij 5, 20 en 30 graden en bij vijf verschillende relatieve luchtvochtigheden, oplopend van 20 naar 80 procent. De New Yorkers concludeerden dat temperatuur en luchtvochtigheid voor ongeveer 10 tot 35 procent verklaren waarom de griep in de winter heerst.

Fout. Veel te laag ingeschat, reageren nu de collega’s uit Oregon. Temperatuur en luchtvochtigheid verklaren wel 50 tot 90 procent van het winterse karakter van de griepgolf. De lage schatting kwam doordat griepvirusonderzoekers al decennialang alleen met de relatieve luchtvochtigheid rekenen. De Nederlandse onderzoekers Hemmes, Winkler en Kool hebben daar ooit – in 1960 – voor gezorgd, schrijven de Amerikanen. De relatieve luchtvochtigheid wordt echter opgegeven als het percentage van de hoeveelheid waterdamp die maximaal in lucht bij een bepaalde temperatuur aanwezig kan zijn. In warme lucht kan echter veel meer waterdamp oplossen dan in koude lucht. Zo zit in lucht met een relatieve luchtvochtigheid van 80 procent bij 5°C vrijwel evenveel waterdamp als in lucht met een relatieve vochtigheid van 30 procent bij 20°C.

In het nieuwe onderzoek zijn de besmettingsgegevens gerelateerd aan de echt aanwezige hoeveelheid waterdamp in de lucht. De herinterpretatie laat zien dat in de winterse lucht het besmettingsgevaar groter is.

Eerder was al gemeten dat cavia’s in de kou bijna vier dagen lang besmettelijk zijn voor andere dieren. Dat is twee dagen langer dan dieren die bij 20°C leefden.