Gazprom had het mooi voor elkaar -, ja... had

Gazprom wankelt. De beurswaarde verschrompelt. De ingestorte olieprijzen zullen nog een dreun geven.

Poetins droom is een nachtmerrie geworden.

In de Franse badplaats Deauville, zomer vorig jaar, kon Aleksej Miller zijn geluk niet op. Op een bijeenkomst voor beleggers jubelde de topman van Gazprom dat Europa maar alvast rekening moest gaan houden met olieprijzen van 250 dollar per vat in de zeer nabije toekomst. De olieprijzen, waaraan de gasprijs is gekoppeld, hadden net weer een nieuw historisch record gevestigd. Aan de de raketvlucht leek geen einde te komen. En net zomin aan de astronomische winsten van de Russische gasgigant.

Gazprom, juichte Miller, zou het grootste bedrijf ter wereld worden, groter dan Exxon Mobil, groter ook dan General Electric. Zijn gehoor nam zijn boodschap serieus. Op dat moment was Gazprom al het derde bedrijf op aarde, met een beurswaarde van bijna 370 miljard dollar. Dat zou binnen tien jaar meer dan 1.000 miljard zijn, voorspelde Miller zelfverzekerd.

Toen kwam de crisis. Wereldwijd stortten de beurzen in. Opkomende economieën als Rusland die golden als zeer lucratieve maar risicovolle investeringsoorden, kregen rake klappen. „Er volgde een massale vlucht uit de markt”, zegt onderzoeker Philip Hanson van de Britse denktank Chatham House. Nu, acht maanden na Millers zomerse voorspelling in Frankrijk, is ook de koers van Gazprom ingestort en het bedrijf nog maar een kwart waard ten opzichte van zijn hoogtepunt in juni.

Maar de dramatisch geslonken beurswaarde is nog niet eens het ergste voor Gazprom. Dat zijn de gekelderde olieprijzen. Die zijn sinds hun hoogtepunt zomer vorig jaar met meer dan 100 dollar getuimeld. En omdat de gasprijs de olieprijs met een vertraging van een half jaar volgt, staat Gazprom wat te wachten. „De crisis heeft Gazprom nóg niet geraakt”, zegt energie-expert Jonathan Stern van het Oxford Institute for Energy Studies in Londen. „Dat gebeurt deze zomer.”

Onder normale omstandigheden zou een bedrijf als Gazprom buffers genoeg moeten hebben om dit soort problemen het hoofd te bieden. De Russische staat, die in 2005 een meerderheidsbelang in Gazprom had genomen, gebruikte de winsten van Gazprom niet voor investeringen in de gaswinning, maar voor andere zaken. Met de zegen van Vladimir Poetin werden concurrerende olie- en gasbedrijven als Joekos en Sibneft buiten spel gezet of door de staat overgenomen. Buitenlandse investeerders in supergasvelden als Sachalin uitgekocht. Dat alles om Ruslands grondstoffenrijkdommen uit handen te halen van Russische tycoons die de ineenstorting van de Sovjet-Unie misbruikt hadden voor hun eigen gewin. Of te ontnemen aan westerse olieconcerns, teneinde die rijkdommen weer onder controle te brengen van hun, in Poetins ogen, ‘rechtmatige’ eigenaar: de staat.

Ook deed Gazprom uit strategische overwegingen omvangrijke overnames en aankopen in gasdistributie en opslagplaatsen in Europa, enthousiast verwelkomd door de betrokken Europese landen. Er werd ook geïnvesteerd in zaken die niets met de gassector te maken hadden, zoals de Russische media. Plannen voor de ontwikkeling van nieuwe gasvelden in het Arctisch gebied of op het Siberische schiereiland Jamal kwamen niet verder dan de tekentafel. Met als gevolg dat de gasproductie niet steeg, maar vrijwel onveranderd bleef en in 2007 daalde tot het niveau van 1999.

Tekorten waren onvermijdelijk. Die werden door Gazprom aangevuld door gas te kopen van de paar overgebleven onafhankelijke producenten in Rusland en door gas uit Centraal-Azië te importeren. Maar ook in gaslanden als Kazachstan en Turkmenistan leerde men de wereldprijs van gas kennen en Gazprom betaalt nu de Europese marktprijs. Met als resultaat dat Gazproms kosten hard stijgen.

Gazprom stak zich in de schulden, zowel bij de staat als bij westerse kredietverstrekkers. Peperdure, volgens sommigen politiek gemotiveerde projecten als Nord Stream – een pijpleiding door de Oostzee die Polen en Oekraïne omzeilt en om die reden omstreden is – moesten immers worden gefinancierd. Tussen 2000 en 2007 liep de schuld van Gazprom met bijna 400 procent op (van 13,5 miljard naar 61,6 miljard dollar).

Internationale financiële instellingen, waaronder het Nederlandse ABN Amro en het Zwitserse Credit Suisse, stonden in de rij om aan Gazprom leningen te verstrekken. Maar in de gaswinning werd almaar niet geïnvesteerd. Onder zulke omstandigheden – oplopende kosten en een hoge schuldenlast – kunnen tegenvallende inkomsten ineens een reëel gevaar voor Gazprom vormen, zeggen analisten. Omdat er dan simpelweg helemaal geen geld meer voor investeringen in de gaswinning is. Michael Emerson van de denktank CEPS (Centre for European Policy Studies) in Brussel: „Gazprom zal een aantal controversiële projecten zoals Nord Stream moeten heroverwegen. Er moet iets sneuvelen”.

Mogelijkheden om die dreigende gaten op te vullen heeft Gazprom niet. De gasprijs in eigen land verhogen is uitgesloten: Poetins politieke lot is verweven met het financiële welzijn van de gewone Rus. In tijden van economische crisis zou een maatregel die de burger rechtstreeks in zijn portemonnee treft, leiden tot sociale onrust. Poetin heeft daarom al besloten dat de gasprijs de komende drie jaar niet mag stijgen, zegt Alexander Rahr, Ruslandkenner bij de Berlijnse denktank DGAP (Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik). „Dat is nu Gazproms probleem.”

De prijzen verhogen voor buitenlandse klanten is ook niet zonder groot risico. De gasruzie met Oekraïne bewijst dat. Inzet van die ruzie – de tweede al in korte tijd – was een (dramatische) prijsstijging voor Oekraïne. Maar die strategie heeft zich tegen Gazprom gekeerd. Jonathan Stern uit Oxford: „De gasruzie heeft Rusland zo’n 1,2 miljard dollar gekost, als gevolg van de gasstop naar Europa. En daar komen mogelijk nog claims van gedupeerden bij. Dat kan om immense bedragen gaan. Bovendien is Gazproms reputatie als betrouwbare leverancier aan gruzelementen.”

Van de staat zelf heeft Gazprom ook weinig meer te verwachten. Poetins steun voor de roebel heeft de Russische valutareserves al met ruim eenderde doen slinken. Wat rest zijn buitenlandse geldschieters. Maar die staan niet te trappelen, en niet alleen vanwege de kredietcrisis, maar ook omdat Gazprom in 2007 een deel van zijn schuld al niet kon aflossen. „De staat moest toen bijspringen”, zegt Alexander Rahr uit Berlijn. Een gashandelaar met nauwe contacten met de Gazpromtop, die verder anoniem wil blijven, zegt: „Nu mag Gazprom nog tegen de beste voorwaarden lenen. Omdat het de facto een triple A rating heeft, hoewel het feitelijk een triple B bedrijf is – het gevolg van een speciale financieringsconstructie. Maar dat systeem kan alleen blijven draaien als er geld binnenkomt. Gebeurt dat niet, of te weinig, dan zullen geldschieters vragen stellen. En als het systeem stopt, dan gaan de kapitaalkosten fors omhoog.”

Een bankroet staat Gazprom niet te wachten. Hanson: „Mocht het toch tot een faillissement komen, dan zal de overheid Gazprom redden. Maar die steun zal alleen voldoende zijn om het bedrijf draaiende te houden. De investeringen kunnen daar niet meer van af.” Vladimir Poetin is zich daarvan bewust. Hij heeft het Westen nodig.