Financiële crisis raakt bescherming Amazone

Door de financiële crisis verliest het Braziliaanse ministerie van Milieu 80 procent van zijn budget. Behoud van het regenwoud in de Amazone komt zo verder in het gedrang.

De cijfers zijn indrukwekkend. Het regenwoud van de Amazone is in de afgelopen dertig jaar met ruim 900.000 vierkante kilometer afgenomen, een gebied dat 22 keer groter is dan Nederland. En het einde is nog niet in zicht.

Verreweg de meeste houtkap heeft plaats in het Braziliaanse deel van de Amazone – het regenwoud ligt verspreid over acht Zuid-Amerikaanse landen. „Dat lijkt catastrofaal, het is echter wel een optelsom van zoveel jaren. Tegelijkertijd staat ontbossing tegenwoordig nadrukkelijker in de schijnwerpers, van het buitenland, en ook van Brazilië”, zegt Alberto Veríssimo, hoofdonderzoeker van Imazon, een instituut dat zich bezighoudt met de Amazone en cijfers over ontbossing publiceert.

Ondanks dit soort cijfers heerst er bij de overheid ogenschijnlijk geen gevoel van urgentie. Integendeel: het ministerie van Milieu was vorige maand een van de grootste slachtoffers van een bezuinigingsronde. Door de mondiale crisis is snoeien in de rijksbegroting dit jaar onontkoombaar voor de regering van president Lula.

De gevolgen zijn pijnlijk voor de vorig jaar aangetreden minister van Milieu, Carlos Minc. Van de geplande begroting van 892 miljoen real van zijn ministerie, blijft slechts 187 miljoen real over, omgerekend circa 64 miljoen euro. En dat is niet veel voor een man die bescherming en behoud van het Amazone gebied, een territorium van ruim 5 miljoen vierkante kilometer, onder zijn hoede heeft.

Sérgio Leitão, directeur campagnes van Greenpeace Brazilië, is niet verbaasd over de ingreep. Het ministerie van Milieu heeft volgens hem nooit echt meegeteld in de hoofdstad Brasília. Hij zegt: „Het heeft alleen maar pleisters ter beschikking. Voor fundamentele oplossingen is geen geld. Daarvoor is de politieke horizon van Braziliaanse politici te beperkt.”

Toen Minc vorig jaar aantrad als vervanger voor de onverwacht opgestapte Marina Silva, liep hij nog over van de ambities. Hij wilde een nationale milieupolitie in het leven roepen, ter ondersteuning van het werk van IBAMA, het Braziliaanse instituut voor milieu. IBAMA is medeverantwoordelijk voor de controle op ontbossing en het geven van kapvergunningen.

Eveneens wilde Minc het pover uitgeruste IBAMA (te weinig mensen, te lage lonen, te groot werkgebied) versterken. Nu heeft IBAMA bijvoorbeeld slechts vier helikopters ter beschikking om zijn werk uit te voeren en dat moesten er dit jaar acht worden. Maar dat soort investeringen dreigt nu op de lange baan te worden geschoven.

De regering maakte vorige week bovendien soepeler regels bekend ten aanzien van herbeplanting van bos in zones rond de weg BR-163 in de deelstaat Pará (Amazonegebied). Officieel moeten landbezitters 80 procent van hun areaal herbeplanten, maar die regel wordt losgelaten. De grens wordt straks gelegd op 50 procent.

Daarmee komt er feitelijk, meldde de pers vorige week, nog eens 700.000 hectare vrij ten gunste van landbouw en veehouderij, een toename die ten koste gaat van het bos. Door zones te kiezen die voor deze regel in aanmerking komen, hoopt de regering de houtkap beter te controleren.

Voor Greenpeace gooit de overheid met deze nieuwe regel de handdoek in de ring. In de praktijk blijkt al 90 procent van de aangewezen zones – meestal illegaal – ontbost. De regering erkent volgens Leitão dat het toezicht hier is mislukt. Met een bureaucratische ingreep probeert zij nu de bestaande situatie te legaliseren.

Greenpeace vergelijkt het milieutoezicht met het optreden van de politie in Rio de Janeiro. Die trekt sloppenwijken binnen om bendes te verjagen, om vervolgens weg te gaan, waardoor criminele bendes na een tijdje weer vrijelijk kunnen terugkeren. Leitão zegt: „Zo gaat het ook met het regenwoud. Er zijn acties tegen illegale houtkap en vervolgens verdwijnen IBAMA en de politie weer.”

Een ander groot probleem is dat bedrijven in het Amazonegebied, die zonder geldige papieren en vergunningen werken, er vaak mee wegkomen. „Er worden boetes uitgedeeld, maar ze worden amper geïnd. Slechts 2 procent van het totaal. Dan loop je als overheid ook inkomsten mis”, zegt hij.

Toch is er ook een andere trend, stelt Veríssimo van Imazon. Tussen augustus en december nam de ontbossing met 82 procent af, in vergelijking met dezelfde periode in 2007. In totaal verdween er 635 vierkante kilometer bos.

Dat is niet alleen het gevolg van de financiële crisis, hoewel die wel een rol speelt. Door de dalende prijzen van onder meer soja en de afgenomen vraag naar vlees wordt minder land in de Amazone illegaal ingenomen door landbouw en veehouderij. „Maar de afname is ook een gevolg van optreden van de overheid. Het is nu afwachten hoe het de komende maanden gaat”, zegt Veríssimo.

Begin vorig jaar bepaalde de overheid dat banken niet mogen lenen aan firma’s in de Amazone die niet over de vereiste vergunningen beschikken. Ook publiceerde het ministerie een lijst van ondernemingen die zich schuldig maken aan illegale ontbossing. Veríssimo zegt: „Die lijst wordt nu gebruikt door organisaties en bedrijven die er bewust voor kiezen om geen zaken met hen te doen. Wat dat betreft is er nog steeds hoop voor de Amazone.”

Een serie reportages uit het gebied via nrc.nl/amazone