Extensieve landbouw kost veel natuurgebied

Extensieve landbouw is minder duurzaam dan intensieve. Dit komt vooral doordat er extra land vrijgemaakt moet worden, wat meestal natuurgebied is. En dat heeft ook waarde.

‘Zie je wel, wij ‘gewone’ boeren zijn helemaal geen milieuvervuilers.’ Maar ook: ‘Dit onderzoek is corrupt!’ Op agrarische forumwebsites wordt zeer verschillend gereageerd op nieuw onderzoek waaruit blijkt dat het duurzamer is om intensieve landbouw te bedrijven, met meer kunstmest en bestrijdingsmiddelen dus. Het onderzoeksartikel is gepubliceerd in het februarinummer van het tijdschrift Agricultural Systems, maar stond al een paar weken online.

Al jaren woedt er een heftige discussie over de duurzaamheid van landbouw. Het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen belast het milieu en zou tot een minimum beperkt moeten worden. Maar de extensievere landbouw, zonder al die hulpmiddelen, levert minder oogst per hectare, waardoor er meer grond gebruikt moet worden – en dat levert óók milieuschade op. Een groep samenwerkende onderzoekers, onder wie Frits van Evert van Wageningen UR, heeft nu een poging gedaan de optimale duurzaamheid van landbouw te bepalen.

Van Evert: „Als je bijvoorbeeld graan teelt, dan heb je zaad nodig, kunstmest, bestrijdingsmiddelen, diesel enzovoorts. Dat levert dan graan op, maar ook nitraat in het grondwater en uitstoot van broeikasgassen. Door al die input en output een in geld uitgedrukte waarde te geven en totale opbrengsten te delen door de totale kosten, kun je berekenen wat de duurzaamheid van het proces is.” Het gaat er dus om de efficiëntste manier op de huidige landbouwproductie te bereiken, waarbij alle factoren worden meegewogen – ook de milieubelangen.

Voor de meeste factoren is het toekennen van zo’n geldelijke waarde niet moeilijk: voor graan en diesel gelden marktprijzen, de kosten die een waterzuiveringsmaatschappij maakt om water drinkbaar te maken, heeft ook een bepaalde prijs. Zelfs voor een kilo CO2 staat een bedrag, gebaseerd op de kosten om klimaatverandering tegen te gaan. Het lastigste onderdeel van de studie was de prijs van extra grond die nodig is voor extensievere landbouw. Omdat de onderzoekers keken naar de situatie in Engeland, ging men er vanuit dat hiervoor bos moest worden gekapt – het type natuurgebied dat daar het meest voorkomt. Van Evert: „We gebruikten een studie waarin aan verschillende typen natuurgebied een waarde werd toegekend. Als je ontbost, verhoog je de kans op overstromingen, waardoor je hogere dijken moet bouwen of moet accepteren dat eens per zoveel jaar je kelder volloopt. Dat bos krijgt daardoor een bepaalde waarde in euro’s per jaar voor overstromingspreventie. En zo geldt dat ook voor allerlei eigenschappen zoals het bewaren van genetische variatie van planten en het in stand houden van insectenpopulaties.”

De onderzoekers rekenden uit hoeveel de productiviteit per hectare landbouwgrond is, voor verschillende producten zoals graan, aardappelen en rundvee. Op basis van het model bleek dat voor vrijwel al deze producten geldt dat de Total Factor Productivity, de productiviteit met milieubelasting meegewogen, sterk daalt naarmate de hoeveelheid gebruikte kunstmest per hectare afneemt. Van Evert: „Het extensiveren van landbouw is voor die ene hectare wel goed, maar door de lagere opbrengst moet je hierdoor op een ander stuk land ook landbouw gaan bedrijven. Dat kost geld, en belast het milieu omdat het land haar oorspronkelijke functie verliest.” Uit de berekeningen bleek dat het de totale natuurschade het minst is bij de hoeveelheid kunstmest waarmee boeren in West-Europa nu al ongeveer werken. En dat gebruik is vrij intensief.

Hoewel het model uitgaat van de Engelse situatie, gaat Van Evert er vanuit dat het principe ‘intensiever is duurzamer’ ook op veel andere plaatsen geldt. „In de studie zijn we er vanuit gegaan dat er ‘gewoon’ bos gekapt moest worden. Wanneer je bijvoorbeeld uitgaat van een tropisch bos is die waarde al veel hoger, spreek je over een wetland dan is die zelfs ruim twintig keer hoger. En wanneer we deze waarden op basis van de huidige inzichten zouden herzien, zouden ze alleen maar hoger worden, wat nog onvoordeliger is voor extensieve landbouw.”

Het mag dan nu voor het eerst volledig nagerekend zijn, dat extensieve landbouw niet loont als je naar het totaalplaatje kijkt is al sinds 1992 bekend. Toen al publiceerde Rudy Rabbinge, nu universiteitshoogleraar aan de Wageningen UR, er een artikel over. Hij is tegenwoordig pionier van ‘de groene revolutie’ die hoogproductieve landbouw over de wereld moet verspreiden.

Volgens Rabbinge spelen er nog meer factoren een rol die de efficiëntie van landbouw bepalen: „Allereerst kun je dankzij technieken als GPS zeer gericht bemesten. Daarnaast bereik je veel door op hetzelfde stuk grond ieder jaar een ander gewas te telen. En de grootste klappers maak je door de juiste landbouw op de juiste grond te laten plaatsvinden. Wanneer landbouw extensiever wordt, ga je vaak naar marginale gronden, die bij eenzelfde aanpak een lagere opbrengst geven.”