Een zwarte president? Rassenprobleem opgelost

Sinds de verkiezing van Barack Obama, de eerste zwarte president van de Verenigde Staten, ervaren Amerikanen rassendiscriminatie minder als een maatschappelijk probleem. Dat blijkt uit twee peilingen, één voor en één na de presidentsverkiezingen.

Vijf sociaal-psychologen onderzochten de uitwerking van Obama’s verkiezingszege op het gevoel van urgentie dat Amerikanen hebben bij het thema racisme. En ze peilden op hoeveel steun een beleid van positieve discriminatie nu kan rekenen. Hun bevindingen staan binnenkort in de Journal of Experimental Social Psychology.

De vijf psychologen vroegen 74 studenten van de University of Washington tien dagen vóór en een week na de verkiezingen naar hun opvattingen over sociale ongelijkheid, wat er nog schort aan gelijke kansen voor blank en zwart en de noodzaak van beleid dat ongelijkheid aanpakt.

Na Obama’s overwinning zagen de deelnemers racisme als een minder groot probleem dan kort daarvoor en vonden meer studenten dat in de Verenigde Staten iedereen, ongeacht zijn huidskleur, door hard werken vooruit kan komen. Na 4 november vonden minder deelnemers dat er iets gedaan moet worden aan sociale ongelijkheid en was er minder steun voor positieve discriminatie, desegregatie van scholen en bevordering van diversiteit op de werkplek. De onderzoekers noemen het ‘ironisch’ dat de verkiezing van de eerste zwarte president de bestrijding van nog steeds bestaande ongelijkheid bemoeilijkt.