Angst, woede en pijn om de komende nederlaag

De Tamil-minderheid kijkt met argusogen toe in Sri Lanka nu troepen van de regering de Tamil Tijgers bijna hebben verslagen. Vrede lijkt voorlopig niet in zicht, ook al wint het leger.

Eerst stond er een hindoetempel. Maar die moest weg omdat het leger het terrein nodig had. Nu staat er sinds vorig jaar een tientallen meters hoge zendmast, met op de top een boeddha die de wijde omgeving overziet.

Moorty (21) uit een dorpje in het door Tamils bevolkte district Eechilampattu, halverwege Batticaloa en Trincomalee aan de oostkust van Sri Lanka, weet wel waarom het boeddhistische symbool daar omhoog is getakeld. De Sinhalezen, de dominante bevolkingsgroep in Sri Lanka, willen onderstrepen dat zij de baas zijn in het land, zegt hij. „Het beeld laat zien: wij kijken op jullie neer. Jullie staan onder ons”.

Moorty volgt het nieuws over de, volgens president Mahinda Rajapaksa, op handen zijnde ineenstorting van de Tamil Tijgers in het noorden van het land met gemengde gevoelens. „We willen in vrede leven”, zegt hij. „Maar we willen ook onze vrijheid. Niet iedereen is het eens met de koers van de Tamil Tijgers. Maar ze vechten wel voor onze rechten. Daarom bestaat er ook sympathie voor hen”.

Moorty is niet de enige die er zo over denkt. Een gevestigde ondernemer (55) in de noordoostelijke stad Trincomalee zegt dat hij jarenlang ‘belasting’ moest afdragen aan de Tamil Tijgers om zijn zaak draaiende te kunnen houden. „Ik was daar woedend over, maar ik stond machteloos. Nu denk ik er heel anders over” , zegt hij. „Ik ben niet blij over de nederlaag van de Tamil Tijgers. De Tamils zijn niet blij over de nederlaag van de Tamil Tijgers. We voelen pijn. Als de president zegt: we zullen de terroristen uitschakelen, bedoelt hij te zeggen: Ik zal alle Tamils uitmoorden”.

De oostelijke provincie heeft een cruciale rol gespeeld bij de succesvolle opmars van het Sri Lankese regeringsleger tegen de Tamil Tijgers. Bijna vijf jaar geleden liep kolonel Karuna, de oostelijke commandant van de Tamil Tijgers, over naar het regeringskamp. Daarmee werd de patstelling in de decennia lang slepende burgeroorlog doorbroken. In de zomer van 2007 werden de Tamil Tijgers verdreven uit het oosten. Vorig jaar mei volgden provinciale verkiezingen. Die onderstreepten dat niemand nog langer hoefde te dromen over een onafhankelijke staat voor Tamils. En dankzij de overigens gemanipuleerde verkiezingsuitslag kon president Rajapaksa gaan werken aan wederopbouw in het gepacificeerde oosten.

Een rondreis door de ‘bevrijde’ regio, van Batticaloa naar Tricomalee, maakt evenwel duidelijk dat van een ‘normalisering’ van het dagelijks leven nog geen sprake is. Een Sinhalese winkelier in een dorpje vlak buiten een gebied met overwegend Tamils, heeft demonstratief een affiche opgeplakt met trots poserende soldaten van het regeringsleger. Tamils hangen dit soort plakkaten niet op. Zij zien de nog nadrukkelijk aanwezige militairen vooral als een bezettingsmacht, die hen het leven zuur maakt. Overal langs de wegen zijn checkpoints ingericht, passagiers moeten de bus uit om zich te identificeren en om hun bagage te laten doorzoeken. Net als de andere dorpsbewoners mag Moorty ’s avonds na zes uur, als het donker wordt, niet zomaar meer over straat. Hij was nog maar vijftien, zestien jaar toen hij een basistraining kreeg van de Tamil Tijgers. Gevochten heeft hij nooit. Sommige oudere jongens in het dorp, die dat wel hebben gedaan, moeten zich elke zondag melden op het politiebureau.

Twee jaar geleden werd het oosten ‘bevrijd’, maar het is nog allerminst zeker dat de vrede gehandhaafd blijft, zegt ook Muralitharan (42), een voormalige strijder van de Tamil Tijgers die nu namens de toegestane partij Thamil Makkal Viduthalai Puligal (TMVP) opkomt voor de belangen van de inwoners in een grote wijk van Batticaloa. Net als de meeste Tamils wil Muralitharan niet met zijn echte naam in de krant. Daarvoor zijn de spanningen te groot. Nog steeds zijn er afpersingen, ontvoeringen, verdwijningen en moorden. Niemand zegt te weten wie de daders zijn. Tamil Tijgers die wraak nemen op verraders? Veiligheidstroepen die nachtelijke executies uitvoeren? Of zijn het politieke afrekeningen van rivaliserende Tamil-milities die zich nog steeds niet hebben ontwapend?

Ook Muralitharan geeft geen direct antwoord op de vraag wie er achter de gewelddadigheden zit. Maar hij stelt de regering verantwoordelijk: „De regering zegt dat er geen terroristen meer zijn in het oosten. We hebben verkiezingen gehad. Dus de regering is nu verantwoordelijk”.

Voor zijn kantoor staat een gewapende bewaker in burgerkleren. Niet alleen de aanhoudende onveiligheid baart Muralitharan zorgen, vooral het uitblijven van economische vooruitgang in de afgelopen twee jaar stemt weinig hoopvol voor de toekomst. „De onrust kan zich in vele gedaanten manifesteren: etnisch, cultureel, godsdienstig. Maar de belangrijkste reden is gebrek aan economische mogelijkheden. Het grootste probleem in het oosten is het gebrek aan banen. En als Tamil-jongeren het gevoel krijgen dat ze geen gelijkwaardige kansen krijgen, zullen opnieuw groepen opkomen die naar de wapens grijpen”. Zelf zal hij dat overigens niet meer doen. ,,Ik heb nu een gezin. Ik heb nu andere verantwoordelijkheden”, zegt hij.

De opkomst van de verkiezingen vorig jaar was slechts 60 procent. Veel mensen gingen niet stemmen uit afkeer van het regeringsbeleid tegen Tamils. Of uit afkeer tegen de nieuwe Tamil-leider. Moorty uit het dorpje in Eechilampattu stemde op de belangrijkste (Sinhalese) oppositiepartij die zich uitsprak voor vredesonderhandelingen met de Tamil Tijgers. Moorty wilde per se niet op TMVP stemmen, de partij van de overgelopen (en inmiddels uiteengevallen) Karuna-factie van de Tamil Tijgers. „Karuna is een verrader. Door zijn scheuring moet de hele Tamil-gemeenschap nu lijden”, zegt hij. „Slechts vijf mensen in ons dorp hebben op de TMVP gestemd. Iedereen stemde voor de oppositie, de partij die vrede wil”.

De gevestigde ondernemer uit Trincomalee verscheurde zijn stembiljet. „De afgelopen twee jaar is er iets veranderd. Ik merk het aan de houding van mijn Sinhalese klanten en afnemers. Er is iets triomfantelijks over hen gekomen. Ze behandelen mijn personeel met minder respect dan voorheen”.

De ondernemer is vooral een verbitterd man geworden door een persoonlijke tragedie die hem en zijn gezin anderhalf jaar geleden trof. Toen werd zijn jongste zoon, die studeerde in de hoofdstad Colombo vermoord. „Ik weet niet wie het hebben gedaan. Ik weet alleen dat hij is vermoord omdat hij een Tamil was”. Hij werd al op jonge leeftijd kostwinner en ging dus niet mee met veel van zijn vrienden naar India om daar te worden opgeleid in trainingskampen. „Ze zeiden: we komen terug om te vechten voor onze vrijheid. Ze zijn nu allemaal dood”.

„Eigenlijk heb ik nooit geloofd in een onafhankelijk land voor Tamils in Sri Lanka. Maar ik vrees nu dat er geen andere oplossing mogelijk is. Ik vertrouw de politici niet. Jonge mensen zullen bereid zijn opnieuw de wapens op te nemen. De geschiedenis zal zich herhalen”.

Eerdere reportage uit Colombo via nrc.nl/buitenland