Akbari's willen best praten met VS

Iran viert vandaag de 30ste verjaardag van de islamitische revolutie. „Zulke feestelijke dagen hebben we niet veel.”

Voor de Iraanse familie Akbari is de dertigste verjaardag van de islamitische revolutie voornamelijk een familie-uitje. Zoon Mohammad (10) draagt een digitale camera om zijn nek. Zijn ouders, it-specialist Ali (40) en huisvrouw Fatameh (35), lepelen soep uit plastic kommetjes die ze hebben gekregen.

Teherani’s trekken voorbij, vrouwen in zwarte chadors, jongens met stekelhaar en bejaarden. Af en toe roept iemand „dood aan Amerika!” en „dood aan Israël!”.

„Zulk soort feestdagen hebben we niet veel hier in Iran”, zegt Fatemeh, die de viering van de revolutiedag omschrijft als een soort politieke braderie.

Samen met miljoenen andere Iraniërs vieren de Akbari’s dat vandaag dertig jaar geleden linkse en islamitische revolutionairen de door het Westen gesteunde sjah Mohammad-Reza Pahlavi verdreven en het Iraanse leger de wapens neerlegde.

„De dag voordat ayatollah Khomeiny uit ballingschap terugkeerde naar Iran hebben mijn vader en ik de hele dag deze straat staan schrobben en bloemen geplant”, zegt Ali. „Ik herinner me dat mensen handschoenen op hun autoruitenwissers hadden gestoken om Khomeiny te verwelkomen”, zegt Fatemeh.

De grondlegger van de islamitische republiek stierf in 1989, maar zijn portret is prominent aanwezig langs de brede allees die naar Teherans centrale Azadi-monument leiden. Onder zo’n portret staat een zanger met een keyboard. „Oh geliefden, open jullie harten”, kreunt hij, ondersteund door stevige beats. „Gefeliciteerd met het vierde decennium van de Iraanse revolutie!”, roept een gezette spreekstalmeester. „Zet de muziek af!”, antwoordt een groepje opgeschoten jongeren. „Dit is de heilige maand safar waarin de profeet stierf”, legt een van hen uit. „Muziek is verboden.”

Maar de spreekstalmeester is het daar niet mee eens. „Dit is een nationale dag, we moeten plezier maken. Sommigen willen altijd maar rouwen om overleden geestelijken en klagen”, moppert hij. De zanger zet snel een nieuw lied in. „Wees vrij Iran en voor altijd trots”, zingt hij. Kinderen en ouders klappen blij mee. De jongeren blazen de aftocht.

Uit de luidsprekers klinkt president Ahmadinejad. Hij heeft een boodschap voor de nieuwe Amerikaanse president Barack Obama. „De Iraanse natie verwelkomt echte veranderingen en is klaar voor een dialoog”, zegt Ahmadinejad. „Maar zulke gesprekken moeten wel plaatshebben in een eerlijke atmosfeer.”

Daar zijn de Akbari’s het helemaal mee eens. Ze willen graag dat hun land, dat sinds de revolutie en de gijzeling van 52 medewerkers van de Amerikaanse ambassade geen relaties meer heeft met de VS, gaat praten. „Het zou verkeerd zijn als we niet met onze vijanden praten. Er zijn voordelen voor beide landen als we met elkaar in gesprek zouden raken”, vindt Ali.

Hun zoon Mohammad wil dat ook. Sinds Iran een satelliet lanceerde en zich in de exclusieve club van acht landen schaarde die deze technologische middelen hebben, wil Mohammad astronaut worden. „Het liefst voor de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA natuurlijk”, zegt zijn moeder. „Die zijn het beste.” Vader Ali knikt. „We moeten samenwerken met de VS, bijvoorbeeld op het gebied van de ruimtevaart. Dan kan Mohammad de ruimte in.”