Van Zweden en Holl dragen vlammende ?Meistersinger?

Klassiek Die Meistersinger von Nürnberg van R. Wagner door Radio Filh. Orkest/Groot Omroepkoor o.l.v. J. van Zweden. 7/2 Concertgebouw, A’dam. Cd-release en herh. op Radio 4: n.t.b. *****

Natuurlijk, het is dodelijk jammer dat Jaap van Zweden dit jaar níét begint aan Wagners operavierluik Der Ring des Nibelungen bij de Nationale Reisopera omdat dat hem, met zijn drie eigen orkesten ernaast, toch te veel is. Maar op kleinere schaal werkt Van Zweden wel aan een eigen concertante Wagner-traditie op zeer hoog niveau. Zijn eerste Wagner in de operaserie van de ZaterdagMatinee was een jaar geleden een zeer succesvolle Lohengrin , pas uit op cd. Dit weekend voegde hij daar een evenzeer indrukwekkende Die Meistersinger von Nürnberg aan toe, in 2010/2011 gevolgd door een Parsifal.

Van Zweden heeft werkelijk hart voor opera, en dat maakt zijn Wagners tot orkestrale én vocale attracties. Een attractie was de concertante, middag vullende uitvoering van Die Meistersinger von Nürnberg sowieso; de ongewone concerttijd van 11 tot 17 uur droeg daaraan bij, en zeker ook de ‘Bayreuth-sfeer’ in de foyers, met picknicktafels en dirndls achter ketels zuurkool met worst. En er was eerst en vooral Bayreuth-veteraan Robert Holl, die in de loodzware hoofdrol van schoenlapper annex oppermeesterzanger Hans Sachs voorbeeldig verduidelijkte hoe menselijk, teder, krachtig en bewogen deze rol moet worden gezongen. Met zijn monologen over leven, kunst en liefde, soms zelfs door liefhebbers als taai ervaren, moest je wel meeleven alsof er persoonlijk lering uit getrokken diende te worden. En misschien was dat ook wel zo.

De door de ZaterdagMatinee samengestelde cast was over de hele linie uitmuntend. Het zou kapitaalsvernietiging zijn het te laten bij deze ene uitvoering; gelukkig verschijnt later nog de cd-opname. Zodat nog een keer te horen is hoe gierend antipathiek Eike Wilm Schulte is als de ouwe konkelaar Beckmesser (nomen est omen) die – anders dan de nobeler Sachs – gretig meedoet aan de zangwedstrijd om de hand van de jonge maagd Eva. Wonderlijk maar uitstekend dat de Nederlandse sopraan Barbara Haveman (Eva), internationaal allang succesvol, nu ook hier eens uitgebreid te beluisteren was; haar stem was precies voluptueus genoeg om Eva’s charme te illustreren, precies beheerst genoeg om de prilheid te onderstrepen. Een (her)ontdekking was tenor Burkhard Fritz als ridder Walther – zinnebeeld van jeugd, inspiratie, ongepolijst talent. Souplesse en kracht maken Fritz als Wagnertenor rijp voor Bayreuth.

Het Radio Filharmonisch Orkest is van huis uit geen Wagnerorkest. De gloed van de blazers en de weelderigheid van de strijkersklank konden soms nog voller, nog zekerder. Maar wat geeft dat? Aan Van Zweden heeft het orkest een gids met de felheid van de bekeerling en de kunde van de ervaren chef. Hij wil alles laten horen wat er in de partituur gebeurt, en zorgt ervoor dat het orkest dat – per fragment soepel meeschakelend met veranderende sfeer en kleur – ook verwerkelijkt. Het tempo blijft erin, maar de zangers krijgen steeds de nodige ruimte.

Gevolg: een bulderovatie die in uitzinnigheid zelfs voor de Operaserie van de Matinee uitzonderlijk was. Van Zweden werkt intussen stug door; zaterdag leidt hij alweer de volgende Matinee, dan met Beethoven, Bach en Stravinsky. En in september opent hij een nieuwe operaserie van de Matinee met Haydns Armida.