Taboes in Den Haag

Toegegeven: het kabinet heeft vrijdag besloten geld te steken in de kustversterking en de natuurontwikkeling van Zeeuws-Vlaanderen, in woning- en kantoorbouw in Maastricht, in de transportsector en in projecten die zowel de waterkwaliteit als duurzame energie bevorderen. Het zijn investeringen die „zeer welkom” zijn in het huidige economische klimaat, stelde premier Balkenende.

Dat zal waar zijn. Maar als het gaat om het bestrijden van de financiële crisis die er al is (en „van ongekende aard” is, aldus de minister-president) en de economische crisis die voor de deur staat („tal van bedrijven zien hun orders enorm teruglopen”), zijn deze stimulantia gepeuter in de marge.

Het wachten is dus op een plan van aanpak waarmee het kabinet daadwerkelijk aangeeft de crisis ook buiten de financiële sector te lijf te willen gaan. Balkenende kondigde „onorthodoxe stappen” aan, maatregelen „die misschien niet populair zijn”, maar, zei de premier vrijdag „je moet niets uitsluiten. Daarvoor is de situatie te ernstig.” Minister Bos (Financiën, PvdA), tevens vicepremier, liet zich in soortgelijke bewoordingen uit als de CDA-leider van het kabinet.

Zo ernstig is dus de situatie dat het verstandig is mogelijke oplossingen op voorhand niet met taboes te blokkeren. En dat is wat de premier al één dag later juist wel deed. Hij liet toen weten dat de fiscale aftrek van de hypotheekrente niet ter discussie staat. Waarmee hij irritaties opriep bij de beide vicepremiers, behalve Bos ook Rouvoet (ChristenUnie). Dat een kabinet met meer monden spreekt, is normaal al niet wenselijk, maar zeker niet in crisistijd.

Balkenende was niet de enige die de hypotheekrenteaftrek tot heilig huis verklaarde; VVD-leider Rutte en de sociale partners vielen hem bij. Zo goed als Rutte, die vorige week in navolging van D66 opperde de AOW-leeftijd geleidelijk te verhogen, onmiddellijk de coalitiefracties en de vakbeweging tegenover zich vond.

Voor zowel de aanpak van de hypotheekrente als de AOW-leeftijd geldt dat het maatregelen zijn die op lange termijn wenselijk zijn en overigens slechts geleidelijk kunnen worden ingevoerd. Ze vergen politieke moed en als de crisis kan worden aangegrepen om deze, inderdaad onorthodoxe, stappen te zetten die van structurele betekenis zijn, dan is dat meegenomen. Maar het is twijfelachtig of ze op korte termijn helpen tegen de crisis, behalve als boekhoudkundige list om zowel de rijksbegroting als de pensioenfondsen wat meer lucht te verschaffen. En waar ‘vertrouwen’ het toverwoord is in de strijd tegen de financiële crisis, is er ook wel iets tegen dergelijke maatregelen aan te voeren.

Maar waar het om gaat is dat kabinet en parlement zich geen rigide opstelling kunnen veroorloven bij de aanpak van de financiële en economische crisis. Ook al bevat het regeerakkoord de belofte dat de hypotheekrente ongemoeid wordt gelaten en rept het niet van een hogere AOW-leeftijd. Maar het regeerakkoord stamt uit 2007. Dat was een heel andere tijd. Toen gold: ‘Crisis? Welke crisis?’ Deze dus.