Retour Den Haag-Brussel

Het ‘Verschijnsel Maxime Verhagen’

Zijn grote politieke moment is al weer ruim veertig jaar oud, maar vergeten is Den Haag Norbert Schmelzer nog altijd niet. Stampvol zat de zaal van Nieuwspoort waar vorige week de inventaris van het archief van de eind vorig jaar overleden KVP-politicus, samen met die van vier andere politici, werd gepresenteerd. Via het Nationaal Archief zijn hun aantekeningen, briefwisselingen en foto’s te raadplegen. Het ging, zoals te verwachten viel, veel over vroeger. Toen politiek nog echte politiek was. Over die tijd die nooit meer terugkomt. Maar er is hoop, want de nieuwe Schmelzer is in aantocht. Hij heet Maxime Verhagen, oud CDA-leider en nu minister van Buitenlandse Zaken. „Qua stijl zie ik veel overeenkomsten tussen ons beiden”, zei Verhagen tijdens de feestelijke bijeenkomst. Niet alleen in de manier waarop zij politiek bedrijven, maar ook hoe de buitenwereld hen bejegent. Verhagen: „Wim Kan noemde Schmelzer een gladde teckel. Zelf ben ik wel met een rat vergeleken.” Maar Verhagen, ooit ‘gescout’ door Schmelzer, kende zijn grenzen. Behalve aan ‘de nacht’ is de naam Schmelzer ook verbonden aan het boek ‘Het Verschijnsel Schmelzer’ dat in de jaren zeventig een bestseller was. Verhagen verwacht niet dat er ooit een boek aan hem gewijd zal worden. Hoewel? Het Verschijnsel Verhagen allitereert wel goed, zei hij. Eerst maar eens een nacht op zijn naam brengen. (MK)

Draaien en keren in het Irak-debat...

Sms’je: „Wat een treurig stemmend opportunisme”. Afzender: een PvdA-Kamerlid. Het gebeurt tijdens het debat waarin Balkenende eindelijk toegeeft aan een Irak-onderzoek. D66-leider Pechtold trekt dan net alle registers open in zijn aanval op CDA-fractievoorzitter Van Geel. Die vindt het instellen van een commissie – niet toevallig precies het voorstel van zijn partijgenoot Balkenende – de beste manier om de waarheid over de politieke steun voor de Irak-oorlog boven tafel te krijgen. Pechtold wil er niets van weten: waarom tijd verspillen aan een commissie? Hup, direct een parlementaire enquête. Negen jaar geleden was het precies andersom, legt het Kamerlid per sms uit. Toen ging het over een Srebrenica-onderzoek. D66 zat in de regering, en was tegen een enquête. Oppositiepartij CDA snapte niet waarom er tijd verspild werd aan een onderzoek. Heeft NRC Handelsblad interesse in de handelingen? De PvdA’er heeft de relevante passages alvast aangekruist.

Er was vorige week geen partij die naliet de politieke tegenstander af te schilderen als hypocriete draaier: fractievoorzitter Slob van coalitiepartij ChristenUnie stuurde tijdens het debat een mail met de tekst van een motie uit 2004 waarin SP, GroenLinks en D66 pleitten voor een onafhankelijke ‘Irak’-commissie. Dezelfde partijen die op dat moment op hoge toon hun principiële bezwaren tegen zo’n commissie uitten.

...door de oppositie én de coalitie

Enig politiek pragmatisme kan ook de verdedigers van de commissie-Davids niet worden ontzegd. Slob biechtte na het debat in de Volkskrant op dat de coalitie bij de formatie nooit had mogen afspreken een onderzoek te blokkeren. De coalitie had zo de „suggestie gewekt” dat het parlement zijn werk niet mocht doen, vertelde de CU-fractieleider, de partij die ‘staatsrechtelijke zuiverheid’ hoog in het vaandel heeft. Hij was wel zo verstandig die spijt zorgvuldig uit de openbaarheid te houden tot het politiek niet meer gevoelig lag. Het vurige pleidooi van CDA’er Van Geel voor een commissie als beste vorm van „waarheidsvinding” werd door de Kamer weggelachen. Een opzichtige verdediging van de premier, die elke vorm van onderzoek altijd overbodig vond, maar nu opeens onder grote politieke druk een draai van 180 graden moest maken. Van Geel was zo vriendelijk om ook voor de slechte verstaander duidelijk te maken waar hij stond: „Ik kan letterlijk citeren wat de minister-president zegt. Dat is ook de mening van de CDA-fractie.” Dit soort politieke waarheden blijft meestal onuitgesproken. Maar niet door Van Geel, die de premier later ook nog bedankte voor zijn bewonderenswaardige attitude. Conclusie van de sms’er: „Als het niet zo treurig was, zou het hilarisch zijn.” (DS)

Bijdragen: Mark Kranenburg en Derk Stokmans