Personages van Van Keulen zijn ook tikkeltje gewoon

Mensje van Keulen: Een goed verhaal. Atlas, 160 blz. € 17,50

Hoe mal, wreed of wraakgierig de personages van Van Keulen zich soms ook gedragen, een tikkeltje ‘gewoon’ zijn ze toch ook altijd. Ze spreken en denken in eenvoudige zinnen en hebben het niet hoog in de bol. Daarbij voegt zich, in haar nieuwe verhalenbundel, Een goed verhaal, een zekere stereotypie. De mannen zijn creatief, dynamisch en ondernemend, de vrouwen onderdanig, slachtofferachtig en passief. Veel van Van Keulens vrouwelijke figuren willen houden wat ze hebben, ook al is het niet veel soeps. Alles beter, zo lijkt het, dan in je eentje voort te moeten modderen in dit troosteloze bestaan.

Mooier en onvoorspelbaarder zijn de verhalen waarin het gaat om ongebonden vrouwen, die het helemaal zelf uit moeten zoeken. Ook zij zijn niet gelukkig, maar ze proberen er op hun manier iets van te maken. Intrigerend is de reis die een lerares Engels in het verhaal ‘Bedevaart’ maakt naar het dorpje Haworth, waar de familie Brontë ooit woonde. Ze bezoekt hun ouderlijk huis, argwanend gadegeslagen door de kaartjesverkoopster, zoals zij op haar beurt vol misprijzen de andere Brontë-gangers gadeslaat. ‘Ze wil haar bewondering niet delen met andere mensen.’ Het hoogtepunt van haar trip bestaat uit een bezoek aan de pub, waar Branwell, de broer van Emily, zich dagelijks liet vollopen. Naar hem, meent de lerares, is Heathcliff uit Wuthering Heights gemodelleerd. Onvergetelijk is de scène in de stinkende heren-wc waar de lerares, zelf inmiddels ook wat beneveld, haar handen diep in de aangekoekte pot steekt, in de hoop nog iets authentieks op te snuiven van de man van weleer.

Ook het titelverhaal, ‘Een goed verhaal’, heeft een onverwacht geestige kant. Daarin zien we een voortijdig gepensioneerde vrijgezel op pad gaan om een gevonden portemonnee terug te brengen. Hij houdt zich voor daarmee een goede daad te verrichten, maar hij hoopt op een ontmoeting met een leuk meisje. Hij komt echter terecht bij een wat oudere vrouw die de kost verdient met het ondertitelen van pornofilms. Zij weet onderhoudend te vertellen over haar broodwinning. ‘Al dat gehijg en gekreun spreekt voor zich’, legt ze uit, ‘maar er wordt ook weleens wat gezegd, nogal beperkt natuurlijk, het zal nooit over het smelten van de ijskap of de verkiezingen gaan.’

In de pornovertaalster herkennen wij een Mensje van Keulen-achtige schrijfster. Ze is op haar best als ze, in ogenschijnlijke gewone verhalen, dingen laat gebeuren die pijnlijk zijn en ongemakkelijk. Zo ongemakkelijk dat we eigenlijk willen gillen en naar de huiskamer rennen – op zoek naar een moeder die er niet is.

Janet Luis