Je kind op tennis

Achteraf hoef ik er niet rouwig om te zijn dat mijn kinderen nooit een carrière in de tennissport geambieerd hebben. Je doet het als ouder niet gauw goed, zoals uit het voorbeeld van Petr Krajicek, de fanatieke vader van Richard en Michaëlla, al is gebleken.

Richard werd een kampioen, maar pas nadat hij met zijn vader had gebroken. Michaëlla is nog lang geen kampioen, maar áls ze het wordt, zal haar vader er opnieuw weinig eer mee inleggen omdat ook zijn dochter inmiddels afstand van hem heeft genomen. Toch vraag ik me wel eens af: wat zou er van de kinderen Krajicek zijn geworden als hun vader hen in hun prille jeugd níét de baan opgesleept had?

Nee, tennisouder zijn is werkelijk geen sinecure. Een moeder die een 9-jarige dochter op de opleiding van de Nederlandse tennisbond heeft zitten, stuurde mij een brochure toe, die de bond onder ouders verspreidt. De betere tennisouder heet de brochure, een titel die niet beter gekozen had kunnen zijn.

De brochure laat zien dat je je als ouder van een getalenteerd tenniskind in een waar mijnenveld van psychologische blunders dreigt te begeven.

Ouders volgen doorgaans hun natuurlijke instinct, legt de brochure uit, en daardoor handelen ze vaker fout dan goed. Veel van de stress bij de kinderen wordt door de ouders veroorzaakt. Het leidt vaak tot een burn-out bij de kinderen (misschien ook bij de ouders?) en een beschadiging van de ouder-kindrelatie. Hoe dit te voorkomen?

Enkele raadgevingen uit de brochure.

Voer uw identificatie met het kind niet te ver door. Zeg dus nooit: „Wij spelen vandaag”, alsof u ook de baan op gaat. Laat uw kind merken dat u van hem houdt, hoe de score ook verloopt. Vraag niet na een wedstrijd: „Heb je gewonnen?”, maar toon meer interesse in het spel dan in de uitslag: „Hoe was de wedstrijd?” en „Speelde je lekker?” Vermijd coaching vanaf de zijlijn. Dwing uw kind niet om meteen na het verlies met u te praten.

Probeer uw kind op een positieve, liefhebbende manier te motiveren. „Drie positieve op één negatieve opmerking is een goede gids voor effectieve ‘feedback’.” Plaag hem niet en gebruik ook geen sarcasme. Wees wél eerlijk en consequent wanneer u met hem over zijn tennis praat: „Vermijd liegen.”

Tijdens de wedstrijd moet de ouder proberen „positief, tevreden, beslist, kalm en relaxed te lijken”. Vooral geen negatieve emotionele uitingen als uw kind een domme fout maakt. En als de tegenstander goed speelt: klap ook voor hém.

Ga er maar even aanstaan.

Uw kind heeft gespeeld als een oude krant en toch zult u zich na afloop moeten beperken tot veilige vragen als: „Speelde je lekker?”, „Hoe was de wedstrijd?” en „Vond je het een goede tegenstander?” Dat zijn de drie vereiste positieve vragen. Daarna mag misschien eindelijk die ene negatieve opmerking volgen: „De uitslag was 0-6, 1-6.”

Nee, dat kan sarcastisch overkomen. Maar wat dán? Want je moet óók ‘eerlijk en consequent’ zijn en mag vooral niet liegen. Dat wordt nog een heel diplomatiek geworstel in de clubkantine, terwijl je kind je boven zijn cola met enige verbazing aanstaart als je ten slotte radeloos zegt: „Ook al heb je verloren, ik hou nog steeds zielsveel van je.”

Het enige wat hij je misschien zal antwoorden is: „Waarom stond je dan steeds voor hém te klappen?”