Irritatie bij rechter in liquidatiezaak

Nog geen half uur na de start van de behandeling van het grote liquidatieproces over moorden in de Amsterdamse onderwereld, is de sfeer in de rechtszaal tot het dieptepunt gedaald. In een rechtbank die zo vol zit dat advocaten niet naast hun cliënt kunnen zitten en hun vinger moeten opsteken om het woord te mogen voeren, reageerde rechtbankvoorzitter Frits Lauwaars zeer geagiteerd op vragen over de samenstelling van de rechtbank. „Met uw wantrouwen trekt u de integriteit van de hele rechtbank in twijfel. Het is voor het eerst dat ik met een dergelijke gang van zaken wordt geconfronteerd. Ik vind het zorgelijk voor de Nederlandse rechtspraak.”

Het wantrouwen waarover Lauwaars sprak heeft te maken met vragen van advocaten over het vertrek begin dit jaar van Dick van den Brink. Van den Brink fungeerde als de voorzitter van de rechtbank die de afgelopen twee jaar tijdens pro-formabijeenkomsten al 25 zittingsdagen hield in de Passage-zaak, zoals het onderzoek naar liquidaties in de onderwereld heet.

Hoewel advocaten van de verdachten vanochtend nadrukkelijk verklaarden dat zij niet twijfelen aan de integriteit van Lauwaars, hebben hun cliënten wel vragen over het vertrek van de eerste voorzitter. Volgens Sander Janssen, advocaat van hoofdverdachte Jesse R., kan zelfs „schijn” al voldoende zijn om te twijfelen aan de onpartijdigheid. Die schijn zit volgens Janssen in de onduidelijkheid rond het vertrek van Van den Brink. Een verklaring dat hij zich om „hem moverende redenen” heeft teruggetrokken, vond Janssen onvoldoende gezien de duur, omvang en complexiteit van de zaak. Volgens Lauwaars is „een grens overschreden” nu advocaten niet geloven dat het vertrek van Van den Brink „door puur persoonlijke omstandigheden werd ingegeven”. Een verzoek om toetsing van die motivering wees de rechtbank af.