Irakezen kiezen voor orde en gezag

De Iraakse premier Maliki voerde campagne vóór gezag en tégen religieuze rivaliteit.

Maliki’s coalitie is in de meeste shi’itische provincies de grootste geworden.

De uitslagen van de provinciale verkiezingen in Irak bevestigen de overwinning van de partijcoalitie van premier Nouri al-Maliki. Hij voerde campagne op een nationalistisch, orde-en-gezagprogramma. De belangrijkste verliezer is de machtige shi’itische Opperste Islamitische Raad die in 2005 de grootste werd in acht van de negen zuidelijke provincies. Nu is de ‘Staat van het Recht’ van Maliki in de meeste shi’itische provincies de grootste.

Volgens een opiniepeiling door een Iraaks instituut onder 3.000 Irakezen die eind oktober werd gepubliceerd, wil bijna 70 procent van de Irakezen een sterke regering in Bagdad en voelt een even groot percentage zich allereerst Irakees – niet shi’iet, sunniet of Koerd.

Daarop speelde Maliki tijdens zijn campagne in: religieuze rivaliteit heeft tot de verwoesting van het land geleid, was zijn leus. Hij bepleitte – tot woede van de Koerdische minderheid die zich zeker niet allereerst Irakees voelt – ook wijziging van de grondwet, die nu voorziet in sterke bevoegdheden voor provincies die zich in een federatie aaneensluiten. Zoals Koerdistan in het noorden.

Toch wil de uitslag van de verkiezingen niet zeggen dat de Irakezen niet sektarisch hebben gestemd. Maliki’s partij legde niet de nadruk op religie, zoals de Opperste Raad wél deed. Maar zij blijft een shi’itische groep waarop bijna alleen shi’ieten hebben gestemd.

In de sunnitische provincie Al-Anbar stemden de sunnieten op sunnitische partijen en deed Maliki niet mee. Koerden stemden Koerdisch in provincies met een Koerdische minderheid waar een Koerdische lijst beschikbaar was (in Koerdistan en in de fel omstreden provincie rond de oliestad Kirkuk worden later verkiezingen gehouden).

In de eerste plaats stemden de Irakezen in het algemeen behalve vóór krachtige pleitbezorgers van orde en gezag tégen hun lokale machthebbers die de afgelopen vier jaar opzichtig hebben gefaald.

Zes jaar na de omverwerping van Saddam Hussein hebben de Irakezen maar een deel van de dag stroom, is er lang niet overal drinkwater beschikbaar, is de werkloosheid groot en de corruptie gigantisch. ‘Wat verlangen de Irakezen van hun bestuur?’ luidde een van de vragen van de peiling van oktober. Veiligheid kwam op de eerste plaats met 55,3 procent, nutsvoorzieningen op twee met 24,9 procent en banen op drie met 14,8 procent.

Democratie haalde 3,4 procent, wat aangeeft waarom de kiezers niet gevoelig waren voor de waarschuwingen van de Koerden dat Maliki zich tot een nieuwe Saddam Hussein ontwikkelt en waarom op diverse plaatsen oud-Ba’athisten wonnen. De leden van Saddam Husseins Ba’athpartij werden na de Amerikaanse invasie in 2003 uit overheidsdienst ontslagen. Maar vorig jaar nam het Iraakse parlement een wet aan die ze weer in openbare functies toelaat, mits ze geen misdrijven hebben begaan.