Hoe kun je uit de katholieke kerk stappen?

Commotie onder gelovigen. De paus trok de excommunicatie in van Holocaust-ontkenner Williamson en in reactie daarop stapte de Nijmeegse hoogleraar ethiek Jean-Pierre Wils uit de katholieke kerk. Hoe doe je dat, vraagt Guus Benders uit Venlo zich af. „Ik ben als kind gedoopt, maar beschouw mezelf als atheïst. Sta ik nog ergens geregistreerd als gelovige?”

Als Benders zich nooit heeft uitgeschreven, is hij waarschijnlijk nog steeds lid van de katholieke kerk. Eruit stappen kan door een brief te sturen – geen e-mail – naar de parochie waar hij nu bijhoort, zegt Pieter Kohnen, voorlichter van de Nederlandse bisschoppenconferentie, waar alle zeven bisschoppen inzitten.

Maar wélke parochie? De kerk in het Limburgse dorp waar Benders is gedoopt? Of de parochie in de plaats waar hij nu woont?

Dat laatste. Zes kerkgenootschappen volgen namelijk via de burgerlijke stand waar hun leden zijn. Zo kun je achterhalen bij welke parochie je staat ingeschreven. Tot 1994 stond in het bevolkingsregister tot welke kerk je behoorde. Toen dat werd afgeschaft omwille van privacy, nam Sila, de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie, die taak over.

Ben je lid van één van de zes kerkgenootschappen, dan krijg je nu ‘een stip’, de Silastip, in de gemeentelijke administratie. De gemeente weet dus dat je tot een van de genootschappen behoort, maar niet naar wélke kerk je gaat. Op het moment dat je verhuist, geeft de gemeente een seintje aan Sila. Die zoekt op bij welke kerk je hoort en licht de kerk in. Zo kan het zijn dat je, als kerklid, in je nieuwe woonplek opeens een brief krijgt van een kerk uit de buurt.

Naar welke parochie stuurt Benders nu zijn brief? In een dorp kan dat er meestal maar één zijn. In een stad kun je het beste naar het bijbehorende bisdom bellen, vertelt een voorlichter van Bisdom Utrecht. Als je daar je adres geeft, vertellen zij je tot welke parochie je behoort.

Kohnen krijgt de laatste weken veel mail, zegt hij. Ook van mensen die willen opzeggen. „Maar de meesten willen liever praten over hun vragen. Het mooie van e-mail is dat mensen die makkelijk durven sturen. Vaak is er ruimte voor een gesprek.”