Gavrylyuk is al jong een meesterpianist

Klassiek Alexander Gavrylyuk, piano. Gehoord: 8/2, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 1/3 20 uur. Live registratie op www.monteverdi.tv ****

Focus is het geheim van Alexander Gavrylyuk, de 24-jarige meesterpianist uit de Oekraïne, die debuteerde in de serie Meesterpianisten alsof hij er al drie pianistenlevens op heeft zitten. Wie op die leeftijd al zó superieur en waarachtig kan pianospelen, is geboren met de gave van de goddelijke concentratie.

Gavrylyuk vertrok op zijn dertiende met zijn leraar Victor Makarov naar Australië, won eerste prijzen op ondermeer het Horowitz Piano Concours in Kiev en het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv en vestigde zich onlangs in Berlijn. Hij lijkt van nature te beschikken over al die kwaliteiten die violist Jascha Heifetz onontbeerlijk achtte voor een groot solist: de zenuwen van een stierenvechter, de spijsvertering van een boer, de vitaliteit van een bordeelhoudster, de tact van een diplomaat en de concentratie van een Tibetaanse monnik.

Gavrylyuk speelt alsof de piano een verlengstuk van hemzelf is, bijna zonder technische beperkingen en gevoelsmatig met een opmerkelijk integere beleving van de muziek. Hij begon zijn bijzondere recital met een fijnzinnige vertolking van Mozarts Sonate in D KV 576, waarin alle stemmen, tegenstemmen en grillige harmonische wendingen kristalhelder werden uitgelijnd. Gevoelsmatig wekte Gavrylyuk in Mozart echter nog een beetje de indruk alsof hij door een sleutelgat kéék naar de emoties waarvoor hij de deur eigenlijk wagenwijd open had willen zetten. Mozart klonk pril en puur, maar miste nog wat aan kleur en poëzie.

In de berucht moeilijke 28 Variaties op een thema van N. Paganini van Brahms imponeerde Gavrylyuk met zijn weergaloze virtuositeit, die hij volledig in dienst stelde van de partituur.

Emotioneel vlogen deuren en ramen pas echt open in de Toccata en Fuga van Bach/Busoni, waarin Gavrylyuk betoverde doordat hij nu meer risico’s nam en zelfs af en toe een foutje maakte, dat niets afdeed aan zijn magistrale spel. Ook tijdens zijn expansieve vertolking van Rachmaninovs Tweede sonate liet de jonge Rus alles stromen en vloeien, waarna nog vier spectaculaire toegiften volgden: Rachmaninovs Vocalise, Czifra’s Bumblebee, een Prelude van Skrjabin en de Horowitz-bewerking van Mendelssohns Bruiloftsmars.