De negen maanden van Balkenende

Politiek is een spel met en om de tijd. Premier Balkenende betoont zich in zijn zevende ambtsjaar volleerd. De sinds 2003 gesloten kring rond ‘Irak’ is onverwacht snel doorbroken. Toch schiep hij een tijdpad naar veilige grond.

Twee sterke nieuwsfoto’s toonden de sequentie. Vorige woensdagochtend zat de premier in de Tweede Kamer tijdens het debat over het Irakonderzoek. Op vrijdagochtend poseerde de premier met zijn Britse collega Gordon Brown op de stoep van Downingstreet 10. Kan er een verband zijn?

Het is veel te simpel te stellen dat Balkenende het Irakonderzoek zes jaar lang in zijn eentje zou hebben tegengehouden. Zo zijn op het Binnenhof de verhoudingen niet. Nee, het Irakgeheim (wat het ook is) werd bewaakt door drie partijen: CDA, VVD, PvdA. Of liever: door personen in drie partijen. Deze vormden een kring. Balkenendes verzet brak pas toen beide andere schakels waren gesprongen en hij ook in zijn eigen partij geïsoleerd raakte.

Eerst achteruit in de tijd. Wie treffen de Amerikanen aan als ze einde 2002, begin 2003 in Den Haag om militaire steun vragen voor de omverwerping van Saddam Hoessein?

Het Binnenhof is in volle coalitiedans. Balkenende I, demissionair sinds oktober 2002, bestaat nog uit CDA en VVD. Minister van Defensie is de VVD’er Kamp. Na de verkiezingen van 22 januari 2003 begint een formatiegesprek tussen CDA en PvdA, tussen Balkenende en Bos. Dit duurt van 5 februari tot 11 april. De formatie komt ver, brengt het compromis „politieke maar geen militaire steun” (rond 18 maart), maar strandt. De Amerikanen vallen intussen Irak binnen (20 maart) en veroveren Bagdad (9 april). Half april opent een nieuwe Haagse gespreksronde, in mei staat het kabinet Balkenende II van CDA, VVD en D66. Balkenende in het Torentje, Kamp op Defensie, Bos oppositieleider.

Deze tijdbalk verklaart waarom ook in de PvdA en de VVD de afgelopen jaren een onzichtbare machtsstrijd was rond een schijnbaar onzegbaar geheim. Tegenover regeringskrachten die de rangen gesloten wilden houden, stonden parlementaire krachten die de ban wilden breken. Dankzij aanhoudende publieke en journalistieke druk wint de openheid.

Bij de VVD wordt dit einde 2008 zichtbaar. Zeer onverwacht steunt op 23 december Uri Rosenthal, voorzitter van de liberale senaatsfractie, het idee van een Irak-enquête door de Eerste Kamer. Het argument voor deze ommezwaai, politiek brisant en dus denkelijk door partijleider Rutte gesteund: het kabinet beantwoordt onze vragen niet, de politiek verliest geloofwaardigheid.

Zeker. Maar onderbelicht in de commentaren blijft een ander politiek feit: vijf dagen eerder, op 18 december, nam Henk Kamp afscheid als Tweede Kamerlid. De oud-minister van Defensie, jarenlang potentieel VVD-leider en tot het einde invloedrijk, vertrekt per 1 januari 2009 als commissaris naar de Antillen. Die schakel is gesprongen.

De Henk Kamp van de PvdA is Wouter Bos. Staatsrechtgeleerde J.J. Vis (D66) doet de vicepremier onrecht door te suggereren dat deze tijdens de formatie van 2007 „in een hotelkamer het enquêterecht inleverde voor een schotel linzen” (Opiniepagina, 5 februari). Bos is geen onnozele Esau. Het was een PvdA-verkiezingsbelofte, dus was er enige leiderschapsgeloofwaardigheid in het geding, maar zelf had en heeft Bos vermoedelijk geen belang bij een enquête.

Gezien de Amerikaanse druk en de ernst van de coalitiebesprekingen van 2003 is onaannemelijk dat een PvdA-partijleider en beoogd vicepremier niet op enige wijze zou zijn geïnformeerd over wat gaande was. Hiernaar gevraagd op de radio verklaarde Bos in februari 2008 destijds te zijn „bijgepraat” door minister Kamp over het „inlichtingengebeuren” rond Irak.

Wie wil weten hoe zware verantwoordelijkheden bij een machtswisseling na verkiezingen (welhaast moeten) worden gedeeld, leze de memoires van de Duitse minister Fischer. Instructief is de scène in 1998 waarin de aankomende minister van Buitenlandse Zaken zich nog voor de installatie van de rood-groene regering – onder Amerikaanse druk en tegen de zin van zijn partij – moet committeren aan geweldsgebruik in wat de Kosovo-oorlog zal worden (Die rot-grüne Jahre, 2007).

Terwijl vicepremier Bos het idee voor de onafhankelijke commissie-Davids van harte steunde, vond fractievoorzitter Mariëtte Hamer dat niet genoeg. Zij was het die vorige week woensdag het gaatje vond en Balkenende ertoe bracht het enquêteverbod uit de coalitieafspraken op te heffen. Wel met één voorwaarde: het mag pas na afronding van Davids’ onderzoek, dat negen maanden zal duren.

Waarom pas dan? Een verklaring is deze. Balkenende wil voorzitter van de Europese Commissie worden, aldus niemand minder dan Bos (NRC Handelsblad, 22 jananuari). De termijn van de huidige voorzitter Barroso loopt af op 1 november a.s. (en uiterlijk 31 december). Over opvolging wordt beslist door de Europese Raad van regeringsleiders, ergens tussen juni (Europese verkiezingen) en oktober (tweede Iers referendum). Onze premier is inmiddels een van de langstzittende leden van de Europese Raad. Sinds 1995 benoemden zij steeds iemand uit eigen kring voor de Brusselse post. Vereisten zijn gezag aan tafel (maar niet te veel) en steun van Parijs, Berlijn en Londen.

Het laatste wat een ambitieus lid van de Europese Raad dan kan gebruiken, is een enquête annex politiek spektakel waarin hij dagenlang live op televisie in de getuigenbankjes zit (afgezien van feiten die boven tafel kunnen komen). Dit ondermijnt zijn gezag en prestige. Niet alleen thuis.

Doordeweekse Binnenhofkwesties als ‘bouwfraude’ of ‘elektronisch patiëntendossier’ zijn voor buitenlandse correspondenten geen nieuws; zonder belang, onvertaalbaar in het Duits, Frans of Engels. Dit ligt totaal anders met de woorden ‘buitenparlementaire steun aan de Amerikaanse aanvalsoorlog in Irak’. Die begrijpt heel Europa.

Dus liever niet voor 1 november.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/middelaar