Bøkko's boeman

Sven Kramer werd in Hamar voor de derde keer op rij wereldkampioen allround.

Hij blijft sterker dan Håvard Bøkko, die volgens de Noren beter is dan Johann Olav Koss.

De grootheid van Kramer als wereldkampioen allround blijkt des te meer uit de tegenstander die hij verslaat. „Håvard Bøkko is beter dan Johann Olav Koss”, zegt Johan Kaggestad, directeur van Olympiatoppen, het Noorse Olympisch Comité.

Bøkko werd voor de vierde keer op rij tweede op een internationaal allroundtoernooi. Nooit was het verschil met de winnaar kleiner. Hij was sneller dan Kramer op de 500 meter, versloeg hem op de 1.500 meter en bracht het Vikingskipet in extase met een ultieme aanval op de 10 kilometer. Inderdaad: beter dan Koss. Maar niet beter dan Kramer, die de aanval counterde en concludeerde: „Niets om me ongerust over te maken.”

Zijn diepste emoties had de kampioen een dag eerder al getoond, direct nadat hij op de 5 kilometer het grootste meesterwerk van zijn carrière tot nu toe had voltooid, en met een officieus wereldrecord laaglandbanen (6.09,74) zijn derde opeenvolgende wereldtitel zo goed als veilig stelde. Drie keer achter elkaar gingen de gebalde vuisten de lucht in, vergezeld van een woeste vloek in het Engels.

Op de 500 meter had hij twintig minuten moeten wachten op zijn start, na een onnodig lange ijsreparatie. „Ik was heel erg kwaad”, zei hij. Maar de Noorse fans gaven hem na de 5 kilometer een staande ovatie, en na de 10 kilometer nog eens.

Zij herkenden een kampioen die in de voetsporen trad van grootheden als Eric Heiden, Ard Schenk (beiden drie wereldtitels op rij) en Hjalmar Andersen, de Noorse schaatslegende die van 1950 tot 1952 met drie Europese en wereldtitels hetzelfde presteerde als Kramer nu. Hjallis (85) klapte op het ereterras zijn handen stuk, staande naast koning Harold, Knut Kupper’n Johannesen en Koss. Geen betere plaats om schaatshistorie te schrijven dan in Noorwegen.

Zijn boosheid was niet gericht tegen de Noren, zei Kramer. Hij gebruikte het om tijdens de 5 kilometer naar de hoogste toppen van zijn kunnen te stijgen. Hij verslapte geen moment. De rondetijden moesten en zouden beneden de dertig seconden blijven. „Een geweldige race”, vond hij. „Qua schaatsen en technisch beter dan mijn eigen wereldrecord.”

Op de veel snellere hooglandbaan van Calgary reed Kramer (22) begin vorig seizoen 6.03,32, een week nadat de Italiaan Enrico Fabris hem zijn wereldrecord had afgepakt. Sindsdien is de TVM-kopman ongeslagen op zijn favoriete afstand, waarmee hij de allroundtoernooien bij voorkeur al op de eerste dag beslist. Heette vroeger de 1.500 meter de sleutelafstand, Kramer maakt van de 5 kilometer een verlengde mijl en slaat zelden vertoonde gaten met zijn concurrenten.

„Gekkenwerk”, zei de Noor Sverre Haugli, Kramers directe tegenstander. „Ik reed mijn beste race ooit en verloor vijftien seconden. Je ziet hem wegrijden en voelt je zo sloom. Dan verdwijnt hij uit het zicht en kun je het alleen na afloop terugkijken op de video. Dat doe ik overigens wel. Hij is een rolmodel voor hoe je een 5 kilometer moet rijden.”

Naast technische perfectie was adrenaline voor de boze Kramer weer een machtig wapen. „Sven kan zich geweldig opladen”, zegt TVM-arts Hans van Kuijk. „Dat maakt voor een deel het verschil. Medisch gezien kan adrenaline een groot voordeel zijn. Het zit in de kop. Hij valt liever om dan dat hij een rondje van dertig seconden accepteert. Als het lukt, rijd je in een roes. Dan zie je witte koppies met rode wangetjes. Bij Trevor Marsicano en Bøkko zag je dat ook.”

Vooral Bøkko steeg naar grote hoogten. Hij werd tweede op drie afstanden, won de 1.500 meter en bleef in het klassement een half punt achter op Kramer. „Shadow ziet Kramer twee ritten voor hem 6.09 rijden”, zei coach Peter Mueller. „Ik vergeet nooit dat Marianne Timmer op de Spelen van Nagano een wereldtijd van 1.57 op de 1.500 meter reed, waarna de rest blokkeerde. Bøkko deed dat nu niet. Hij vloog er vol in en reed zijn beste vijf kilometer ooit.”

„Bøkko is niet alleen een betere allrounder dan Koss”, vindt Kaggestad. „Hij is nu ook beter dan Koss op de lange afstanden.” Samen met biatleet Hegle Svensson en crosscountryskiër Petter Northug is Bøkko volgens Kaggestad de Noorse troef op de Spelen in Vancouver. „Mueller bewijst nu al vijf jaar dat hij Bøkko op het juiste moment in topvorm krijgt. Alleen is Kramer outstanding.”

De Noren hebben de strijd nog niet opgegeven. „Deze zomer vullen we de groep aan met Eskil Ervik en misschien een internationale topschaatser”, zegt Mueller. „Dan kan Håvard opnieuw een stap maken.”

De rest van de allrounders lijkt Kramer hun motivatie inmiddels te hebben ontnomen. Shani Davis verscheen niet eens in Hamar maar koos voor het WK sprint. Fabris reed degelijk, maar durft er op de lange afstanden niet in te vliegen. Chad Hedrick durft wel, maar kan het vooralsnog niet meer. Ook stayers als Øystein Grødum en Carl Verheijen lijken af te haken. Van de jongeren mogen alleen Wouter Olde Heuvel en de Amerikaan Marsicano (19) hoop koesteren.

Kramer blijft er ontspannen onder. „Mijn hele seizoen was afgestemd op de vijf kilometer bij dit WK omdat de olympische vijf kilometer volgend jaar op hetzelfde moment valt”, zei hij na de eerste dag. „Het gat op de vijf en tien kilometer is nog nooit zo groot geweest”, was zijn belangrijkste conclusie.