Bakellende met z'n roomse rotkop

Wij gaan nog even door met enkele taalobservaties.

Jaargetal. Vorige week hadden veel schoolgaande kinderen Citotoetsen of proefwerken. Dat leidde hier en daar tot flinke klachten. Zo hoorde ik een scholier van zestien zeggen: „Heel vervelend: voor geschiedenis moet je altijd vetveel jaargetallen leren.” Jaargetal lijkt mij hier een botsing tussen drie partijen: jaartal, getal en jaargetijde. Als je jaargetal op internet nazoekt, schrik je even, want het komt ontzettend vaak voor: ruim 128.000 keer. Maar dat komt vooral doordat het een begrip is dat in de numerologie wordt gebruikt: „Het jaargetal”, zo lezen we ergens, „laat je zien in welk jaar van de cyclus jij je bevindt.” Ook Van Dale kent het, in de betekenis ‘cijfer van een jaartal’.

Maar het wordt dus óók geregeld gebruikt voor jaartal, niet alleen op internet – daar is alles te vinden – maar ook in de kranten. Zo legde De Gelderlander de directeur van het Brabants Historisch Informatie Centrum vorig jaar, bij de presentatie van een website, deze woorden in de mond: „De saaie geschiedenis hebben we wel, feiten en jaargetallen van provincie, kadaster, noem maar op. Op de site willen we ook de leuke verhalen vertellen.”

Havenklap. Iedereen weet wat een klap is, en de meeste mensen weten wat haver is, maar wat is haverklap? En waar komt de uitdrukking om de haverklap vandaan? Dat laatste is niet met zekerheid bekend. Klap, zo luidt de meest waarschijnlijke verklaring, kan ‘kaf’ of ‘bosje stro’ betekenen. Kaf was het afval dat overbleef na het dorsen van de haver. Om de haverklap betekende dan ook eerst: om een kleinigheid. Vervolgens ging het ‘om het minste of geringste, steeds, telkens’ betekenen. Aanvankelijk zei men overigens om een haverklap, niet om de. Concurrerende uitdrukkingen, die inmiddels verdwenen zijn, waren om een haverslag, om een haverkaf en om een haverstro.

De meeste mensen weten wat haver is, maar niet alle jongeren kennen dit woord, zo bleek uit een onderzoekje. Havermout wordt bijna niet meer gegeten, en van haver tot gort is voor veel jongeren een ongewone of onbekende uitdrukking, die soms wordt verhaspeld tot van haver tot God (want gort is nóg onbekender dan haver).

Ook haverklap wordt verbasterd, namelijk tot havenklap. Zo stond afgelopen vrijdag in deze krant: „Nu iedereen elkaar in dit land toch om de havenklap met processen dreigt, zou ik willen voorstellen de eerstvolgende minkukel die zoiets durft te beweren, voor het gerecht te slepen.” Eerdere voorbeelden zijn te vinden in onder meer Trouw, de Volkskrant en het Haarlems Dagblad. Op internet – dat een veel beter beeld geeft van de gemiddelde taalkennis – stuit je al op honderden havenklappen. Het wachten is nu op van haven tot God.

Roomse rotkop. Onlangs gehoord bij een lezing: dat roomse rotkop vroeger een gangbaar scheldwoord was. Het ging om een voordracht van een alom gerespecteerd historicus en ik geloof hem op zijn woord, maar toch kom ik de combinatie roomse rotkop vrijwel nergens tegen, ook niet in de spelling roomsche. Die ene vindplaats op internet is ook weinig overtuigend en bovendien inhoudelijk evident onjuist: „Die bakellende [lees: Balkenende] met z’n roomse rotkop…” Zijn er lezers die kunnen bevestigen dat roomse rotkop een gangbare uitdrukking was?

Als je erop gaat letten, struikel je bijna over de verhaspelingen en verdraaiingen. Op één dag gehoord: „Je weet wel, zoals in die zwijgzame films.” En: „Dat is psychologie van de gouden grond.”

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek