Baard

Hoe kon je Ajax jennen? Een Vitessefan in Arnhem was zondagochtend opgestaan en dacht diep na. Zijn club moet straks spelen tegen de Amsterdammers. Wacht eens; trainer Van Basten moest het vorige week ontgelden in de Arena. Op tv was te zien hoe hij het predicaat ‘pannenkoek’ kreeg van een teleurgestelde supporter.

De Vitessefan liep naar zijn keuken. Ja hoor, hij had nog een pak instant bakmeel in de kast staan. Melk erbij, mixen, beslag in de pan, klaar. Dat werd lachen in het stadion. Een paar uur later lag de pannenkoek op het veld en konden de camera’s het staaltje voetbalhumor registreren.

Ajax verloor in Arnhem met 4-1. Ik zocht naar verklaringen. Misschien kwam het door het uitshirt. Het heeft dezelfde donkerblauwe kleur als het zeil waarmee je een boedelbak afdekt. Goedkoop en waterafstotend. En bovendien zit het elke speler te ruim. Het shirt fladdert. De ontwerper bedacht ook nog donkere zweetvlekken onder de oksels.

Wat me ook niet beviel, was het kapsel van aanvaller Luis Suarez. Een enfant terrible moet ongekamde lokken voor de ogen hebben hangen. Het moet lijken of hij rechtstreeks vanuit de kroeg het veld is ingelopen. Sinds hij het kort en gedekt draagt, is de magie verdwenen en verliest Ajax punten.

Nog meer haarproblemen bij Ajax. Wat moet Miralem Sulejmani met dat te lange baardje? Voetballers dragen geen baarden. Al zijn er uitzonderingen. De afgelopen week had ik de eer Real Madrid-icoon Don Alfredo di Stéfano te ontmoeten in het stadion Santiago Bernabéu. Voordat de oud-voetballer binnenwandelde, keek ik mijn ogen uit in zijn werkkamer.

Aan de muur hing een grote foto waarop beroemde oud-spelers van Real Madrid poseerden op de eretribune van het stadion. Alle stoelen waren bezet. Opeens zag ik een speler met een baard. Grijs en getrimd. Hij hoorde bij Paul Breitner. De beste baard op het voetbalveld ooit, op een harig onderstel met afgezakte kousen.

Marco van Basten stond zondagmiddag na afloop te piekeren. Zag hij de oplossing voor het matige spel van zijn selectie? Iedereen op het veld leek de weg te zoeken. ‘Ik weet het ook niet precies’, antwoordde de coach en mompelde nog iets over ‘collectief falen’.

Tekst van een piekeraar.

Vandaag praat Van Basten met een afvaardiging van Ajaxsupporters. De fans willen ‘wederzijds begrip bij elkaar kweken’. Ik zie ze bij elkaar zitten, in een kring in een lokaal in de catacomben van de Arena. De ingehuurde yogalerares steekt een wierookstokje aan en vraagt of Marco en het opperhoofd van de fans elkaar willen knuffelen.

In Madrid sprak ik met Klaas Jan Huntelaar. Hij zit op de bank bij Real. Sinds Huntelaar in december vertrok, is Ajax weggezakt. Als de spits nog één keer voor zijn lievelingsclub mocht uitkomen om tegen Feyenoord te scoren, zou hij het niet laten. Dan kon Ajax weer even ademhalen. Huntelaar als noodverbandje, ach, het is een illusie.

De supporter die ‘pannenkoek’ naar Marco van Basten riep, droeg een Ajaxshirt. Toen hij zich omdraaide, zag ik de naam ‘Davids’ op zijn rug staan. Een voetballer die Ajax er vroeger in moeilijke periodes doorheen sleepte.

‘Kampioenschap weg’, riep de supporter een paar keer. Achterop zijn shirt zag ik pas in tweede instantie het nummer 13 staan. Dan vraag je erom.