Zoektocht naar Irak-onderzoekers

Als ook de Eerste Kamer instemt met de commissie-Davids kan de oud-rechter zijn club samenstellen. Wie moeten daarin en hoe moet de commissie werken?

Alle ogen zullen over negen maanden gericht zijn op Willibrord Davids (70), die door premier Balkenende is gevraagd de besluitvorming rond de politieke steun aan de Irak-oorlog te onderzoeken. Zou de oud-president van de Hoge Raad weten wat hem te wachten staat?

„Ik hoop het”, zegt PvdA-senator Klaas de Vries, die eind jaren 80 de parlementaire enquêtecommissie naar bouwsubsidies leidde. „Petje af voor Davids dat hij deze klus accepteerde, maar het wordt een ingrijpende onderzoeksklus.”

Het werk zal fundamenteel anders zijn dan Davids gewend was als raadsheer. De Vries: „Hij zal als voorzitter goed in de gaten moeten houden dat ambtenaren niets weghouden, dat zijn medewerkers zich niet met een kluitje in het riet laten sturen, maar dóórvragen.” Davids heeft een goede staf nodig, zegt De Vries: „Mensen die actiebewust en onderzoeksgericht zijn. Die er bovenop zitten en de onderste steen boven willen hebben.”

Wie kiest Davids als commissieleden? Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen, meent dat de geschiedenis leert dat het beter is deskundigen te vragen dan politici. „Tenminste, als de waarheid boven tafel moet.”

Die andere commissieleden zouden ministers van Staat kunnen zijn, suggereerde premier Balkenende maandag. Maar dat zijn politieke mannen bij uitstek, meent Van Baalen, wat zich slecht verhoudt tot de verklaarde „onafhankelijkheid” van de commissie. „Al hebben ministers van Staat zich teruggetrokken uit de actieve politiek, dat is wel waar hun loyaliteit ligt.” Voor dit soort staatscommissies worden doorgaans politici van verschillende stromingen gevraagd. Hoogleraar Van Baalen: „Dat wekt de suggestie van onafhankelijkheid. Maar drie politiek verschillende zienswijzen maken samen geen onafhankelijkheid. Dat is een illusie.”

Ook Klaas de Vries ziet problemen bij de keuze voor oud-politici. Voorspelbare kandidaten als Lubbers en Kok zijn „eersteklas mensen”, maar probleem is volgens De Vries dat ze zij bij hun poging de onderste steen boven te krijgen, waarschijnlijk moeten samenwerken met ambtenaren die onder hen hebben gewerkt en te veel begrip opbrengen voor de bureaucratie. Ook bestaat de kans dat ze „te veel meedenken met het bestuur, in plaats van de feiten zonder erbarmen op een rij te zetten”.

Liesbeth Zegveld, hoogleraar internationaal humanitair recht aan de Universiteit Leiden, pleit in ieder geval voor „een jurist met voldoende gezag” in de commissie. De kern van de Nederlandse rechtvaardiging voor steun aan de oorlog in Irak, was juridisch van aard. Zegveld: „Dus moet er dus een hoogleraar volkenrecht in. Desnoods uit het buitenland.” Zo’n deskundige is volgens Zegveld onontbeerlijk om de claim van Balkenende te onderzoeken dat er ook internationale rechtsgeleerden zijn die meenden dat de inval in oorlog níét in strijd was met het internationale recht: „Als dat zo is, dan moet de commissie die rechtsgeleerden opsporen en het gewicht van hun argumenten wegen. Daarvoor heb je minstens één jurist van gezag nodig.”

Ze noemt Peter Kooijmans, behalve eminent volkenrechtspecialist, ook minister van Staat. „U suggereert dat ik mijn sollicitatiebrieven moet opsturen”, stelt Kooijmans als wedervraag. De oud-minister van Buitenlandse Zaken verwacht dat het weinig zin heeft dat te doen. „De regering kent mijn opvatting over de afwezigheid van een volkenrechtelijk mandaat voor oorlog. Dat zal, vermoed ik, mijn kansen niet vergroten.” Dat Balkenende publiekelijk suggereerde ministers van Staat te kiezen, vindt CDA’er Kooijmans „niet erg verstandig”. Het verhoudt zich slecht met de onafhankelijkheid van de commissie. En de poule van kandidaten wordt bij zo’n restrictie erg klein.

Niet alle ministers van Staat zijn even geschikt voor deze commissie. Zo is PvdA’er Van Kemenade ‘besmet’ door zijn onderzoek naar de val van Srebrenica. Het NIOD-onderzoek had daar een vernietigend oordeel over. Van Kemenade, oud-minister van Onderwijs, bleek minder geïnteresseerd in waarheidsvinding dan in een bestuurlijke oplossing. PvdA’er Max van der Stoel (oud-minister van Buitenlandse Zaken) is ook geen logische keuze, omdat hij destijds niet afwijzend stond tegenover de inval in Irak. VVD’er Edzo Toxopeus, oud-minister Binnenlandse Zaken, is al bijna negentig.

Premier Balkenende benadrukte gisteren desgevraagd trouwens dat alleen Davids de commissie samenstelt. De mogelijkheid ministers van Staat te benoemen was slechts als suggestie in een onderling gesprek voorbijgekomen.

In de Haagse wandelgangen worden er nu drie genoemd: de oud-premiers Wim Kok (PvdA) en Ruud Lubbers (CDA), en oud-minister van Justitie Frits Korthals Altes (VVD). Bestuurders met een staat van dienst, zeker. Maar deskundig? Dat ligt eraan wat het doel van de commissie is, zegt Van Baalen: bestuurlijke rust, of de waarheid onomstotelijk vastgesteld. „De parlementaire geschiedenis leert: het eerste kan niet zonder het tweede.”

Eerder nieuws, discussie en documenten: nrc.nl/irak