Winst- en verliesrekening van zes jaar touwtrekken over Irak

Zo, Irak zit weer even opgeborgen in de doos waarop staat: Afblijven! Er waren daarginds toevallig verkiezingen, maar met Bagdad en omstreken had het debat in de Tweede Kamer deze week niets te maken. Dit ging over Nederland en de manier waarop politieke leiders hier verantwoording afleggen. En bij voorkeur niet.

Om bij het eind te beginnen. Minister-president Balkenende is er zonder twijfel van overtuigd dat hij zich jaar in jaar uitslooft om het Nederlandse belang te dienen. En dat alle afwegingen, contacten en gegevens die in 2003 leidden tot politieke steun aan de Amerikaanse bevrijdingsoorlog in Irak, beter geheim kunnen blijven. Er zullen vruchten van buitenlandse spionage bij zitten. Den Haag wil een betrouwbare partner blijven.

Met andere woorden: het is een gerechtvaardigde opstelling om onderzoek naar die beslissing zo lang mogelijk te vermijden. Dat kan hij niet hardop zeggen, hij moet het zelfs ontkennen. Anders werkt het niet. Alleen al de economische crisis rechtvaardigt het weghouden van politiek brandbaar materiaal bij de pyromanen van parlement en pers.

Belangrijke beslissingen neemt een kabinet op uiteenlopende, soms tegenstrijdige gronden. Vaak ontbreekt een compleet overzicht van de relevante feiten. Dat geldt ook voor de beslissing om onderzoek af te houden. Vervolgens wordt de verkoop van zo’n beslissing ter hand genomen. Dat gebeurt niet noodzakelijkerwijs met dezelfde argumenten.

Sinds 2003 volgt Balkenende een redenering die stoelt op de optelsom van Saddams overtredingen van VN-resoluties. Dat de Veiligheidsraad als enige gerechtigde daar niet de consequentie aan verbond dat oorlog geboden was, heeft het Torentje nooit tot een andere verkoopstrategie gebracht. In Washington en Londen werd het resolutieverhaal al jaren geleden ingeruild voor andere Powerpoints.

Het siert de Nederlandse minister-president in zekere zin dat hij bij zijn verhaal blijft. Oorlog zonder uitnodiging is niet de geringste beslissing voor iemand in zijn functie. Balkenende c.s. meenden dat het verstandig was de Amerikanen in Irak te steunen. Mondjesmaat, maar toch. De Al-Qaeda-connectie was altijd onzin, maar een Nederlands kabinet kon tot die keuze komen. We rijden al jaren Amerikaans.

Als die operatie-weg-met-Saddam soepel was verlopen en Irak inderdaad de beloofde welvarende Arabische democratie was geworden die de ster van Bin Laden deed verbleken, dan was er waarschijnlijk weinig meer over gezegd. Maar de oorlog werd een symbool van een Amerikaans regime dat de democratische rechtsstaat een slechte naam bezorgde.

De Verenigde Staten hebben sindsdien met pijn en moeite de rug gerecht. Essentiële elementen van de toedracht zijn door journalistiek en parlementair graafwerk zichtbaar geworden. In Londen is de facelift van de Irak-argumenten intussen ook goeddeels onthuld. Alleen Nederland, met zijn minuscule betrokkenheid, houdt het gevoel dat er meer te weten valt over die episode.

Een commissie onder voorzitterschap van de vorige president van de Hoge Raad krijgt nu negen maanden tijd om alles te zoeken wat er te weten valt. Het moet blijken welke spanningsbogen binnen die commissie ontstaan als daar vooraanstaande oud-politici in komen. De ene oud-minister kijkt welwillender naar zijn opvolgers dan de andere. Maar stel, die commissie laat zich niet afschepen en doet geweldig werk. Het hele verhaal staat straks op papier.

Heeft premier Balkenende dan zijn zin? Als er niets uitkomt, en hij weet dat nu al, dan had hij het volk jaren geleden in het archief kunnen toelaten. Dus er zullen wel wat dubieuze telefoontjes (voorzover vastgelegd) en door deskundigen tegengesproken redenerinkjes boven tafel komen. Niks schandelijks. Portret van een politieke impulsaankoop.

Dan weten we dat oud-onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage toch gelijk had met zijn herinnering aan het impliciete verband tussen Nederlandse deelname en de NAVO-directiepost. Hij is trouwens ook de man die zijn mond voorbij praatte en columnist Robert Novak vertelde over Valerie Plame, de ambassadeursvrouw die voor de CIA spioneerde naar massavernietigingswapens. Een beetje een heethoofd.

Kenners van de VU-ziel vermoeden dat Balkenende het meest dwarszit dat aan de zuiverheid van zijn motieven wordt getwijfeld. Begrijpelijk. Maar hij werkt in de politiek, waar in 2010 de gemeenteraadsverkiezingen vrij snel volgen op publicatie van het rapport-Davids. Dan wordt hij afgerekend op zijn karakter, althans de bijbehorende beeldvorming.

Er is meer. Voor de politieke winst- en verliesrekening van een minister-president tellen ook de staatsmanpunten mee. Die verdient hij door af en toe boven korte termijnpolitieke eigenbelang uit te stijgen. In dit geval was ieder moment van de waarheid in verleden of heden beter dan een uitgesteld moment in de toekomst. Zeker als het achteraf een stomme of een overbodige beslissing was.

President Obama zei dinsdagavond ‘I screwed up’ toen zijn man voor hervorming van de Amerikaanse gezondheidszorg, Tom Daschle, zich had moeten terugtrekken. Die tegenslag is groter voor Obama dan een eventuele diplomatieke fout van zes jaar geleden in de Nederlandse verhoudingen. Waarom lukt dat Balkenende dan niet? Een deel van de verklaring zit misschien in het fascinerende proefschrift waarop de militair historicus Christ Klep deze week promoveerde in Utrecht.

In Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies (uitgeverij Boom) concludeert Klep aan de hand van een Canadees, een Belgisch en een Nederlands voorbeeld dat het aan militairen én politici zeer grote moeite kost om verantwoording af te leggen. Vooral politieke leiders nemen hun toevlucht tot nobele intenties en te weinig feiten vooraf. Zij moeten ertoe worden gedwongen om de verantwoordelijkheid openlijk te dragen als het misging.

Wie kan bewindspersonen daartoe dwingen? Precies, het parlement. Maar dat schuilt monddood onder een klamme deken van coalitieverplichtingen. Alleen een staatsman kan die impasse doorbreken. Balkenende houdt zijn kans op het hogere. Of houdt hij rekening met een afloop zoals die van het Srebrenica-onderzoek? Toen viel het kabinet-Kok, vrijwel posthuum.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie op www.nrc.nl/chavannes