Wachten in de sneeuw

Files, lange rijen voor de skilift, obstipatie, discodreunen en gebroken ledematen. Waarom gaat iemand tijdens de krokusvakantie skiën ? „Dit jaar blijf ik lekker thuis.”

Maagdelijke sneeuw, zingende vogeltjes, hier en daar een spoor van groot en klein wild, zuivere lucht, onbevuilde horizon, serene stilte, totale ontspanning: ja, dat is skiën, dat is vakantie.

Althans, buiten de voorjaarsvakantie. Want kredietcrisis of niet, ook dit jaar rukken een miljoen mensen uit naar de Alpen. Het zijn er deze winter honderdduizend minder dan vorig jaar, aldus de ANWB, waarbij er een voorkeur is voor de krokusvakantie wegens grotere sneeuwzekerheid en langere dagen.

Op zaterdag 14 februari begint dus voor het noorden en midden van het land en op 21 februari voor het zuiden plus Amsterdam de grote achtdaagse oefening in geduld, want skiën tijdens de krokus betekent voor alles in de file staan. Of, zoals sommige mensen zeggen: skiën is wachten met een slaapzak aan en twee plastic emmers aan je voeten. En dat terwijl een weekje wintersport met het gezin al snel 4.000 euro kost. Jantien Jongsma, beeldend kunstenaar (43): „We hebben al van alles meegemaakt op wintersport: geen sneeuw dus de hele week niet skiën, te veel sneeuw dus de hele week niet skiën, op de allereerste dag ontruimd worden wegens lawinegevaar dus weer meteen terug naar huis, ’s nachts in de file over een beijzelde weg met drie kleine kinderen achterin van wie eentje in de luiers. Er kan veel tegenvallen in zo’n weekje, vind ik. Terwijl je met kleine kinderen weken spullen bijeen aan het sprokkelen bent, het is bepaald niet even wat tasjes in de auto zetten en daar gaan we.”

Het moment van vertrek levert al meteen een dilemma op: haal je de kinderen – en trouwens ook jezelf – om drie uur ’s ochtends uit bed om voor het ontbijt al vrijuit over de Autobahn of Péage te kunnen scheuren, of wordt het een overnachting voordat de bergen echt beginnen? Hoe dan ook is op zwarte zaterdag niet te ontkomen aan rijen voor ieder tankstation, zowel voor de pomp als voor de kassa, de wc en de koffieautomaat. Voorbij de pomp in Karlsruhe zei een man van een jaar of veertig vorig jaar: „Hier slaat burgerlijk Nederland linksaf naar Oostenrijk”. Hij en zijn gezin reden door naar het chiquere Zwitserland.

Piekuren volgens de ANWB: in Duitsland op vrijdag van 13.00-20.00 uur en zaterdag van 9.00-15.00 uur. Franse Alpen: zaterdag van 10.00-14.00 uur. In Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk is zaterdag 21 februari piekdag, vanwege extra carnavalsdrukte.

In colonne rijdt men vervolgens vanuit de diverse dalen stapvoets de bergen in, daarbij in de haarspeldbochten rekening houdend met al het verkeer dat de berg uitspuugt. Hier en daar staan gestrande auto’s, meestal met geel kenteken die halverwege een hellinkje niet meer uit de voeten komen met hun gewone banden vanwege de sneeuw en ijzel. Wie niet op winterbanden rijdt in winterse omstandigheden, is weliswaar bij ongevallen in bijna alle landen aansprakelijk, maar de Hollander vindt ze zonde van het geld. Zodoende moet vaderlief alsnog sneeuwkettingen om de banden zien te prutsen.

Eenmaal ter plekke dient de volgende hindernis zich aan. De incheckbalie van het hotel, de receptie van het appartementencomplex, overal staan mensen uit- en in te checken. Moeder neemt de rij voor haar rekening, vader haalt de berg bagage in minstens twaalf keer lopen alvast uit de auto. De kinderen, gaar van de rit, hangen ruziënd in de lobby.

Het is raadzaam voor het avondeten in de plaatselijke skischool skipassen en skilessen in te kopen, om zo de drukte de volgende ochtend te mijden. Vervolgens weer in colonne naar de skiverhuurders, alwaar wordt gehannest met schoenen en ski’s. Hier gedraagt de Hollander zich net als in de Bijenkorf tijdens de Dolle Dwaze Dagen: men grist en graait om de allerlaatste maat 34 te scoren.

De volgende ochtend barst het los: de kinderen moeten om kwart voor negen op de skiweide bij het Donald Duck-bord verzamelen voor de eerste les. Wie te laat is, heeft het nakijken. Dat betekent een gehaast ontbijt, of erger nog: geen ontbijt, en waarschijnlijk ruzie. Wat volgt is de rij voor de kabellift, die je met honderdvijftig wildvreemden als ingeblikte sardientjes naar de hogere pistes sleurt.

Waarom doen mensen zichzelf dit weekje stressvakantie aan? Volgens hoogleraar psychologie Ad Vingerhoets, die de leerstoel Emoties en Welbevinden aan de Universiteit van Tilburg bekleedt, zijn status en de behoefte mee te kunnen praten belangrijke drijfveren. „Als je doorgaans een saai leven leidt, heb je nu een verhaal waarvoor je aandacht krijgt: ‘Ja, ik stond ook in die file!’ Van zich buitengesloten voelen, kan de mens bijna fysieke pijn ervaren. Dus een reis vol obstakels en lange wachttijden wordt gecompenseerd door belangstelling achteraf. Zelf denk ik bij het zien van dergelijke taferelen: als mijn baas me hiernaar toe had gestuurd, zou ik opslag vragen.”

Jan Lange, gynaecoloog, is afgehaakt. Hij vindt er „geen bal aan”. De eerste keer dat hij ging skiën, brak hij zijn enkel. Dertig jaar later pakte hij de draad weer op, ditmaal met vrouw en jonge kinderen. „Ieder aspect van een week wintersport is vervelend. Je huurt stinkende schoenen, je hangt in koude liften met suizende hagel om je oren, in je klas word je onvrijwillig opgescheept met nouveau riche, gehuld in Pierre Cardin-pakken, overal is een rij, je staat te tobben met je materiaal, en dan ook nog eens idioot vroeg opstaan terwijl ik dat thuis al vijf dagen per week doe. Zelfs als je het goedkoop wilt doen, is het nog ontzettend duur. Nee, met die 10.000 euro kan ik iets veel leukers bedenken, schaatsen in Zweden bijvoorbeeld. Vorig jaar heb ik op vakantie mijn ski’s niet eens uit het hok gehaald, ik heb alleen maar gelezen. Dit jaar blijf ik lekker thuis.”

Jongsma: „Mensen roepen altijd: skiën is zo’n fijne natuurbeleving, maar ik vind de natuurbeleving nul. Je ziet, als het goed is, sneeuw en verder alleen maar mensen in lelijke pakken die wachten voor lelijke liften of naar beneden raggen om aan te sluiten voor de lift. Al die vreselijke lifthuizen ook! En die volle parkeerterreinen, afgezoomd met bruine en zwarte hopen sneeuwkledder. Boven op de berg een enorme bar met commerciële vlaggen eromheen geprikt en veel mensen die zich verstaanbaar proberen te maken boven een snoeiharde discodreun. Hoezo stilte, rust en natuur?”

Een algemeen erkend skiprobleem is de haperende stoelgang tijdens deze sportieve week. Eet je normaal gesproken twee boterhammen tijdens de lunch, bovenop de berg gaat er een royale portie kaasfondue of raclette in, die vervolgens na de lunch ‘onder de ski’s gaat zitten’ ofwel de prestaties ernstig doet afnemen. Aan het eind van de week draag je voor je gevoel een zevenmaandsbaby van kaas. Op internet legt arts Schilthuis voor ElmarReizen uit hoe dat verband tussen wintersport en obstipatie zit: het begint vaak al op de heenreis wegens te lang stilzitten. „Denk niet: ik hou het wel even uit tot de volgende Raststätte.” Daarbij komt vervolgens het te weinig eten van vezels (groente, fruit en bruinbrood), te veel en te snel eten en te weinig drinken, terwijl er ook nog wordt gezweet en dus juist meer vocht nodig is.

Over drinken gesproken. Alcohol nuttigen is op de piste een nog duurdere hobby dan in Noorwegen. Maar drank hoort nu eenmaal bij skiën, en niet alleen après. Uit Brits onderzoek bleek dat 13 procent van de Britten al behoorlijk beschonken is voordat ze de piste opgaan. Het reactievermogen neemt door drank snel af, net als de temperatuur van het lichaam. Anderzijds neemt de overmoed toe. De gevolgen van een en ander duren ietsje langer dan een doorsnee kater: met gescheurde kniebanden ben je al snel anderhalf jaar zoet.

Naarmate de pistes drukker zijn, neemt het risico op letsel toe. De kans op een botsing is groter, maar ook plotselinge uitwijkmanoeuvres voor andere pistegebruikers hebben ongelukken tot gevolg, weet Daphne de Wit, voorlichter van Eurocross dat eenderde van alle gipsvluchten voor Nederlanders regelt.

Hoewel veel ongevallen door de drukte ontstaan, is het off-piste niet minder gevaarlijk. Durfallen die off-piste gaan, lopen meer risico omdat ze vaak zelf een lawine veroorzaken.

Er is een duidelijk verband tussen sneeuwcondities en aantal ongevallen, maar ook tussen de fysieke conditie van de wintersporter en de kans op letsel, hoe goed diegene ook kan skiën. De top-3 van Eurocross: onderbeen/kniebreuk 22 procent kniebandletsel 17 procent, bovenarmbreuk 13 procent, gevolgd door enkelbreuk, hersenschudding, gebroken heup, rugwervelfractuur, onderarm/polsbreuk, gebroken sleutelbeen en gebroken rib. Knieletsel is overigens, blijkt uit Brits onderzoek, in negen van de tien gevallen voorbehouden aan vrouwen. Ze hebben kwetsbaardere banden en sporten meestal minder. Bij het skiën kan veel stuk, en menig baas klaagt over het feit dat de werknemer na dit zelfgenomen risico vervolgens lang thuis blijft, op zijn kosten welteverstaan.

Overigens blijkt uit de cijfers van Eurocross dat niet alleen het skiën zelf risico’s oplevert. Ook vallen tijdens het in- of uitstappen uit de lift en uitglijden op weg naar de piste brengt allerlei ellende met zich mee.

Opvallend is dat ten opzichte van vorig jaar het aantal ongevallen in de categorie 10- tot 15-jarigen met maar liefst 15 procent is toegenomen. Het gaat dan vaak om hoofdwonden. In Italië en Spanje is een helm al verplicht en ook elders nemen skileraren kinderen vaak niet mee zonder helm. Tot zover de feiten, maar ouders weten dat vooral kinderen tussen 10 en 15 niet echt staan te trappelen om de hele dag met een helm op te lopen. Zeurt hun moeder het hele jaar over dat bitje tijdens het hockeyen, moeten ze nu dit weer.

Er charmant uitzien tijdens deze sportbeoefening is ook weinig volwassenen gegeven. Statisch kapsel zodra de fleecemuts afgaat, partiële verbranding in het gezicht, kapotte lippen of witte sunblocklippen, een duidelijk al dagen gedragen thermopolo en nauwsluitende kleding met bretels die de zwaarlijvigheid juist onderstreept.

De snowboarders op de piste zijn duidelijk anders gekleed. Zij – meestal pubers – dragen broeken met het kruis op de enkels, iPods op het hoofd alsmede een coole zonnebril die hun zicht belemmert. Het bijbehorende gedrag is een bron van ergernis voor volwassen skiërs, niet in de laatste plaats omdat boarders geen enkele rekening houden met andere pistegebruikers. Maar het snowboarden is over zijn piek heen, wijzen de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit. De piek was het jaar 2004/2005 met 103.000 Nederlandse snowboarders, in 2006/2007 waren het er nog 79.000. Wie weet is ooit ook skiën geen must meer, laat staan met de krokus. En wordt het – net als vroeger – vanzelf weer een elitesport, waarbij de skiërs met ondergebonden vellen zelf de berg oplopen.