Twee meter vleugel

Met heel oude encyclopedieën kun je lachen. Zo lees je bij ‘benzine’ dat dit een soort schoonmaakmiddel was. Dat je er ook auto’s mee kan laten rijden, daar hadden ze een goede eeuw terug nog nooit van gehoord. In dit soort stoffige boeken staat verder dat lammergieren, die hoog in de bergen leven, lammetjes – daarom heten die gieren ook zo – bij hun ouders weggrissen en zelfs baby’s uit kinderwagens roven. Niets van waar, lammergieren eten aas, half vergane dieren.

Zulke angstaanjagende leugens vertelden ze vroeger ook over de zeearend, een hele grote roofvogel. Daarvan was er een halve eeuw geleden in Europa bijna geen één over. Neergeschoten. Vergiftigd. Terwijl ook zeearenden alleen maar aas eten – oké, af en toe een malse gans.

Maar nu gaat het weer beter met de zeearend, die een spanwijdte heeft van wel twee meter. Er broeden honderden paren in Duitsland en Schotland, Polen en Ierland. En een paar jaar geleden kroop er ook eentje in de Oostvaardersplassen uit het ei. Je moet daar komend voorjaar, als de moeder zeearend weer zit te broeden, maar eens gaan kijken. Bij de Grote Praambult – zoek maar op via Google. Met een beetje geduld zie je eerst duizenden ganzen de lucht in gaan, op de vlucht voor de zeearend.

Als je geen geduld hebt, kun je nu al naar de Grevelingen gaan, in Zeeland. Daar zit het jong dat vorig jaar in de Oostvaardersplassen opgroeide. Biologen herkenden hem aan de ring die hij had omgekregen. Hij hangt een beetje rond op de Veermansplaat. Het gaat dus de goede kant op met de zeearenden. Wie weet vind je over honderd jaar in encyclopedieën onder ‘zeearend’: grote roofvogel, die in Nederland veel voorkomt.