Treintjes

Weet u wat een rongenwagen is? Een tweeassige open goederenwagon met rongen langs de zijkanten. Rongen zijn verticale staken. Als ik ‘krokodil’ zeg, denkt u misschien dat ik het reptiel bedoel. Nee. Ik heb het over de elektrische locomotief van de Zwitserse spoorwegen die wegens zijn vervaarlijk uiterlijk deze bijnaam heeft gekregen. Ik heb nooit een Krokodil gehad. Tegen elektrische tractie had ik een instinctief wantrouwen, bovendien vond ik het te ingewikkeld om de bovenleiding aan te leggen. Mijn ware liefde ging uit naar de grote stoomlocomotief. Ik had er twee en ook nog een rangeerlocomotiefje. Wat een rijkdom.

Ik heb het over het tijdvak dat misschien binnenkort met het faillissement van Märklin voorgoed zal worden afgesloten. Eind jaren dertig kreeg ik mijn eerste treintje, een klein locomotiefje met één lagebakwagen en genoeg ronde en rechte rails om een aaneengesloten baan te bouwen. Het aanleggen van zo’n traject was wel een aardig werkje. Dan zette je het treintje op de rails, draaide aan de knop van de transformator en het locomotiefje begon te rijden. Dat was dat. Je kon nog een paar blokken uit je blokkendoos van A naar B vervoeren, maar meer mogelijkheden zaten er niet in. Een beetje ontgoocheld ging je weer buiten spelen.

Het geniale van Märklin zat in de catalogus. Ieder jaar omstreeks oktober verscheen er een nieuwe, met meer begerenswaardigheden. Met iedere verjaardag en Sinterklaas vroeg en kreeg je er iets bij, en naarmate je installatie groter werd, groeide ook je begeren. Märklin was erin geslaagd bij de jongens ‘der Antrieb des nicht genug kriegen könnens’ wakker te maken. (Zo wordt het in de Duitse fenomenologie genoemd. Een mateloos begeren). En niet alleen bij de jongens. Een ongeteld aantal mannen, tot tachtig, negentig jaar is deze jeugdliefde trouw gebleven. De mensen van Märklin waren perfectionisten. De collectie werd ieder jaar mooier en rijker. En zo konden deze treintjesmannen hun liefde ieder jaar vernieuwen. Het naderde een perpetuum mobile.

Een paar dagen geleden waren op het Journaal een paar trotse eigenaren te zien. Daar stonden de oudere heren in het centrum van hun buitengewoon uitgebreide installaties. Jammer genoeg werd niet op hun trotse gezichten en de uitgebreide emplacementen ingezoomd. Het lijkt me een goed onderwerp voor de omroep Max om er eens een documentaire aan te wijden. Het verhaal gaat dat drie treintjesmannen naast elkaar woonden, op zolder hun eigen baanvakken, rangeerterreinen enzovoort hadden aangelegd, bij elkaar op bezoek kwamen om alles te bewonderen, en toen het besluit namen om te fuseren. Ze bikten gaten in de muren en sloten de baanvakken op elkaar aan. Ze ontwikkelden een speciaal systeem van signalen. Het naderde steeds dichter het volmaakte ‘net echt’ waarmee de droom van de bouwer vervuld is. En toen ging de treintjesman die in het midden woonde verhuizen. De volgende bewoner had niets met treintjes, maar was wel grenzeloos menslievend. Hij stond toe dat zijn buren trajecten voor doorgaand verkeer aanlegden. Die man is in de Märklinhemel gekomen.

Hoe komt het dat voor de eens onkwetsbaar gewaande fabrikant nu het faillissement nadert? Bekijk eens een catalogus van een eigentijds speelgoedconcern. Geen treintje meer te bekennen. De kleuters worden blij gemaakt met guitig kijkende plastic poppetjes en pastelkleurige plastic autootjes. Je ziet wel hijskraantjes, werkbankjes met gereedschapjes, maar het is allemaal van plastic en een beetje karikaturaal vervormd. De van ijzer gemaakte mechanismen, dingen met een veermotor die je kon opwinden zijn verdwenen. Nadat je dit hoofdstuk hebt doorgenomen, kom je aan de games. Min of meer mensachtige monsters proberen met voorwereldlijke of futuristische wapens elkaars planeet te veroveren. Het ziet er ook wel ‘net echt’ uit, maar dan van een netechtheid die je je leven lang niet zult tegenkomen.

Spelen is deel van de opvoeding. Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Ik denk weleens dat de jeugd van nu verder van de werkelijkheid verwijderd raakt, maar ik vergis me. Het leven van de grote mensen wordt iedere dag verder geautomatiseerd, gedigitaliseerd, geplastificeerd. Kinderen van nu zullen een stoommachine met al die bewegende stangen, de oliespatten en het gesis en het lawaai een onbegrijpelijk apparaat vinden. Ze stappen in een gestroomlijnde elektrische trein en als ze straks groot zijn betalen ze met de chipkaart. Ze zouden raar opkijken als er opeens een man verscheen die een gaatje in hun kaartje wilde knippen.

De ondergang van Märklin is tenslotte te wijten aan de triomf van de digitalisering en het plastic. De nieuwe werkelijkheid verwijdert zich steeds verder van het oude speelgoed. Als een kind van nu zich verveelt, pakt het zijn zwarte doosje met beeldvenstertje, gaat verwoed op de toetsen drukken om de monsterlijke vijand neer te schieten en, als het gelukt is, neemt het zijn mobieltje om zijn vriendje de overwinning te melden. Dat kind heeft zich niet verveeld.