Schoonmakers en asielzoekers doelwit van geweld

In Griekenland doen zich regelmatig incidenten voor met arbeidsmigranten en asielzoekers. Het lot van de eerste groep wekt meer publieke verontwaardiging dan dat van de tweede.

De Bulgaarse Konstandina Kouneva, al jaren wonend in Griekenland, kreeg vorige maand zwavelzuur in haar gezicht gesmeten. De 44-jarige Kouneva kreeg het zuur ook in haar keel gegoten. Ze ligt nog steeds in het ziekenhuis, is een oog verloren en dreigt het andere ook kwijt te raken. Spreken kan ze nog niet, maar op een papiertje schreef ze dat „mannen in grijs politie-uniform” haar hadden belaagd. De Atheense politie draagt geen grijs, veiligheidspersoneel wel. Het politierapport over het incident blijkt zeer summier, justitie wil nu meer getuigenverklaringen.

Kouneva’s lot past in een breder patroon van vijandigheid jegens buitenlanders in Griekenland. Kouneva was een arbeidsmigrant maar ook asielzoekers zijn regelmatig doelwit van geweld, en ook hier gaat de verdenking soms uit naar de politie. In tegenstelling tot het lot van de arbeiders wekt dat van de asielzoekers echter nauwelijks publieke verontwaardiging.

Kouneva was in Bulgarije een werkloze historica en vertaalster. Ze kwam veertien jaar geleden met haar moeder naar Griekenland, en werkte aanvankelijk in een supermarkt. Na ontslag kwam ze in de schoonmaaksector terecht waar ze kennismaakte met talloze misstanden. Ze werd secretaris van de PEKOP, de Unie van Schoonmaaksters en Huishoudelijk Personeel, en bezorgde zich daarmee heel wat vijanden onder werkgevers.

Duizenden schoonmaaksters, merendeels Bulgaarsen, worden uitgebuit door bedrijven en uitzendbureaus. Men laat hen arbeidscontracten tekenen voor 600 euro per maand terwijl ze 350 ontvangen en ook dat soms nog met maanden vertraging. Onbetaalde overuren zijn aan de orde van de dag. Protesten leiden tot het bekende „voor jou tien anderen”, vooral tegen illegale werkkrachten. Onder de werkgevers zouden „zwarte lijsten” circuleren. Bovenaan moet Kouneva hebben gestaan, met het noodlottige gevolg.

Het enige lichtpunt is dat haar lot de nodige publiciteit heeft gekregen, zodat nu ook de overkoepelende vakvereniging GSEE zich voor de misstanden is gaan interesseren. In het centrum van Athene kwam het tot een betoging waaraan behalve schoonmaaksters ook duizenden Atheners deelnamen. Deze opschudding geldt nog nauwelijks voor die andere groep van achtergestelde buitenlanders in Griekenland, de asielzoekers.

Griekenland ontvangt jaarlijks meer dan honderdduizend illegalen. Elke vrijdagavond verzamelen zich er drie- tot vierduizend voor het kantoor van de vreemdelingenpolitie in Athene. Pas de volgende morgen om zeven uur worden zo’n driehonderd mensen binnengelaten die asiel mogen aanvragen. Griekenland is het enige land waar dit onder de politie ressorteert, die daarmee twee petten op heeft: asielverlening en deportatie (in hetzelfde gebouw).

Asiel wordt in dit land echter nauwelijks gegeven – vorig jaar lag dit cijfer op 0,6 procent – en dat weten de aanvragers ook wel. Het gaat hun om het felbegeerde ‘roze papiertje’ waarmee ze kunnen bewijzen dat ze het hebben aangevraagd. Dat geldt als een soort voorlopige verblijfsvergunning, waarmee je ook in aanmerking komt voor legale arbeid.

Bij confrontaties met de politie zijn reeds twee doden gevallen, een uit Pakistan en een uit Bangladesh, terwijl een andere Pakistani in coma ligt. Politieonderzoek ontbreekt; de sterfgevallen worden toegeschreven aan het feit dat veel asielzoekers tijdens hun vlucht voor arrestatie ‘verongelukken’. De toestanden bij de Petros Rallisstraat vindt men ook terug in het vernietigende rapport dat de Raad van Europa deze week over de behandeling van immigranten in Griekenland heeft uitgebracht.