Rondom Colfontaine

De muur die het dorpsklooster van Saint Michel afschermt staat op barsten, het pad dat erlangs klimt, ligt vol bierblikjes. Zonlicht, extra fel bij pluizige wolken en min drie graden vorst, zet een zwarte poezenpels in een bruine gloed. Het krabbelt aan de smoezelige bakstenen. Het spettert op die blikjes zodat ze blinken als, nu ja, als blik.

De Grande Randonnée-wandelroute biedt de brede lanen van een ruim bos aan, maar huppelt vooral van dorp naar dorp, waar het kiest, daar zijn de GR-types goed in, voor de achterafwegjes. Tussen ruïnes. Over voormalige spoorlijnen. En door buurtjes die de armoebuurt zijn van een dorp dat ook al een soort achterbuurt is.

Zijn we nabij een dorp, dan delen we de paden met troep. Hup vuil, zegt de Borinageur, ga maar zwerven. Plastic, glas, vodden, afgedankte apparaten. De vorst maakt er wat van. Hij rondt vormen af en onthult een curieuze esthetiek: een oude trui is een object van verbogen weefsel.

Gedumpt afval, maar dan antiek, bepaalt ook het landschap. Achter de holderdebolder aan elkaar geplakte huizen van Colfontaine zijn al twee van de vele steenbergen van de Borinage te zien.

Steenbergen zijn echte bergen. We beklimmen ze langs de steile paden over hun zwarte flanken die schemeren door bebossing (en vandaag ook door witte vachtjes van de vorst). Steenbergen zijn ook bouwsels uit de blokkendoos van de mijnbouw. Ze werden, op honderden meters diepte, onttrokken aan de aarde, brok voor brok kwamen ze mee met het zwarte goud, de steenkool. Het afval werd weggegooid tot er bergen lagen van soms meer dan honderd meter hoog.

Onderaan de hoogste steenberg strekt zich de ruïne uit van de beruchte mijn van Marcasse, groots zoals industrieel verval vaak is. Onweerstaanbaar, ondanks de plaat die 24 verongelukte mijnwerkers herdenkt. Het ongeluk, het zoveelste, gebeurde in 1953 en luidde de sluiting van deze mijn in. „Dit is een monument voor zichzelf geworden”, verklaart man de vervaarlijke pracht van de onverwachte ornamenten, hoogmoedswaanzinnige bogen en vergleden muren.

De steenbergen zijn nergens goed voor. Dat is een verdienste. Soms zijn ze aangewezen als natuurgebied. Dat is een geluk.

De wolken sluiten hier de zon buiten, maar aan de verre hemel overwint het roze. Het verijsde slik op de paden kraakt onder elke stap. Tussen de bomen vliegen sneeuwvlokken, klein als babyhommels. Dit is lekker wandelen. ‘Chut! Ecoutez les oiseaux’ (Ssst, luister naar de vogels) zegt een handgeschilderd bordje in de eikentakken.

14,2 km. Rondwandeling nr. 2 uit: GR 412 ouest, Sentier des terrils. Uitg. Les sentiers de Grande Randonnée, 2006. Officieel begint de wandeling in Warquignies; Colfontaine ligt iets centraler.