Rohingya’s worden bestormd door ramptoeristen

foto_boot.jpgHet ziekenhuis van Idi Rayeuk was afgeladen, toen ik daar woensdagmiddag aankwam. In het ziekenhuis in Oost-Atjeh werden bootvluchtelingen uit Birma verpleegd, die een paar dagen geleden zijn gered door vissers uit het dorp. Het is moeilijk te geloven wat deze mensen hebben doorstaan.

Zij wilden vanuit Birma of Bangladesh naar Maleisië om een beter leven te krijgen. In plaats daarvan zijn ze gearresteerd door het Thaise leger, dagenlang mishandeld en vervolgens met 200 man op een boot zonder motor (hierboven op de foto) de zee in getrokken en aan hun lot overgelaten. Na ruim twee weken op zee hebben de vissers hen gered. In de NRC van vandaag staat hun verhaal.foto_gewonde.jpg

Toen ik naar Idi Rayeuk vertrok (eerst een vliegreis naar Medan, toen zes uur met de auto), was ik bang dat ik niet bij de vluchtelingen zou mogen komen. Die vrees was totaal ongegrond: het ziekenhuis was overspoeld met ramptoeristen. Hele families waren uitgelopen om de bootvluchtelingen te zien, met hun mobiele telefoon maakten ze foto’s van hun wonden (zoals op de foto hiernaast).

En ik was een soort extra attractie: terwijl ik de mannen probeerde te interviewen (met aan de telefoon een vertaler in Bangladesh die Chittagonian Bengali spreekt), kwamen wel tientallen mensen om ons heen staan. Voor mij was de hitte al nauwelijks uit te houden, laat staan voor de mannen die twee dagen daarvoor nog met zware uitdrogingsverschijnselen waren aangespoeld. Ik vond het eigenlijk belachelijk dat het verplegend personeel het bezoek niet een beetje doseerde.

Een heel Europees idee van mij, geloof ik. Want de vluchtelingen zelf bleken uiterst dankbaar voor de behandeling die ze in Indonesië hebben gehad. Zo zei maulvi (islamitische geestelijke) Ahmed Hosen: ,,Ik kan niet geloven dat zoveel mensen komen om ons te zien. Het lijkt wel een religieuze samenkomst. Indonesiërs komen met fruit en voedsel. Ze geven geld uit hun eigen zak. Ze verplegen ons zelfs. Dit is ongelooflijk en onvergetelijk. [...] Ik heb geen woorden om hun vriendelijkheid en menselijkheid uit te drukken.”

Het is de vraag wat er nu met ze zal gebeuren. Van een vorige groep bootvluchtelingen die hetzelfde heeft meegemaakt, had de Indonesische regering aanvankelijk gezegd ze te willen terugsturen naar Birma of Bangladesh. Nu denkt Indonesie er toch over ze asiel te verlenen. De bootmensen hebben in Birma nauwelijks rechten omdat ze horen bij het islamitische Rohingya-volk.

Mijn chauffeur Ramadhan, die tijdens de hele tocht mee was, vond het geen goed idee als ze in Indonesie zouden blijven. Hij is een vrolijke lachebek die bang was voor alles: van spoken tot vissers die ons zouden beroven tot oud-GAM-strijders die ons zouden doodschieten door het raam van ons hotel. ,,Wat moeten ze nou in Atjeh doen?”, zei hij. Als ze in Indonesië blijven, veroorzaken ze alleen maar moeilijkheden, vreest hij. Maar hij had wel een oplossing. ,,Volgens mij kunnen ze het beste gewoon boeddhist worden. Dan kunnen ze wel gewoon in Birma leven, toch?”