Nieuwe hoop voor de radicale iPod-generatie

Begin dit decennium leek Frankrijk een laboratorium voor antiglobalistisch links. Maar radicaal links bleef hopeloos versplinterd. Daar wil een nieuwe partijnu verandering in brengen.

Het is uitverkoop bij de ingang van het congres van de belangrijkste trotskistische partij van Frankrijk. Archiefexemplaren van het partijblad Rouge en de werken van Lenin en Marx gaan van de hand met kortingen tot zestig procent. De kopers drentelen bij tientallen voorbij, in de ‘Europazaal’ in het conferentieoord in Saint-Denis, ten noorden van Parijs.

Een hoofdstuk in de Franse politieke geschiedenis is hier zojuist afgesloten. De Ligue Communiste Révolutionnaire, opgericht in de nasleep van mei 1968, heeft zichzelf opgeheven.

Maar zo kan president Sarkozy het niet bedoeld hebben, toen hij bijna twee jaar geleden beloofde een einde te maken aan de erfenis van ’68. Want naast de uitverkooptafel staat Alain Krivine, veelvoudig ex-presidentskandidaat en al veertig jaar woordvoerder van de LCR, kalm te glimlachen. Geen greintje nostalgie, zegt hij. „Het is al de derde keer dat we opgeheven worden. Maar de eerste twee keer hief de regering ons op. Nu hebben we het zelf gedaan, en met stralend gemoed”.

De volgende dag staat op exact dezelfde plaats een jongeman met een rond gezicht, een spijkerbroek en zwarte coltrui. Olivier Besancenot (33), postbode en politicus. Gisteren was hij nog – met Krivine – woordvoerder van de LCR. Zojuist is hij met luid applaus ontvangen bij het oprichtingscongres van de Nouveau Parti Anticapitaliste – een vorm van steunbetuiging die bij de LCR van oudsher als een ongewenste poging tot politieke manipulatie werd beschouwd.

De partij is dood, leve de partij.

De NPA heeft het lidmaatschap van de Vierde Internationale afgewezen, het trotskisme is geen issue meer. Maar „revolutionair” is de NPA wel, zegt Besancenot vrolijk. Camera’s van vrijwel alle Franse tv-stations staan klaar om de trotskistische feniks te vangen. Want Besancenot is niet zomaar een splinterleider. In peilingen komt hij steevast uit de bus als ‘beste’ opposant tegen Sarkozy. Bij de presidentsverkiezingen in 2007 haalde hij 1,5 miljoen kiezers, ruim vier procent. Meer dan de Parti Communiste, de Groenen, en de twee trotskistische zustersplinters bij elkaar. Olivier Besancenot is de hoop van radicaal links.

Aan het begin van de eeuw leek Frankrijk even het laboratorium te worden van antiglobalistisch links. Ecoboer José Bové glorieerde in de publieke opinie, en in 2002 trokken de linkse kiezers zó massaal uit het midden weg, dat PS-kandidaat Lionel Jospin niet eens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen haalde. Gevolg was wel dat de keuze ging tussen rechts (Jacques Chirac) en extreem-rechts (Jean-Marie Le Pen.)

Maar daarna? Terwijl in landen als Nederland (de SP) en Duitsland (Die Linke) de laatste jaren solide partijen zijn gegroeid ter linkerzijde van de historische centrumlinkse volkspartijen, bleef Frans links versplinterd.

De trotskistische formaties vierden in schitterend isolement hun gelijk. De ecologische stroming viel vechtend uiteen. Van de communistische partij, in de jaren zeventig nog groter dan Mitterrands socialisten, bleven twee kruimels over: ex-leider Robert Hue bestrijdt tegenwoordig zijn opvolger Marie-Georges Buffet met een nieuwe partij.

De economische crisis heeft nieuwe verwachtingen gewekt. Buffet is in gesprek over een alliantie met de van de PS afgescheiden senator Jean-Luc Mélenchon, die vorige week naar Duits voorbeeld een Parti de la Gauche oprichtte. Vooralsnog is de nieuwe groep nauwelijks zichtbaar.

De NPA staat er beter voor. Niet alleen het kader van de LCR, maar ook vertegenwoordigers van consumentenbonden, de ultralinkse vakbond SUD, de milieubeweging en immigrantenclubs zijn betrokken bij de partij.

In Saint-Denis is het NPA-publiek drie keer zo talrijk als een dag eerder bij de LCR. Toen liepen er vooral mannen van boven de zestig in ribfluwelen jasjes. Ze roezemoesden bedeesd toen een jonger, Antonin uit Bordeaux, op het podium van leer trok tegen de „grafstemming” die volgens hem bij het opdoeken van de LCR heerste. „Alsof we met de NPA niet op een beslissend moment in de klassenstrijd zijn gekomen!”

Bij de NPA blijkt ‘la classe’ de volgende dag iets anders te betekenen: namelijk dat al die jongens en meisjes op de zonnige binnenplaats er in hun spijkerbroeken en vlotte jassen goed uitzien, met hun iPod, telefoon, shag en vele pamfletten op zak voor solidaire doelen. Ze praten over actie zus en actie zo. Maar geen ingewikkelde politiek-ideologische discussies. Krivine houdt de LCR-aanhang voor dat die voorlopig ook niet gevoerd mogen worden – om de groei van de NPA niet te remmen.

Besancenot heeft de peilingen goed bestudeerd. Veertig procent voelt wel iets voor zijn kritiek op het kapitalisme, maar slechts een derde daarvan gelooft in zijn oplossingen, zoals zelfbestuur van werknemers in bedrijven en het verbieden van ontslagen.

Voorlopig presenteert hij de NPA als een protestpartij, tégen het kapitalisme. En het communisme dan? „We denken na over een alternatief voor het kapitalisme, maar daar heb ik nog geen woord voor”, glimlacht Besancenot. „En waarom zou een politieke leider dat woord trouwens zelf moeten bedenken?”