Niet alle bonussen zijn slecht

Het is een schandaal als belastingbetalers moeten opdraaien voor de grote bonussen van topfunctionarissen van banken die enorme verliezen hebben geleden. Daar hoef je toch niet lang over na te denken? Veel politici lijken het met deze stelling eens te zijn. De Amerikaanse president Barack Obama had het over het ‘gezond verstand’ met betrekking tot de salarissen. En de Britse minister van Economische Zaken Lord Mandelson waarschuwde voor de reactie van het volk op de ‘exorbitante’ bonussen. Maar een weinig fijnzinnig anti-bonusbeleid kan de belastingbetalers duur komen te staan.

Josef Ackermann heeft het wat bot, maar duidelijk verwoord. De topman van Deutsche Bank, die tot nu toe geen overheidssteun heeft aanvaard, verwelkomde het vooruitzicht van bonuslimieten bij zijn door de regering gecontroleerde rivalen – maar niet om dezelfde redenen als de politici. „De talenten zullen dan graag bij ons komen werken.” Hij heeft gelijk.

Zeker, het verband tussen talent, beloning en succes is niet altijd even helder. Terwijl goed betaalde bankiers de financiële sector – en de wereldeconomie – in een miljarden dollars verslindende crisis stortten, deden veel goed opgeleide ambtenaren prima werk voor een bescheiden loon.

Maar binnen de financiële wereld is de cultuur van hoge geldbeloningen diepgeworteld, en dat geldt niet alleen voor de handelaren. Dat doet ertoe, omdat de topfunctionarissen van grote banken – waaronder de banken die onder overheidstoezicht staan – een belangrijke rol zullen spelen in het vormgeven van het bredere financieel-economische landschap. De eisen die aan hun functie worden gesteld zijn zwaar: het moeten mensen zijn die anderen goed kunnen motiveren en die zowel het grote geheel als de details van het financiële spel beheersen.

Er zijn er niet veel die aan deze eisen voldoen. Sommigen kiezen er wellicht voor om tegen een in financiële kringen laag geacht salaris bij de door de overheid gecontroleerde bank A te gaan werken. De uitdagingen en de mogelijkheden om te dienen zijn enorm. Maar als bank B of hedgefonds C uit de particuliere sector vijf of tien maal zoveel geld biedt, zullen veel van de beste mensen bereid zijn een beetje van hun deugdzaamheid op te offeren.

Er zijn goede argumenten te verzinnen voor een scherpe daling van de vergoedingen voor alle topmannen in de financiële sector, en voor het omkeren van de reeds decennia aanhoudende trend van beloningsinflatie voor topfunctionarissen. Maar tenzij, of totdat, de verdiensten gelijker zullen zijn, zullen door de staat gefinancierde banken , die veel minder bonussen uitkeren, het risico lopen met de kneusjes te blijven zitten.