Minder murw dan gedacht

Een doffe knal bij het inchecken, en de man achter de receptie krimpt ineen. Wat was dat? De portier bij de ingang gebaart: niks aan de hand. Een sonic bomb van een Israëlische straaljager, bedoeld om de inwoners van Gaza angst aan te jagen. „Alleen maar geluid, hamdillah goddank”, zegt de man achter de receptie. „Dit is de sleutel, het ontbijt is morgen om acht uur.”

Vooruit boeken is weer geboden in de hotels van Gaza-stad. Ook het Al Deira Hotel, met gegarandeerd de beste cocktails en de interessantste gesprekspartners van Gaza-stad, is weer open voor buitenlanders. Journalisten, diplomaten en medewerkers van ngo’s klitten samen aan de kust van Gaza-stad. Voor toeristen is het moeilijk het oorlogsgebied te zien. Ik ken een paar verhalen van mensen die door slimmigheid toch het geïsoleerde gebied wisten te bereiken, dus kansloos is het niet. Ga niet op reis zonder lokale gids.

Voor de gelukkigen is er zo veel meer te zien dan verwoesting en ellende alleen. Oorlog depersonaliseert mensen tot daders en slachtoffers, schrijft Jonathan Littell in zijn roman De Welwillenden. Je zou bijna vergeten dat ook in Gaza-stad mensen wonen die een goed gesprek willen voeren, bedenken wat ze vandaag aantrekken of hun verjaardag vieren.

De inwoners van Gaza zijn getraumatiseerd en in de ellende gestort, maar vaak zijn ze veel minder murw dan je zou denken. Grootse plannen hebben ze. Kijk maar: langs de kust is een groot museum verrezen en verderop wordt gebouwd aan een Mövenpick Hotel. Toeristen komen vanzelf wel weer. Als het geweld ophoudt, als Israël de grenzen opent, dan zal het inshallah wel lukken.

Trots zijn ze bovendien op hun verleden. Gaza wurmt zich als Forrest Gump al duizenden jaren iedere keer op het hoofdpodium van de wereldgeschiedenis. Eeuwenlang had Gaza-stad een van de belangrijkste havens van het Midden-Oosten. Gaza wordt al in Genesis, het eerste Bijbelboek, genoemd. Simson rukte, volgens het boek Rechters, de poorten uit de stadsmuren. Ook voor de tijd erna geldt: never a dull moment in Gaza. Alexander de Grote veroverde de stad, er kwamen Egyptische farao’s, Ottomaanse vorsten, Perzische heersers, Romeinse keizers en Byzantijnse avonturiers. Napoleon bezocht de stad na de Franse verovering.

Een groot deel van deze geschiedenis is terug te vinden in Al Mat’haf, het eerste oudheidkundige museum van Gaza. Het is eigenlijk de privécollectie van de eigenaar, de zakenman Jawdat El-Khoudary. De amateur-archeoloog verzamelde een gigantische collectie beeldjes, kruiken, munten en maskers. Door beschietingen vanuit zee is het museum in januari zwaar beschadigd.

Het Al Deira Hotel is de beste plek om te slapen, tenzij u een particulier logeeradres heeft. Het is een mooi, rood gebouw aan de deels verwoeste haven van Gaza, met ruime kamers, een fantastische boekencollectie (zelfs Herman Finkers staat in de kast) en gekostumeerde obers die nieuwe kooltjes op de waterpijp leggen. ’s Avonds zijn in de verte de lichtjes van de Israëlische marineschepen te zien, die de zeekust van de Gazastrook afsluiten van de buitenwereld. Af en toe valt het licht uit, want stroom is een schaars goed in Gaza.

De keuken van Gaza geldt als de beste van de regio. Vlees wordt er pittiger gekruid dan in Egypte en op de Westelijke Jordaanoever. Restaurants als Roots en Delice zijn de beste, maar op vrijwel iedere hoek van de straat is uitstekende shoarma te koop. Sluit de reis af met een bezoek aan een van de twee toeristenwinkels, waar Arafat-mokken en Palestina-sjaals liggen uitgestald.