... maar misschien was een trichoplax-achtige eerder dan de sponzen

Het ‘oerdier’, het oudste meercellige dier, leek op een pannekoekje. Daarover speculeren Duitse en Amerikaanse biologen die op basis van “alle beschikbare gegevens” een nieuwe stamboom voor de dieren hebben gemaakt (PLoS Biology, online 27 januari).

Hun hypothetische oerdier is sterk geïnspireerd door het raadselachtige organisme Trichoplax adhaerens. Dat is een schijfvormig diertje, met een doorsnede van 1 à 2 millimeter, dat wereldwijd in tropisch en subtropisch zeewater leeft. Het heeft geen mond of anus; zijn onderkant is bedekt met trilharen waarmee hij zich langzaam over algen, stenen of koralen beweegt. Trichoplax (‘harige schijf’) verteert wat onder hem ligt. Hij stulpt zich dan naar boven uit en neemt dat wat zich onder de vouw bevindt, in zijn cellen op.

Hoewel Trichoplax algemeen is, realiseerden biologen zich pas in de jaren zeventig wat voor een dier het was. Na de eerste beschrijvingen, eind negentiende eeuw, waarin het als aparte diersoort gezien werd, was het decennialang afgedaan als larve van een kwal.

Tegenwoordige bestaat er weer veel interesse in Trichoplax, juist door zijn primitieve uiterlijk en innerlijk: zijn lichaam bestaat slechts uit vier soorten cellen. Het ‘schijfdiertje’ is zo anders dan andere dieren dat het in zijn eentje een hele hoofdtak in de dierenstamboom vult.

Nog steeds zijn basale zaken over het dier onbekend. Of het aan seksuele voortplanting doet, bijvoorbeeld. En of T. adhaerens inderdaad een enkele soort is, of veel meer soorten, die alleen op het oog op elkaar lijken. Afgelopen zomer werd echter zijn genoom ontcijferd (Nature, 21 augustus 2008). Dat genoom, zover bekend het kleinste aller dieren, zal ongetwijfeld meer informatie opleveren.

Door Trichoplax een basale plaats in de dierenstamboom toe te kennen, geeft een groep Duitse en Amerikaanse biologen stof tot discussie. Ze berekenden een stamboom met gegevens van 24 soorten uit het dierenrijk. Op basis van het genoom (uit de kern en de mitochondriën), uiterlijk, en wat speciale kenmerken van het DNA, besluiten ze dat het schijfdiertje primitiever is dan sponzen.

Juist de sponzen werden traditioneel de primitiefste dieren geacht. En ook in een beperkte stamboom die in de zomer samen met het genoom van Trichoplax in Nature stond, eindigden de sponzen ónder het schijfdier. Sponzen waren wellicht al wijdverbreid in het Cryogenium (850 tot 635 miljoen jaar geleden), was gisteren in Nature te lezen, en nu hiernaast op deze pagina.

Dat laatste sluit echter niet uit dat Trichoplax-achtigen nóg ouder zijn. Hester van Santen