'Liever een goed mens dan gouden medaille'

Dit weekend is het WK allround in Hamar. Alles is anders sinds Chad Hedrick daar vijf jaar geleden wereldkampioen werd. Geen Texaanse bluf, drank of vrouwen meer. „Ik wil de beste vader zijn.”

Zeg Hamar en onmiddellijk breekt een brede grijns door op het gezicht van Chad Hedrick, dit weekeinde in het Noorse stadje podiumkandidaat bij het WK allround. „Hamar is geweldig, ik heb fantastische herinneringen aan het WK van 2004.”

Zonder te pauzeren, als in trance, draait de nu 31-jarige Texaan de film opnieuw af. „Achttien maanden daarvoor was ik overgestapt van inlineskating naar de ijsbaan. Ik vergeet nooit dat iedereen me uitlachte om mijn stijl. Wat moest die rolschaatser op het ijs? Ik wist niet hoe ik moest inrijden, hoe ik moest kruisen, kende de schaatshistorie niet. Geen idee hoe snel het ijs in het Vikingskipet was, hoe goed mijn tegenstanders waren. Ik wist alleen dat ik vanuit het inlineskaten een veel betere conditie had dan alle andere schaatsers. Het maakte niet eens uit wat voor techniek ik had. Ik was zo sterk.”

Kenners dachten dat Mark Tuitert ging winnen of anders Carl Verheijen, mijmert hij achter een dubbele espresso aan de hotelbar. „Het zou de tiende Nederlandse wereldkampioen op rij worden, dat stond vast. Maar na de eerste dag stond ik al bovenaan. Ik ben ’s avonds nog teruggegaan naar de lege hal om het scorebord te fotograferen: 1. Chad Hedrick USA. En de volgende dag won ik het toernooi. Speelden ze het volkslied, kreeg ik een trofee én een grote cheque. Cool. In Hamar is het allemaal begonnen voor mij.”

Zijn diepste motivatie toen? „Kwaadheid zal een rol hebben gespeeld”, kijkt Hedrick terug. „Je bent tien jaar lang de beste van de wereld in jouw sport, wereldkampioen inline op alle afstanden. Dan word je op het ijs van het ene op het andere moment uitgelachen om hoe je schaatst. I hit the wall! Ik kreeg er een vieze smaak van in mijn mond. Dus moest en zou ik de wereld bewijzen dat ik het wel kon. En ik heb van jongs af aan sowieso al de absolute wil om overal en altijd te winnen.”

Adrenaline bracht hem de jaren daarna op twee dunne ijzers naar hoge toppen. Onvergetelijke gevechten, wereldtitels, wereldrecords, eerste op de Adelskalenderen, de wereldranglijst aller tijden. Bijnamen als ‘The Exception’ of ‘Superman’, kleurrijke verhalen over drank en vrouwen, nooit verlegen om stevige uitspraken. In 2006 olympisch goud (5.000 meter), zilver (10.000) en brons (1.500) in Turijn, waar hij zichzelf vooraf vergeleek met Eric Heiden, die in 1980 vijf gouden plakken won. „Dat werd gecreëerd door de media”, zegt hij nu. „Schitterend om in één adem genoemd te worden met Heiden, maar het was geen realiteit. De verwachtingen waren te hoog. Uiteindelijk had ik goud, daarmee was mijn doel bereikt. Maar ik schaats nog altijd, dus er zal nog iets zijn dat ik mis.”

Veel had het niet gescheeld of Hedrick was in 2006 gestopt. „Na de Spelen heb ik het heel moeilijk gehad. Moest ik nog vier jaar doorgaan, had ik nog genoeg lol in schaatsen? Ik moest er in elk geval een periode tussenuit, voelde me enorm moe. Mensen weten misschien niet dat ik al bijna dertig jaar schaats. Mijn eerste race reed ik op mijn vierde, op de Roller Rink thuis in Spring [voorstadje van Houston, Texas]. Op mijn vijftiende was ik al prof als inlineskater, na vijftig wereldtitels stapte ik over naar het schaatsen, ik deed mee aan de Olympische Spelen en won goud. Mijn hele leven is tot nu toe niets anders dan racen. Er komt een moment dat je zegt: genoeg is genoeg.”

Maar na een zomer vol golf, tien kilo overgewicht en een zwak na-olympisch seizoen knokte hij zich vorig jaar terug naar de wereldtop, met Bart Veldkamp als nieuwe coach. In Hamar maakt hij zich boos op de Telegraaf, die hem deze week kritiek op zijn coach in de mond legde. „Dat was bullshit, ik heb nooit kritiek op Bart gehad. Schaatsen is de moeilijkste sport die ik ooit deed. Als je op de bodem bent gekomen, kost het veel tijd om opnieuw je topniveau te halen. Wanneer ik nu nog op het niveau van 2007 had geschaatst, zou ik de Spelen van Vancouver nooit hebben gehaald. Maar ik maak dit jaar grote stappen. Voor het eerst doe ik krachttraining en ben ik gaan fietsen. Ik begin het systeem van Bart steeds beter te begrijpen.”

De Texaanse bluf heeft aan de vooravond van het WK allround in Hamar plaatsgemaakt voor realisme. „Sven Kramer zet momenteel de standaard voor iedereen. Ik heb veel respect voor hem. Maar als ik accepteer dat hij beter is, heb ik op voorhand verloren. Ik weet bovendien dat hij te verslaan is, als ik mijn eigen topniveau haal. Mijn doel is om aan het einde van dit seizoen een niveau te bereiken van waaruit ik volgend seizoen succes kan hebben op de Olympische Spelen. Daar zal ik klaar zijn om tegen Sven te strijden.”

Er is nog iets waardoor Hedrick zich dit weekend tegen zijn oude gewoonte in niet blindstaart op een tweede wereldtitel in het Vikingskipet. „Binnen zeven weken krijgen mijn vrouw en ik een dochtertje. Mijn leven zal veranderen, de prioriteiten verschuiven. Toch geloof ik dat mijn vrouw en dochtertje juist de reden zijn dat ik nog gemotiveerd blijf schaatsen. Mijn leven heeft meer zin gekregen. Onze vrienden vinden het geweldig dat ik dit nog één keer doe. Voor mij zal het geweldig zijn als ik straks in Vancouver al die mensen uit Texas op de tribune zie. Ik wil daar per se twee geweldige weken beleven, met mooie olympische herinneringen.”

Is dat soms wat hij in 2006 nog miste? „Ja, misschien was Turijn te veel gestresst.” Zijn diepste motivatie nu? „Ik wil nu gelukkig zijn met de dagelijkse dingen. In staat zijn om op mijn best te presteren en intussen te genieten van het leven.” Hij zwijgt even. „Niemand heeft mij dit ooit eerder horen vertellen. Maar als ik naar Vancouver ga en mijn best doe, mezelf voor honderd procent geef, en ik ben de beste echtgenoot en vader, dan maakt het me niet eens uit of ik zilver win in plaats van goud. Het is belangrijker voor mij om een goed mens te zijn dan om een gouden medaille te winnen. Ik heb er al een, en niemand kan mij die ooit afnemen.”

Hedrick geeft grif toe dat relativeren nieuw voor hem is. „Zonder alle veranderingen en nieuwe dingen in mijn leven zou ik niet zijn waar ik nu ben. Ik ben gegroeid als persoon, heb zin in het leven. Ik zeg niet dat ik niet gefrustreerd zal zijn als ik in Vancouver verlies. Maar resultaat is niet langer allesbepalend voor mijn gevoel. Net heb ik naar huis gebeld en gezegd: we zijn hier op de baan aan het trainen en denken dat de hele wereld om ons draait. Maar het gaat nergens over. Het is schaatsen, niet het leven. We geven onszelf voor honderd procent, gaan er helemaal in op. Maar aan het einde van de dag? It’s not a big deal.”

Een brede lach volgt. Had iemand dit soort bespiegelingen ooit achter het genadeloze roofdier Hedrick gezocht? „Door het schaatsen is mijn persoonlijkheid veranderd. Deze sport is niet alleen rijden op ijs in plaats van op asfalt. Het stelt mijn geduld op de proef, omdat alles in het schaatsen zo moeilijk is. Je rijdt alleen, tegen de klok.Steeds dat saaie één tegen één. Niet met een groep rijden tot de besten overblijven, de anderen in de ogen kijken en denken: vandaag is het voor mij. Zo is schaatsen niet. Helaas, anders zou ik nog veel beter zijn.”

Of neem de eindeloze voorbereiding op een race. „Om negen uur ontbijten, dertig minuten opwarmen, terug naar het hotel, eten, rusten, aan de wedstrijd denken, aan die drie of vier rondjes die je moet rijden. Dan een uur voor de race weer naar de baan, stretchen, muziek op, schaatsen aan. Je bent de hele dag met één race bezig. Nee, dat is niet Chad Hedrick. Ik ben een spontane jongen, impulsief ook. Daarom heb ik erg moeten wennen aan deze sport. Veel meer dan aan het technische aspect. Maar ik merk nu dat het schaatsen mij het geduld geeft om beter op allerlei andere dingen in mijn leven voorbereid te zijn.”

Presteren als bijzaak? „Nee, schei uit. Ik voel me sterk, ben sneller dan vorig jaar en heb een betere basisconditie. Bart Veldkamp zit lang in dit circuit, we hebben een heel verschillende achtergrond. Hij weet veel dingen die ik niet weet, ik dingen die hij niet weet. Volgend seizoen zal een aantal mensen vanuit het inline-skaten me helpen om me net zo sterk te maken als in 2006. In Vancouver richt ik me op de 1.500 en 5.000 meter. Ik kijk hoe de nieuwe trainingsvormen aanslaan en pak de 1.000 meter óf de tien kilometer erbij. Niet allebei, dat is te veel. De sport is er tegenwoordig ook te specialistisch voor. Je kunt de karakteristieken van Jeremy Wotherspoon en Sven Kramer niet meer in één schaatser verenigen.”

Dit seizoen liet Hedrick bij vlagen zien dat de concurrentie rekening met hem moet houden. Hij versloeg Shani Davis al eens op de 1.500 meter en leverde een fascinerend gevecht met Enrico Fabris op de vijf kilometer bij wereldbekerwedstrijden in Heerenveen. „Mijn benen en techniek waren toen geen honderd procent. Maar zelfs op slechte dagen kan ik strijd bieden.

„Daarmee onderscheid ik mij van de rest. Ik heb genoeg sporters gezien die zeer getalenteerd waren, maar die de absolute wil om te winnen misten. Anderen krijgen minder mee van god, maar zijn wel bereid om elke dag keihard te werken. Zij zijn uiteindelijk in staat om het verschil te maken.”

Zijn hart als sterkste wapen, zoals coach Veldkamp het noemt? „Gretigheid, ja. Je kunt dat niet leren, dat heb je of je hebt het niet. Ik werd ermee geboren. Bovendien was mijn vader al vanaf mijn jongste jeugd zeer streng voor me. Hij wist precies op welke knoppen hij moest drukken om me de goede kant op te krijgen, desnoods keihard. Niemand kon me beter motiveren dan hij. ‘Waarom won je met maar vijf meter verschil’, vroeg hij dan. ‘Het hadden er tien moeten zijn!’ Of hij riep dat de tegenstand niets voorstelde. Het gevolg was dat ik mezelf altijd wilde bewijzen tegenover hem.”

Zijn vader motiveert hem tot op de dag van vandaag, zegt Hedrick. „Ik doe het inmiddels ook voor mezelf, maar ik wil nog steeds mijn vader niet teleurstellen. Ik wil hem bewijzen dat ik kan winnen, maar ook dat ik een goed mens kan zijn. Sommige mensen lachen me uit, zeggen dat ik er niet op voorbereid ben om een goede vader te zijn. We zullen zien. Mijn vrouw weet dat ik er klaar voor ben. Ik ben klaar om te ervaren waar het om gaat.”