Lancia Delta

Het was Hergé die mij voor het eerst attent maakte op het merk Lancia. In het beste Kuifje-avontuur, De Zaak Zonnebloem, krijgt de fameuze Belgische verslaggever immers een lift van een Italiaanse markies die de boeven weet in te halen in een even elegante als snelle auto, een Lancia Aurelia. Van de Aurelia Coupé, uitgerust met een compacte zescilinder in V-vorm, volgens deskundigen de eerste echte grand turismo, bouwde Lancia tussen 1950 en 1958 een reeks van varianten.

Zonder dat ik dat wist, had Lancia, dat als merk dateert van 1906 en dat in 1969 door Fiat werd overgenomen, al een reeks van opmerkelijke modellen gebouwd, die steeds zowel elegant als innovatief waren. In de vroege jaren twintig was de Lancia Lambda de eerste auto met een zelfdragende carrosserie.

Wat mij betreft is de Aprilia van 1937 Lancia’s ware meesterwerk. Een even sierlijke als gespierde vierdeurs auto, niet te groot en niet te klein, vormgegeven met behulp van de windtunnel. Daarmee vergeleken was de VW-kever, een tijdgenoot, een mislukte Duitse bromtol. De Aprilia is een beetje een vergeten klassieker. In later jaren heeft Lancia zijn reputatie opgebouwd met wilde rallyauto’s, als de Stratos en de Delta Integrale. Die laatste was een verdere ontwikkeling van de Delta, die was gestart als een concurrent van de Volkswagen Golf. De Delta kreeg in 1993 een opvolger die was gebaseerd op een Fiat-platform, maar die is zes jaar later een stille dood gestorven.

Dit jaar is de Delta weer tot leven gewekt, weliswaar weer op een Fiat-platform, maar evident met grotere ambities dan in 1993. Vanwege een lichte dieselverslaving had ik gekozen voor de sterkste dieselversie die op dit moment wordt geleverd. Sterke diesels hebben ongemerkt een kalmerende werking op de chauffeur. De nieuwe Delta heeft een opmerkelijke vormgeving, die in mijn geval nog werd geaccentueerd door een lichtblauwe carrosserie met een zwart dak. Mijn voorkeur zou uitgaan naar een wat terughoudender kleurenschema.

De Delta was een prettige, rustige, verrassend ruime en kwieke auto. Dat wil niet zeggen dat er helemaal niets op viel aan te merken. Sportief is de Delta niet, maar dat is natuurlijk geen relevant verwijt als het gaat om een dieselversie, hoe krachtig dan ook. De besturing voelde soms wat doods aan, die had wat mij betreft wel wat gevoeliger gekund.

Misschien omdat ik mijn hele leven in Citroëns heb gereden, vond ik de vering wat te straf, zeker bij kleine oneffenheden. Dit lijkt mij een probleem van heel veel moderne auto’s, die qua vering de ‘Duitse School’ volgen. Al die strafheid is nergens goed voor. Het is technisch heel goed mogelijk om een soepele vering te combineren met een uitstekende wegligging. Nu zitten we met de zonderlinge situatie dat tal van luxueuze auto’s veel te stevig zijn geveerd, zodat elke richel in de snelweg een onaangename stomp oplevert.

De Delta heeft een geavanceerd elektronisch systeem voor de telefoneerder, dat gesproken opdrachten kan verwerken. Ik had grote moeite om de jonge, mechanische vrouw die mij op wanhopige toon om opdrachten vroeg, de mond te snoeren.