Karakterbreuk

De dag dat Ron Jans zijn middelvinger opstak naar de scheidsrechter wist ik: historisch moment. Een ordinair gebaar uit de losse pols kan iedereen overkomen, maar niet Ron Jans. De coach van FC Groningen was altijd een verfijnde pedagoog in hart en nieren. Normen en waarden met de glans van een oude viool. De ruigheid van het vak bleef hem onbekend. Tot Paulo Henrique in de vijfde minuut van de blessuretijd de winnende treffer scoorde voor SC Heerenveen. Jans vervelde ter plekke tot steengroeve met vuile manieren.

Cultuuromslag in het Nederlandse voetbal.

En ja hoor: het is op de velden niet meer stil geworden tussen coaches en arbitrale trio’s. Elke week is het prijs, het ene misbaar nog obscener dan het andere. Alle gezagsverhoudingen zijn zoek, nu ook buiten het veld. Je kan tegenwoordig in Nederland beter melaats zijn dan scheidsrechter.

Zeker, de heren fluiten als een drol. Het arbitrale geklungel is vaak niet om aan te zien. Het lijkt wel of scheidsrechters uit Zimbabwe zijn komen aanwaaien. Beroesd door hun gadget – het fluitje – kijken ze systematisch de verkeerde kant op, hebben geen weet meer van tijd en plaats, jongleren met buitenspel alsof het om kinderversjes gaat. Geldige doelpunten worden afgekeurd.

Is het ooit anders geweest? Nee! Wel anders zijn de belangen in het hedendaagse voetbal. Scheidsrechterlijke dwalingen kunnen een club een Europees ticket kosten. Miljoenen door de neus geboord. Zuur, maar ook weer niet dat je zegt: diefstal. Coaches en spelers dwalen vrolijk mee.

Dat het grote Ajax niet van het kleine Heracles kan winnen, kan nooit de schuld van scheids- of grensrechters zijn. Bij dit soort confrontaties hoort een forfaitscore, niet een armzalige 2-2. Coaches hebben het moeilijk om dat toe te geven. Ze staan liever te gillen als populisten, behekst door vijandbeelden.

Jarenlang was Louis van Gaal de ongekroonde hetzekoning na de wedstrijd. Ik denk niet dat er de afgelopen vijftien jaar één Nederlandse scheidsrechter is geweest die buiten het repertoire aan verwensingen van Louis is blijven hangen. Maar Van Gaal hield het nog een beetje speels en chic. Hij was al blij dat hij weer eens een nummertje verontwaardiging kon opvoeren voor de toegestroomde pers. Onder het motto: held zoekt antiheld.

Louis van Gaal is al enige tijd verstild. Alles aan hem is zachter geworden, de ogen, de stem, de waakvlam van protest. Ronder ook, alsof er iets van hurkzit in hem is neergedaald. Nog even en we treffen Louis met de handen achter de rug langs de zijlijn. In postume vredigheid van Rinus Michels.

De schreeuwlelijk van het trainersgilde is nu Marco van Basten. Hij staat vrijwel wekelijks op ontploffen, na de wedstrijd. Hij gesticuleert en blameert alsof zijn leven ervan afhangt. Het eeuwige oppositielid Marco van Basten.

Op zijn PVV’s.

Het lijkt een karakterbreuk. Als wereldspits kon Marco danig gehumeurd zijn, maar het bleef meestal bij handjes in de heupen. Spreken, laat staan schelden, vond hij een minderwaardige discipline. Als coach maakt hij de hele tijd lawaai, aan de rand van de casuïstiek van het bloed zelfs. Vroeger bij het Nederlands elftal, nu bij Ajax. Alsof de dood hem op de hielen zit: immer bereid uit zijn vel te springen.

De extase is lachwekkend en neemt een flinke hap uit zijn vermeende klasse. Van Basten hoort geen pandemonium te zijn, laat staan een bacchanaal. Daar is zijn verleden te groots voor, zijn legendarische nonchalance te kunstzinnig. Maar het lukt hem kennelijk niet meer om binnen het ruis van een superieure surplace te blijven, in stille verachting. Marco is bezig een hel te creëren voor zichzelf.

Jammer voor hem, voor zijn vrouw en kinderen.

Nee, niet voor Ajax. De hoofdstedelijke is al jaren de weg kwijt. Club zonder beleid, zonder erotiek, zonder charme. De inherente kou in de Arena is zelfs voor antieke gelovigen niet meer te doorstaan. En dus hoor je nu een onverlaat roepen dat Marco van Basten een pannenkoek is.

Nou, dat tikt aan als belediging. Pannenkoeken nuttig je langs doodse boswegen in Haarlem en Venlo, niet in het neonlicht van wiet en vertier, van voetbal en business. Niet in de buurt van John de Mol. Helaas, Ajax is provincie geworden, nu ook al tot in de onnozelheid van tegenspraak.

Zou Milanello, het trainingscentrum van AC Milan, niet een ideale sluiproute zijn voor Marco? Voor een gekartelde terugkeer naar zijn Florentijnse oorsprong, als heer van stand?