Kabinet oneens over correctief referendum

Het kabinet is het niet eens geworden over de invoering van een correctief referendum. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) kreeg geen steun voor haar voorstel initiatiefwetsvoorstellen van GroenLinks, PvdA en D66 te steunen.

„We hebben een zeer levendige discussie gehad”, zei Ter Horst gisteren na de ministerraad. Invoering van referenda liggen politiek gevoelig. De PvdA is er positief over, de coalitiegenoten CDA is uitgesproken tegenstander.

Het kabinet geeft pas een oordeel over de wetsvoorstellen als de wetsvoorstellen zijn aangenomen in beide Kamers. In het geval van het referendum, waarover Ter Horst positief is, zal dit na nieuwe verkiezingen zijn omdat hiervoor een herziening van de Grondwet nodig is. Bij dit initiatief gaat het om een correctief, raadplegend, bindend referendum. Correctief omdat een parlementsbesluit kan worden tegengehouden, raadgevend omdat de bevolking het moet aanvragen, bindend omdat de uitslag wordt overgenomen.

Besluiten van kabinet en parlement kunnen dan worden teruggedraaid. „Bij zo’n referendum is voor de politiek en burger helder wat er gebeurt”, aldus Ter Horst. De ChristenUnie er is in beginsel voor maar heeft moeite met dit initiatief omdat daarin geen voorwaarden staan, zoals de noodzakelijke opkomst.

Ter Horst is minder positief over het tweede initiatief. Daarin stellen PvdA, GroenLinks en D66 een niet-bindend referendum voor. Daarvoor is geen grondwetswijziging nodig. Als dit voorstel zoals verwacht wordt aangenomen, moet het kabinet hierover deze periode een oordeel geven.

Premier Balkenende verdedigde het kabinetsbesluit om nog geen standpunt in te nemen. Dat is volgens hem geen probleem, omdat het om initiatiefwetten van de Kamer gaat. „Het gaat nu even niet om de regering, maar om het parlement.” Dinsdag bespreekt de Tweede Kamer beide initiatieven.