Kabinet maakt de geesten rijp voor gevoelige ingrepen

Het tekort mag nu even oplopen, maar daarna zullen impopulaire maatregelen volgen.

Plotseling schakelt het kabinet-Balkenende IV naar een andere versnelling. De financiële crisis heeft Den Haag in haar greep en de geruststellende taal die premier Balkenende (CDA) en minister Bos (Financiën, PvdA) lang gebruikten, is losgelaten.

De premier had het gisteren op zijn persconferentie over „onorthodoxe stappen”, de minister van Financiën over alle opties, „inclusief het politiek onwaarschijnlijke”, die open staan om de crisis te bestrijden.

Vanwaar deze plotselinge ommekeer? Aanvankelijk meenden Bos en Balkenende immers dat de economie tegen een stootje kon en dat Nederland zich geen paniek moest laten aanpraten. Nog onlangs zei Bos dat het kabinet zich pas in het voorjaar over eventuele extra maatregelen zou buigen.

Achter de schermen zijn topambtenaren al een tijdje bezig. Een werkgroep onder leiding van de hoogste ambtenaar bij Financiën inventariseert wat de mogelijkheden zijn. Ook de Centraal Economische Commissie (CEC), bestaande uit topambtenaren en vertegenwoordigers van De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau, buigt zich erover.

Beide komen binnenkort met aanbevelingen. Naar verwachting worden het ingrijpende voorstellen, waarmee het kabinet vervolgens aan de slag moet. Vandaar dat de geesten nu vast rijp gemaakt worden om straks de bevolking én de coalitiepartners niet te overvallen. Deze week lekten, niet toevallig, al enkele mogelijkheden uit.

Op de korte termijn bestaat het probleem uit een begroting die volledig uit de hand loopt. Het optimisme van Prinsjesdag – een begrotingsoverschot – is weggevaagd. De inkomsten voor de schatkist lopen hard terug, de sociale uitgaven lopen op. Ook al houdt het kabinet vast aan de afgesproken uitgaven van het Rijk en in de zorg, dan nog is een tekort onvermijdelijk. Temeer omdat ook de steun aan de banken deels op de begroting drukt.

In tijden van een zich verdiepende crisis is het onverstandig volgens de begrotingsregels van het regeerakkoord te bezuinigen. Dat ziet het kabinet inmiddels wel in, al is de CDA-fractie daar nog niet van overtuigd.

Op de lange termijn blijft de noodzaak bestaan om de overheidsfinanciën beheersbaar te maken in verband met de vergrijzing. Vandaar dat de topambtenaren zoeken naar een uitruil waarbij op korte termijn een oplopend tekort wordt aanvaard en op de lange termijn ingrijpende maatregelen worden genomen die de overheidsfinanciën ‘vergrijzingsbestendig’ maken. Het kabinet lijkt nu al begonnen om hiervoor politiek massagewerk te verrichten.

Want op het gebruikelijke lijstje aanbevelingen om Nederland vergrijzingsbestendig te maken, staan onderwerpen die stuk voor stuk politiek gevoelig zijn. Ze werden bij de formatie dan ook als onbespreekbaar terzijde geschoven.

Voor de ChristenUnie is de afschaffing van de belastingkorting voor de niet-werkende partners van kostwinners (de ‘aanrechtsubsidie’) pijnlijk. Dit levert ongeveer evenveel op als verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar, een maatregel waartegen PvdA en CDA zich heftig verzetten. Aanpak van de hypotheekrenteaftrek is voor het CDA moeilijk verteerbaar en alle partijen hebben moeite met versobering van de uitgaven voor chronisch zieken en zorg via de AWBZ.

Crisistijden nopen tot inventiviteit. Als het in een veelomvattend pakket gebracht wordt – de begrotingsdiscipline tijdelijk loslaten en voor de jaren daarna maatregelen nemen – valt het wellicht aan de regeringspartijen te verkopen. De eerste politieke stap hebben Balkenende en Bos gisteren gezet.