'Ik ontbloot mijn ziel'

Sylvia Kristel (56) was in Colombia. Op een festival in de stad Barranquilla werd Emmanuelle gehuldigd. „Ik ben blij dat ik het lokale pretpoeder heb afgewezen.”

Donderdag 29 januari

Om zes uur ’s ochtends treffen mijn agente Henriëtte Hoogenboezem, mijn tolk Spaans Anita Brus en ik elkaar bij Iberia’s check in.

Tweeënhalf uur later blijkt onze vlucht vertraagd met vijf kwartier wegens stakende Franse vliegverkeersleiders. Hopelijk missen wij de aansluiting naar Bogotá niet. De wachtenden reageren gelaten op dit bericht. Het blijft rustig in de Heinekenhoek en na een half uur zijn we op weg naar Barrajas, het vliegveld van Madrid.

Van enige ontspanning is bij mij geen sprake: ik ken die vlieghaven en vrees een reis door de hel om de aansluiting naar Bogotá te halen. We rennen roltrappen op en af, nemen een bus naar de internationale terminal en rennen nog eens honderden meters. Eenmaal in de verlaten businessclass kom ik tot rust. De eerste tien uur kan ik languit lezen in Het verloren schaap van Murakami.

Geen films, geen muziek, alleen het zacht gesnor van de motoren. Waarom zitten Henriëtte, Anita en ik eigenlijk in dit vliegschip naar Colombia? Het draait allemaal om iets wat in Barranquilla het Carnaval Internacional de las Artes wordt genoemd, een film- en literatuurfestival dat dit jaar aan mij wordt opgedragen wegens de bijna mythische verering die ik nog steeds geniet als Emmanuelle.

We gaan een paar spannende dagen tegemoet. Emmanuelle wordt vertoond evenals Alice van Claude Chabrol en ook mijn animatiefilm Topor et moi zal te zien zijn.

In El País leest Anita over de Colombiaanse ambassadeur van Spanje. Hij heeft het weer eens over de FARC, de coca die ook het milieu verpest en noemt Colombia het meest onbegrepen land van de wereld. We zullen zien. Mijn zoon Arthur raadde me aan geen stap buiten het hotel te zetten. En dan is daar eindelijk Bogotá!

Als ik de roze koffer van Henriëtte zie ben ik gerustgesteld. Dan moeten de andere koffers er ook bij zitten en dat blijkt te kloppen.

Laatste etappe is een binnenlandse vlucht naar Barranquilla. Op deze vlucht zijn wij de enige Nederlanders. Ik tel de uren. We zijn toch al snel zo’n achttien uur onderweg. Na een paar uur staan we weer bij de bagageband. Henriëtte wijst me op een schattige blonde labradorpuppy die vastberaden op mijn handbagage afstevent. Al snel verdwijnt zijn hele snuit in een zijvak van mijn tas. We kijken het geamuseerd aan tot een vriendelijke man in een wonderlijke militaire outfit vraagt of ik iets aan te geven heb.

De schrik schiet me in de benen. Ik zou toch niet een vergeten zakje wiet in die tas hebben zitten? Maar het blijkt een geldhond met een speciale neus voor dollars. Ik laat de soldaat op zijn verzoek de envelop met inhoud zien. Hij vraagt me of dit alles is en na mijn bevestigend antwoord geeft hij mijn dollars terug en de hond krijgt een rode bal met een piepje als beloning.

Later vertelt Anita dat er ook cokehonden zijn, iets agressiever dan de geldhonden. Waarschijnlijk zijn de cokehonden verslaafd gemaakt. Grote kans dat we deze honden bij vertrek tegenkomen. Henriëtte bedenkt dat we onze koffers moeten laten sealen voor de terugweg.

We worden verwelkomd door de organisatoren van het festival en een fotograaf met wie ik niet blij ben op dit uur. En dan stoppen we eindelijk voor het vijfsterrenhotel El Prado. Het is groot, de zwart-wit betegelde gangen lijken oneindig. De binnenplaats heeft een prachtig zwembad, omringd door metershoge palmen. Een mix van oud en nieuw, koloniale weelde met een moderne touch.

In mijn suite van tachtig vierkante meter tref ik een oude ijskast gevuld met bier en water. Er ligt een roestige flessenopener bovenop in een mandje met een tandenborstel, een wegwerpscheermesje, een condoom en een paar Snickers. Op de grote eettafel een enorme schaal met kaas en druiven. Ik laat alles onder het plastic, verhuis een boeket met orchideeën en een carnavalsmasker naar een andere tafel en zet de airco met het geluid van een vliegtuigmotor uit. Val vervolgens volledig gekleed als een blok in slaap.

Vrijdag

We zien elkaar weer aan de ontbijttafel rond negen uur. Het blijkt het enige rustige moment van de dag. Er was ons een ‘vrije’ dag beloofd, maar daar komt weinig van terecht. Een interview voor El Tiempo, daarna een praatje voor de televisie. Vervolgens een tocht langs de modewinkels van Barranquilla, een bezoek aan de Countryclub en daarna weer een interview voor een plaatselijke krant met een vervelende fotograaf die niet van ophouden weet en na mijn terechtwijzing quasi beledigd afdruipt. We gaan vroeg slapen. De airco zet ik niet meer aan en in mijn dromen verschijnen carnavaleske figuren zoals Ensor ze schilderde.

Zaterdag

Op de tv de ophanden zijnde bevrijding van gegijzelden van de FARC. In het hotel lopen veel militairen rond. Het geeft me een veilig gevoel. Vanavond is mijn met veel fanfare aangekondigde optreden. De organisatie heeft ons Claudia gegeven en zij is een parel. We gaan weer naar de Countryclub voor een facial, manicure, pedicure en bezoek aan de kapper. Ik waan me in Palm Springs. Claudia vertelt de ene anekdote na de andere: van borsten die bijna uit elkaar springen van de tropische moedermelk tot vrouwen wier voeten dreigen te veranderen in varkenspoten omdat ze te veel varkensvlees eten. En dan de man die verliefd werd op een varkentje. Het magisch realisme van García Márquez zit ze hier in het bloed.

Er moet nog een interview voor de nationale tv gedaan worden. Een van de zalen van het hotel is veranderd in een studio. Een zestal filmlampen brandt en maakt dat mijn zorgvuldig opgemaakte gezicht in no time kletsnat is van het zweet. Ik trek het een en ander uit en dep mijn hoofd en hals met papieren servetten. De interviewer is een mooie erudiete man die me straks ook in het theater vragen gaat stellen. Dit is dus een opwarmertje...

Alles gaat gesmeerd. Het publiek in de zaal moet af en toe lachen om mijn zelfspot en klapt zich de handen stuk na afloop. Ik sta op van mijn rotan Emmanuelle stoel en om mij heen verschijnen dansers en carnavalsfiguren zoals een man zonder hoofd, Osama bin Laden en tropische vruchten.

Plots is het podium leeg en is het tijd voor Topor et moi. Mijn animatiefilm wordt ook hier goed ontvangen en blij vertrekken we naar La Cueva, het voormalig literaire café waar García Márquez en zijn vrienden elkaar ontmoetten.

We eten en drinken en dansen samen met Claudia en journalisten op de muziek van een miniversie van de Buena Vista Social Club, een Cubaanse band. Om twee uur keren we terug naar het Prado Hotel. Ik hang mijn kostuum op en slaap vrijwel onmiddellijk, blij dat ik het aangeboden lokale pretpoeder heb afgewezen.

Zondag

Dit is de dag voor families met kleine kinderen om toe te slaan in het zwembad van het hotel. We vluchten naar het strand voor de zonsondergang en hangen lui in ligstoelen met margarita’s.

Het diner in een Libanees restaurant is zinnenstrelend. Onze gastvrouw Claudia brengt haar dochter mee en een vriendin die Sylvia heet en sprekend op Bette Midler lijkt in woord en gebaar. Verder schuiven een kapper uit New York en een paar hippe jongelui aan. Mijn gedachten dwalen af naar Enschede waar ik op 5 februari sta met Wie weet overleeft de begeerte me. Het lijkt ver weg...

Maandag

We gaan naar Cartagena, een stad aan de kust omringd door vestingmuren. Claudia vraagt me om nog één interview te doen, werkelijk het laatste, voor een belangrijke glossy. En vooruit dan maar. De interviewer is gepassioneerd en stelt vragen die ik niet op de automatische piloot kan beantwoorden. Ik ontbloot mijn ziel (tekst uit Begeerte).

Dinsdag

Dag van vertrek. Om 9.00 uur gaan Henriëtte en ik naar het vliegveld.

De terugreis verloopt net zo moeizaam als de heenreis met belachelijk veel controles met of zonder honden.

Woensdag 4 februari

We zijn nog steeds onderweg en ik krijg buikkrampen. In Madrid drink ik cola in de viplounge en het valt Henriëtte op dat het vliegveld mooi, licht en efficiënt is nu je de weg kent. Haar liefdevolle en geestige aanwezigheid doen me goed.

Het was een mooie week. En nu naar Enschede met Lilou en Lotte, my sisters in crime, we vormen een mooi trio en hebben veel plezier. Komt het zien!