Gesjoemel met villabouw

De Romeinse villa was een machtssymbool. Met het ontwerp werd graag gerommeld. Leonie van Nierop

Thuis een muurtje doorbreken? Daarvoor deinst geen mens meer terug. Tweeduizend jaar geleden was dat voor de elite in Pompeï vloeken in de kerk, zo heilig achtte men het grondpatroon van klassieke huizen. Eenheidsworst, zo worden dit soort huizen tegenwoordig genoemd. Toch waren antieke architecten bereid tot kleine aanpassingen, blijkt uit het onderzoek van Noor van Krimpen. Onder veel archeologen bestaat het beeld dat de huizen van de Pompeiaanse elite zo waren gestandaardiseerd, dat er geen architect meer aan te pas hoefde te komen. Die aanname is volgens de net gepromoveerde archeologe “totale nonsens”.

Door een wiskundige analyse van de afmetingen van achttien Pompeiaanse huizen reconstrueerde Van Krimpen eerst het standaardontwerp. Aan de hand van afwijkingen hierop kwam ze vervolgens tot nieuwe inzichten in het sociaal gedrag van de elite. Zo ontdekte ze dat een van de huizen werd bewoond door iemand die we nu een nouveau riche zouden noemen. “Toen ik de maten en verhoudingen bestudeerde, bleek het huis een bijeengeraapt zooitje”, zegt Van Krimpen. Haar verklaring luidt dat de opdrachtgever het huis van een ander heeft gekopieerd, zonder daarbij een architect in de arm te nemen. “Dat hij brak met een heel sterke traditie is zo ongebruikelijk dat ik concludeer dat hij deze niet kende. Hoogstwaarschijnlijk probeerde hij tot een klasse te behoren waarin hij niet was geboren.”

Het merkwaardige is, dat juist dit huis door de meeste archeologen als het standaardmodel wordt beschouwd. Van Krimpen: “Veel onderzoekers hebben zich door de enorme afmetingen en een recente restauratie in de luren laten leggen. Men keek alleen naar de visuele aspecten, nooit naar de opbouw of maatvoering. Deze nieuwe benadering toont aan dat het juist geen typisch atriumhuis is.”

BINNENTUIN

In typische ‘atriumhuizen’ zijn de vertrekken aangelegd rondom het atrium; een ruime, overdekte binnenplaats met een gat in het dak om licht en regenwater binnen te laten. Daarachter werd dikwijls een omzuilde binnentuin (peristylium) aangelegd, ook met kamers eromheen. Dergelijke huizen waren in Pompeï toonaangevend - tot de vulkaan Vesuvius de Romeinse kolonie in 79 na Christus onder een aslaag bedolf. Op de rest van het Italische schiereiland bleef het atriumhuis nog eeuwen in zwang.

De Pompeiaanse samenleving was bijzonder competitief en het huis was een sterk wapen in de voortdurende strijd om politieke macht en sociaal aanzien. Het bood niet alleen bescherming, het had ook een belangrijke functie in de publieke sfeer omdat het enkele malen per dag werd opengesteld voor derden. De pater familias ontving bijvoorbeeld ’s ochtends in het atrium zijn cliënten, onderdanen of pachters die langskwamen om advies te vragen, rekeningen te betalen of hun gezicht te laten zien. Zijn vrienden of zakenrelaties ontving de huismeester, doorgaans aan het einde van de middag, in een mooie eet- of ontvangstruimte rond het peristylium.

Alles in het atriumhuis was erop gericht om bezoekers te imponeren en het aanzien van de familie te vergroten, aldus Van Krimpen. Dat gebeurde met kleurrijke wandschilderingen, luxe voorwerpen en door de architectuur van het huis. “Maar de vrijheid die wij kennen om een huis van binnen geheel naar eigen smaak in te delen, kenden de rijke Romeinen niet”, zegt Van Krimpen. De architecten van de atriumhuizen stonden in een sterke bouwtraditie en hun vrijheden werden beperkt door specifieke geometrische verhoudingen uit de klassieke wiskunde, vaste modellen en vaste regels. Zo moest een huis bijvoorbeeld heel duidelijk symmetrisch zijn.

Ondanks dit strenge bouwregime gaat een vergelijking met een Vinex-wijk hier mank. In Pompeï werd weliswaar net als op een Vinex-locatie naar één model gebouwd, maar dit gebeurde alleen voor de elite. Daarbij waren Pompeiaanse wijken zeer gemêleerd: de atriumhuizen stonden verspreid over de stad en boden behalve aan sjieke families ook onderdak aan een huishouding van slaven. Het proefschrift van Van Krimpen laat zien dat architecten – hoogstwaarschijnlijk in samenspraak met de opdrachtgever - ook sjoemelden met het onderliggende basisontwerp om zo mogelijk nog meer ontzag in te boezemen. Zo ontdekte Van Krimpen dat twee buurmannen samen één gevel bouwden, waarachter hun beider huizen schuilgingen. Van Krimpen: “Volgens mijn interpretatie wilden ze hun veel rijkere buurman de loef afsteken.”

Het atriumhuis was een visitekaartje met één duidelijk doel, zegt de archeologe. “Het constant voelbaar maken van de hiërarchische verhoudingen.” Dit gegeven biedt volgens Van Krimpen antwoord op veel vragen. “Het dak boven het atrium bijvoorbeeld is eigenlijk niet logisch omdat het veel licht tegenhoudt.” Daar moet dus een sociale betekenis achterzitten, denkt Van Krimpen.

“Mijn interpretatie is dat het peristylium, dat de elite vanaf de tweede eeuw voor Christus naar Grieks voorbeeld achter het atrium bouwde, de dynamiek in het huis veranderde. Met het binnenhof werd een lichtbron toegevoegd. Als je in het donkere gedeelte van het huis binnenkwam, zag je meteen de tuin. Niet voor niets waren daaromheen de deftige vertrekken, die men alleen op uitnodiging mocht betreden. Het groen, badend in de zon, zag er enorm aantrekkelijk uit.” Dat wekte verlangen naar macht en rijkdom en stimuleerde het plebs de relatie met hun heer te versterken, meent van Krimpen. Ook al waren de duurste vertrekken onbereikbaar. “De schijn ophouden, daar draaide het allemaal om.”