Geen eerherstel met eredoctoraat

De Partij voor de Vrijheid trekt zich het lot van Wouter Buikhuisen aan. Vorige week vroeg het Kamerlid Martin Bosma schriftelijk aan minister Plasterk (onderwijs, PvdA) of hij de Leidse Universiteit er niet toe kon brengen de oud-hoogleraar een eredoctoraat toe te kennen. De suggestie kwam van kinderpsychiater Theo Doreleijers in de wetenschapsbijlage van 24 januari. Die vond dat de destijds omstreden criminoloog vroeg op het juiste spoor zat met zijn nadruk op biologische factoren achter anti-sociaal gedrag.

Bosma hekelt nu “de infame strijd van het linkse actiewezen” destijds, de “haatcampagne van progressief Nederland”, “geleid door” Hugo Brandt Corstius en Kees Schuyt. “Linkse orthodoxie” belette de academische vrijheid, meent hij.

Plasterk antwoordde deze week dat het verlenen van eredoctoraten geen kabinetsbevoegdheid is. Hij wil ook niet aandringen bij universiteitsbesturen. Rondom Buikhuisen is bovendien “een maatschappelijk discours ontstaan dat een genuanceerder beeld geeft dan destijds”. Eredoctoraten zijn ook ongeschikt voor eerherstel, “zo van dit laatste al sprake zou moeten zijn”. Plasterk betreurt de commotie uit midden jaren 70 en 80 wel, maar hij herinnert zich ook “nogal wat kritiek op zijn methodologie, waarin ook (jeugdige) proefpersonen een belangrijke rol speelden”. Verder wist de hoogleraar zijn ideeën “niet te vertalen in een samenhangend onderzoeksprogramma”. Dit “ondanks een ruim onderzoeksbudget”. Beetje eigen schuld dus.

En die polemisten van destijds? Daar krijgt de PVV een koekje van eigen deeg. Die “moeten worden bezien in het licht van één van de grootste verworvenheden van de moderne democratie, namelijk de vrijheid van meningsuiting”.