Ervik als gangmaker Noors schaatsteam

De Noorse schaatser Eskil Ervik, in 2007 gestopt, kondigde onlangs zijn comeback aan. Samen met Håvard Bøkko wil hij de Noren volgend jaar leiden naar olympisch succes.

In het schaatsershotel in Hamar waant Eskil Ervik zich aan de vooravond van het WK allround terug bij het EK van 2006, het vorige internationale allroundtoernooi in het Vikingskipet. „Je kent de gezichten, voelt de spanning”, zegt de 34-jarige Noor, die in 2007 stopte met schaatsen en tegenwoordig algemeen manager is van Storhamar Dragons, de plaatselijke ijshockeyclub.

In 2006 was Ervik gereed om de Noorse fans hun eerste internationale allroundtitel te bezorgen sinds Johann Olav Koss. „Met kerst vloog ik bij het nationaal kampioenschap, ik reed 13,29 op de tien kilometer, op een buitenbaan. Daarna heb ik hard doorgetraind, met het oog op de Olympische Spelen van Turijn. Maar ik wilde ook het EK winnen. Toen heb ik mezelf echt pijn gedaan. We moesten zondag drie afstanden rijden doordat de vriesmachines op zaterdag stuk gingen. Op de vijf kilometer wilde ik de laatste drie rondes alles geven om Enrico Fabris te verslaan. Het lukte niet, ik werd uiteindelijk tweede. En twee dagen later was mijn lichaam nog steeds helemaal kapot.”

Typisch een staaltje pure topsport waar Ervik bij de kenners om bekend stond. Als enige durfde hij op een vijf kilometer nóg sneller te vertrekken dan Sven Kramer of daarvoor al Gianni Romme. Geen enkele angst om tegen een muur te rijden en kapot te gaan. „Pijn mag geen rol spelen als je wil winnen.”

Zelfs voor Ervik kwam de grens. „Het jaar na Turijn was ik superfit. Ik dacht aan tijden van 6.10 op de vijf kilometer, zag geen plafond. Maar jongens als Kramer en Håvard Bøkko begonnen zich te verbeteren op de sprint.

„Ik besefte dat er bij allroundtoernooien voor mij niets meer te halen viel. Vijfde, derde en tweede was ik al geweest. Ik had al langer pijn in mijn rug, en had geen motivatie meer om daartegen te vechten.” Zijn laatste races voltooide hij met de handen op de knieën. „Daar wil ik liever niet aan terugdenken.”

Toch kondigde hij onlangs aan na drie jaar zijn rentree te willen maken, volgend seizoen op de olympische ploegachtervolging. „Met mijn resultaten als allrounder kan ik achteraf vrede hebben. Bij drie van mijn vier grote toernooien in het Vikingskipet haalde ik het podium. Het EK in 2000 had ik moeten winnen, maar goed. Wat me van 2006 vooral irriteert is dat ik door dat EK ook mijn olympische kansen om zeep hielp. Net als in 2002 kon ik op de Spelen weer niet mijn beste races laten zien. Dat is de reden dat ik nu terugkom.”

Aanleiding was een telefoongesprek eind december met Peter Mueller. De Noorse bondscoach zag zijn ploeg de laatste jaren kleiner worden doordat een aantal oudere schaatsers stopte. Ook kozen sommigen, zoals Maren en Sverre Haugli, ervoor om in de eigen regio te trainen. Kopman Bøkko verbetert zich onder de Amerikaanse coach al vijf jaar en er komen grote talenten aan, zoals Bøkko’s zusje Hege, Frederik van der Horst en de pas 16-jarige Sverre-Lunde Pedersen. Maar met de Spelen van Vancouver in aantocht, zoeken de Noren meer ervaring.

„Ons team kan Biff [Erviks bijnaam, uit de film Back to the Future] goed gebruiken”, zegt Mueller. Samen met Bøkko en misschien wel Pedersen zijn de Noren volgens hem medaillekandidaat in Vancouver. „En Eskil is fysiek ijzersterk. Hij kan ervoor zorgen dat het niveau van de zomertraining voor Bøkko nog hoger wordt.”

Ervik bleek gevoelig voor de argumenten van zijn oude coach. „Peter heeft veel goeds gedaan voor het Noorse schaatsen. Sommigen [zoals oud-toppers Koss en Søndrål, red.] hebben wat kritiek gehad, maar kennen de ins en outs niet. De pers heeft mij ook gevraagd toen ik was gestopt, maar ik heb me altijd van commentaar onthouden.”

Makkelijk was het niet om afstand te nemen. „Mijn leven was altijd gericht op een paar pieken per jaar, die doelen vielen ineens weg”, zegt hij. „Ik trainde soms nog wel, maar voelde me nooit lekker. Dan rende ik een heuvel op, maar stopte al voor de top. Waarom zou ik doorgaan? Terwijl ik vroeger altijd iets extra’s deed. Ik moet zeggen: de laatste weken ren ik weer langer door. Fysiek is het geen probleem om terug te komen. Kijk naar Lance Armstrong. Het gaat erom dat je mentaal de knop kunt omzetten.”

Vanaf 1 januari traint hij bijna dagelijks met de Noorse ploeg in het Vikingskipet. Zijn planning? „Ik heb nu twee jobs, dat is zwaar. En er ligt hier na het WK nog maar een week ijs, daarna zal ik verder moeten op de oude buitenbaan. Geen probleem, het gaat me nog niet om snelheid. Mijn eerste doel is om weer in de schaatsboeken te kunnen rijden, de fitness op te voeren. Voor mezelf wil ik op 1 juni een goed niveau hebben, om hard te kunnen werken in de zomer, en een paar wedstrijden te rijden op de drie kilometer.”

Dat is de afstand waarop Ervik met 3.37,28 (Calgary 2005) nog altijd wereldrecordhouder is. „Ja. Maar zo voel ik me momenteel nog niet.”