Eerst was er het gevoel

Doordat moeders kinderzorg met anderen deelden, zijn wij sociaal geworden, zegt antropologe Sarah Hrdy. Hendrik Spiering

M et het menselijke moederinstinct heeft ze al afgerekend, de antropologe en primatologe Sarah Blaffer Hrdy. Want die vermeende totale zelfopoffering van de mensenmoeder was gewoon een patriarchale mythe. Typisch menselijk is juist dat mensenvrouwen hulp van anderen (‘allomoeders’) nodig hebben bij de verzorging van hun kinderen, schreef Hrdy in haar boek Mother Nature (1999).

En nu, in haar nieuwste boek Mothers and others, dat in april verschijnt, maakt Hrdy korte metten met een ander dogma: dat ons enorme brein het grote verschil met de dieren uitmaakt. Dat brein komt pas op de tweede plaats. Want, zo betoogt de Amerikaanse, de mens had 1,5 miljoen jaar geleden nog geen taal, en geen scherp verstand. Maar hij was in invoelend vermogen en sociaal instinct al helemaal als wij nu. Pas met het grote brein, dat later kwam, werd hij helemáál zoals wij nu. Niks verstand als alleen zaligmakend onderscheid met de chimpansees. En dat bijzondere sociale gevoel danken we aan ons coöperatieve voedings- en verzorgingssysteem. Aan de allomoeders.

Het verschil tussen mens en aap is groot. “Als ik in een vliegtuig zit, en zie hoeveel moeite mensen in die kleine ruimte doen om rekening met elkaar te houden, stel ik me wel eens voor hoe dat zou gaan met chimpansees of andere mensapen. Dat zou enorm tumult en grote verwondingen opleveren, op zijn minst een paar afgebeten vingers. Maar wij geven een zakdoekje aan de passagier naast ons die ineens ziek wordt – ook als we hem irritant vinden. Ik ben altijd verrast door die sterke impuls van mensen om een ander te helpen”, vertelt Hrdy in een hotellobby in Amsterdam. Vorige week was ze in Nederland omdat de Utrechtse Universiteit voor Humanistiek haar een eredoctoraat heeft toegekend.

Delen zit diep in de mens. Geld uitgeven voor andere mensen maakt gelukkiger dan geld uitgeven aan jezelf, zo citeert ze recent onderzoek. En het is nog nuttig ook. Etnografen hebben uitgerekend dat jagers-verzamelaars in Zuid-Amerika door onderling te delen periodes van extreme honger terugdrongen van 27 tot 3 procent van de tijd.

Dat de mens uniek is door dat sociale gevoel, is geen nieuw idee. Maar andere antropologen zien dit vaak als een evolutionair gevolg van de strijd tussen primitieve mensengroepen. In de oorlog met de naasten zou die uitzonderlijke interne saamhorigheid goed van pas zijn gekomen, is de gedachte. En in meer vredelievende theorieën wordt de uitzonderlijke groei van het menselijk brein gezien als een ontwikkeling die parallel verliep met het sociale systeem. Dat verstand hadden we nodig in de steeds complexer wordende sociale strijd in de groep. Ons brein zou dus een machiavellistisch brein zijn.

Maar volgens Hrdy zijn dat allemaal latere ontwikkelingen. Want eerst was er het gevoel voor de ander, en pas veel later het scherpe verstand. En pas nog veel later kwam de oorlog.

De basis is dat mensenkinderen al direct na de geboorte moeten zien te overleven in een gemeenschap. Hrdy: “Bij andere mensapen geeft de moeder haar baby onder geen enkele voorwaarde uit handen, maar bij mensen in ‘natuurlijke’ omstandigheden is dat heel normaal. Bij jagers-verzamelaars zijn overdag baby’s 25 tot 85 procent van de tijd in handen van anderen dan de moeder. Soms de vader, en heel vaak de grootmoeder of andere familieleden. Mensen groeien op in een soep van gevoelens en verlangens van anderen.”

En dat kinderen een veelvoud van verzorgers zien en kennen, heeft een ingrijpende psychologisch effect. Mensapenbaby’s kunnen zeker zijn van de totale toewijding van hun moeders. Mensenkinderen niet, die richten zich dus ook op anderen. Heel veel kenmerken van baby’s (het bolle gezicht, de gulle lach) zijn er al op gericht om lief en aardig te worden gevonden, maar het gaat verder dan dat. Hrdy: “Mensenbaby’s moeten voortdurend het gedrag van anderen in de gaten houden. Wordt er nog wel goed genoeg voor mij gezorgd? Kinderen die dat goed kunnen, hadden grotere kans te overleven bij die eerste mensen. Bij moderne westerlingen is vastgesteld dat het inlevingsvermogen van kinderen zich sneller ontwikkelt wanneer ze oudere broers of zusters hebben en ook wanneer ze meerdere verzorgers hebben.”

De noodzaak om zich op meer mensen dan alleen de moeder te richten, veranderde bij de primitieve mensenzuigelingen ingrijpend de emotionele ontwikkeling en het versterkte hun sociale instinct. Je ziet het al bij chimpansees die door mensen worden opgevoed. Door die intens sociale omgeving ontwikkelen die zich al tot betere gedachtenlezers dan gewone mensapen.”

Wanneer dit gezamenlijke voortplantingssysteem met de bijbehorende sociale gevoeligheid precies ontstond, is onbekend. Maar Hrdy vermoedt dat het ten tijde van Homo erectus was, de eerste mensachtige die in gestalte al sterk op de moderne mens leek, maar nog kleinere hersenen had. Dat was 1,8 miljoen jaar geleden. Hrdy: “Daarvóór was de man veel groter dan de vrouw. Met Homo erectus worden man èn vrouw groter, maar de vrouw veel meer. Waarom? En waar haalde ze al dat eten vandaan om groter te worden? Haar baby’s werden ook veel groter. Daar moet iets veranderd zijn in de voedselvoorziening, en vooral in die van de vrouwen.

“H. erectus had al grotere hersenen dan zijn voorgangers, maar dat was voor een belangrijk deel te verklaren doordat zijn hele lichaam nu eenmaal groter was. De echt grote menselijke hersengroei (bij even groot lichaam) komt pas met Homo heidelbergensis, ca. 500.000 jaar geleden, de gemeenschappelijke voorouder van de moderne mens en de Neanderthaler.”

Hoe kwam u op het idee dat je emotioneel best modern kon zijn zonder een groot verstand te hebben?

Hrdy: “Dat komt vooral door Judith-Maria Burkart, een leerling van de Nederlandse primatoloog Carel van Schaik die nu in Zürich werkt. Burkart werkt aan marmosets [zijdeaapjes], kleine halfaapjes met een brein zo groot als een walnoot. Heel andere dieren dan mensapen, en echte collective breeders, waarbij kinderen niet alleen door de moeder worden verzorgd en gevoed. Ik wist al wel dat die diertjes een geefneiging hadden, maar Burkart ontdekte veel meer. Marmosets kijken elkaar recht in de ogen, echt uniek voor apen. En als volwassen marmosets aan kinderen voedsel geven maken ze heel speciale geluidjes. Ze nemen zelfs giftig voedsel weg als kinderen dat willen eten en ze maken een speciaal geluidje als ze voedsel geven dat wél geschikt is. Het is bijna een vorm van onderwijs. Deze combinatie van geven, onderlinge tolerantie en het delen van voedsel en informatie zijn allemaal gevolgen van hun gezamenlijke voedings- en zorgsysteem. Je ziet het in mindere mate ook bij kapucijnaapjes, die een geringere maar wel evidente samenwerking bij het grootbrengen van jongen hebben. Dit soort gedrag ontstaat dus door dat collective breeding! Je hebt er geen groot brein voor nodig.

“En er waren ook heel andere effecten: gezamenlijke voortplanters in de dierenwereld kunnen in dezelfde tijd meer kinderen grootbrengen. Omdat de geboorten elkaar sneller kunnen opvolgen en omdat gemeenschappelijke voedselvoorziening een verzekering vormt tegen hongersnood. En ze kunnen daardoor ook overleven in veel meer verschillende landschappen. Dat is precies de evolutionaire geschiedenis van de mens! Homo erectus verspreidde zich al heel snel vanuit Afrika helemaal tot in Oost-Azië.”

Hoe heeft ooit die overgang kunnen ontstaan naar gezamenlijke voortplanting, waarom vertrouwden moeders ineens wel hun kinderen aan anderen toe?

“Ik ben ervan overtuigd dat het is begonnen met een matrilokaal systeem: dat de moeders bij hun eigen familie bleven. Dan kent ze alle anderen, haar eigen moeder is nabij. In een patrilokaal systeem, waarin de vrouw verhuist naar een andere groep – en dat alle andere mensapen hebben – moet de moeder beginnen in een vreemde omgeving. Dan is vertrouwen moeilijk.”

In uw visie blijft er weinig over van de oude evolutionaire heldenrol van de mannelijke Homo erectus die toen voor het eerst als jager voor zijn eigen gezin zou zijn gaan zorgen.

“Ach ja, dat kerngezin is pas ontstaan in onze grote steden, na de uitvinding van de landbouw. Maar de menselijke liefdesband tussen man en vrouw, de pair bonding, is wèl heel oud, zo oud als Homo erectus , denk ik. Het punt is alleen dat die paarvorming heel flexibel is en zich ook altijd zal hebben afgespeeld in een uitbreid familiekader. De mensenmoeder heeft gewoon alle hulp nodig die ze kan krijgen en dat kan van de vader komen, maar ook van een ander.

“Er zijn veel problemen met vaders. Ik zeg niet dat ze onbelangrijk zijn, maar ze zijn onbetrouwbaar. Ze gaan dood, ze verdwijnen. En nog, kijk om je heen: er zijn vaders die alles over hebben voor hun kinderen en er zijn er die zich totaal niet interesseren voor hun kinderen. Natuurlijk, vaders blijken zelfs fysiologisch te worden voorbereid voor kinderzorg. Als ze in nabijheid van zwangere vrouwen leven stijgt bijvoorbeeld hun prolactine-niveau: het zorghormoon. Een allomoeder kan best een man zijn. Maar het is geen constante factor.”

Maar het vlees dat hij meeneemt van de jacht is toch niet onbelangrijk?

“Nee. Het is ook zo dat vlees belangrijk is, het voortplantingssucces bij jagers-verzamelaars hangt samen met die hoeveelheid vlees. Maar er is ook iets geks bij àlle jagers-verzamelaars: wanneer een groot stuk wild wordt gedood, dan wordt dat met de hele groep gedeeld. Niet alleen de eigen vrouw en kinderen profiteren daarvan. In ons hyperindividualistische Westen wordt al heel lang niet meer gedeeld. Maar bij jagers-verzamelaars is het heel normaal. “En een ander groot probleem bij jagen is dat de opbrengst onvoorspelbaar is. Er is vaak niet genoeg. Het verzamelen van vruchten en het opgraven van wortels door de vrouwen levert een veel constantere stroom voedsel op. Daarmee kan je een kind iedere dag voeden. Of er vlees komt is onzeker. ”

Hoe zou die emotioneel moderne Homo erectus zich hebben gedragen, zonder taal, maar wel invoelend? Als een klein kind?

“Nou nee, ik denk gelijk aan die marmosets. Aan de manier waarop zij voedsel aan hun kinderen geven. Dat is echt geven, en niet stilzwijgend toestaan dat ze pikken, zoals bij chimps. Je zou bijna kunnen zeggen dat zo’n halfaapje emotioneel moderner is dan een chimpansee, maar die is cognitief veel verder. Ik stel me een mensaap voor met de verstandelijke vermogens van een chimp die je opvoedt als een marmoset. Dan krijg je de eerste mensen.”

Hoe lief was dat leven toen? Soms lijkt u een feministisch paradijs te schetsen, maar u benadrukt óók de aangeboren competitie van primaten.

“Het kan er bij coöperatieve voortplanters keihard aan toegaan. Bij marmosets vermoorden zwangere vrouwen andere kinderen als ze de kans krijgen, want des te meer zorg krijgt straks haar eigen baby! Maar over de competitie tussen vrouwen is in de literatuur over jagers-verzamelaars vrijwel niets bekend. Pas nu komt daar aandacht voor. Het is duidelijk dat ‘emotioneel modern’ niet betekent dat je altijd aardig bent voor iedereen.”

Net als Mother Nature eindigt u ook uw nieuwe boek somber, met de mogelijkheid dat de huidige mens door de andere opvoeding van kinderen dat empathische gevoel weer kwijtraakt.

“Ja, we zien het verval van de grote familie. Er is niet meer genoeg allo-moederschap. Er zijn wel veel crèches, maar die zijn meestal niet goed genoeg omdat bijvoorbeeld de leidsters te snel wisselen. Het is cruciaal dat kinderen een sterke emotionele band met hun allomoeders opbouwen. Dat is niet meer vanzelfsprekend.

“De evolutie gaat verder. Ik denk dat wij inmiddels een ander temperament hebben dan de eerste volledig moderne mensen die 150.000 jaar geleden leefden. Die hechtten er waarschijnlijk meer belang aan om goed met elkaar om te gaan dan wij nu doen. Allicht was er geweld, dat houd je altijd met primaten. Maar er was geen oorlog met andere groepen. Misschien is de empathische fase in de evolutie van de mens al weer bijna voorbij.”

Sarah Blaffer Hrdy, Mothers and Others. The Evolutionairy Origins of Mutual Understanding, 432 blz, ca. $30, verschijnt in april bij Harvard University Press. Een Nederlandse vertaling verschijnt volgend jaar bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.