Een tong als herinnering

Voorstelling: Saint Amour. Gezien 6/2, Stadsschouwburg Utrecht. Tournee t/m 16/2, zie www.begeerte.be***

Ingetogen. Dat is het woord voor de vierde editie van Saint Amour, het literaire programma over liefde en lust, dat vrijdag neerstreek in de Utrechtse Stadsschouwburg. Het recept is beproefd: beroemde schrijvers lezen voor uit werk waarin de liefde in al haar verschijningsvormen centraal staat. In Vlaanderen, waar de tournee al aan haar zestiende editie toe is, kan Saint Amour bogen op een trouwe aanhang. En ook in Nederland groeit de populariteit van de literaire liefdeskaravaan die traditiegetrouw rond Valentijnsdag door het land trekt. Maar waar in vorige edities nog de kutgedichten van Jules Deelder en de porno van Gerrit Komrij het publiek de nodige schaterlach bezorgde, zijn in deze editie serieuze bespiegelingen over de liefde verreweg in de meerderheid. De enige uitzondering vormt Remco Campert (79) die, ondanks zijn leeftijd die het dubbele is van veel van zijn collega’s, met twinkeloogjes zijn lichtvoetige verhaal Het (seks natuurlijk, en wel voor de eerste keer en dan ook nog met het meest sexy meisje van de klas) ten gehore bracht.

Zo niet de jonge garde. Dichters als Hagar Peeters en Jan-Willem Anker benaderen de liefde en begeerte met fluwelen handschoenen. Op zijn slechtst komt daar een hoop maanlicht en gevoelige oogopslagen aan te pas. Het was dan ook enerzijds de avond van de eenvoudige huiselijkheid; ,,Ik verheugde me erop ’s avonds naast haar in slaap te vallen () Wat is het makkelijk om gelukkig te zijn” (Vincent Overeem).

Maar anderzijds bracht de avond ook aangrijpende, breekbare momenten. Peter Verhelst dichtte over een uitputtende, allesverslindende liefde die, eenmaal geconsumeerd, de ik-figuur transformeert in „iets tussen dier en god in”. Hagar Peeters verwoorde de rare kronkels die ook eigen zijn aan de liefde, dat bijvoorbeeld „een tong een herinnering aan een gezicht kan zijn”.

Saint Amour presenteert haar dichters op een gouden schaaltje. Met smaakvolle belichting en videoschermen met dromerige beelden. Regisseur Luc Coorevits benadert het programma dan ook niet als een voorleesavond, maar als een theatervoorstelling. Ook al houden mensen van boeken en gedichten, als ze in een theater gaan zitten zijn het geen lezers meer, maar luisteraars en toeschouwers, vindt hij. Alles moet verzorgd zijn en het comfort zo groot, dat ze pure schoonheid kunnen ervaren.

Die echte, pure schoonheid kwam pas helemaal aan het eind van de avond, toen Erwin Mortier zijn opwachting maakte. De Vlaamse schrijver las bijna fluisterend voor uit zijn vorig jaar verschenen roman Godenslaap. Een jonge vrouw roept in haar gedachten het lichaam van haar geliefde, een Britse officier op. Elk detail komt aan bod, tot aan de schaamhaar die ze uit zijn tanden pulkt. Dit, zo besluit ze, is allesomvattende schoonheid: Als er dan toch een eeuwigheid bestaat, goeie God, geef me dan deze.