De nieuwe buren van Willem-Alexander en Máxima

Machangulo, het Mozambikaanse schiereiland waar kroonprins Willem-Alexander en zijn vrouw een vakantiehuis laten bouwen, is, zoals de brochure van het project stelt, ‘ongerept gebied’. De bewoners willen maar al te graag dat dit verandert.

Ze wringt het grijze water uit het wasgoed en legt de bundeltjes in het gras aan de waterkant. Angelina Abid heeft haast, het is drie uur ’s middags, ze is op twee uur loopafstand van huis en voor de avond valt moet er eten op tafel staan voor haar gezin met acht kinderen. Ze komt net van haar machamba, het stukje land waar ze maniok verbouwt en zoete aardappels. De Mozambikaanse die aan een van de meertjes op het schiereiland de was doet, heeft dan ook maar heel even tijd om te praten.

Ze is geboren en getogen op Machangulo. Een half jaar geleden had niemand in Nederland ooit gehoord van deze landtong in de Indische Oceaan, maar daar kwam verandering in sinds Willem-Alexander en Máxima bekendmaakten dat zij op dit plekje in het zuiden van Mozambique hun vakantiehuis gaan bouwen. Zij kochten zich in in Panorama, een bouwproject dat voorziet in de bouw van 120 huizen op Machangulo, deels aan de kust en deels rondom de meren, en een luxehotel met 240 bedden.

Dat de Mozambikaanse Angelina koninklijke buren krijgt, daar is ze zich niet van bewust. Wat ze wel weet, is dat het leven op het totaal onderontwikkelde schiereiland veranderde sinds de Zuid-Afrikaanse projectontwikkelaar er zijn oog op liet vallen. ‘Mijn man was vroeger altijd ver van huis, hij werkte in Beira in de haven en we zagen hem zelden’, legt ze uit, doelend op de tweede stad van het land op zevenhonderd kilometer ten noorden van Machangulo, praktisch een wereldreis voor een onbemiddelde Mozambikaan. ‘Maar nu is hij terug. Hij rijdt hier op de tractor voor Panorama en verdient zo zijn salaris. We hebben geld, dat hadden we voorheen vaak niet.’

Ook al ligt het schiereiland van 160 km2 op nog geen vijftig kilometer van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo, de economische ontwikkeling heeft dit gebied bijna volledig overgeslagen. De geldeconomie is er pas een vrij recent fenomeen. Oudere inwoners herinneren zich nog de tijd dat hun wereld maar vier winkeltjes telde waar je suiker of lappen stof kon kopen, geïmporteerd uit de stad. Omdat de meeste inwoners geen geld hadden, ruilden de winkeliers – veelal kooplieden van Indiase herkomst – hun koopwaar voor wat de inwoners te bieden hadden aan vangst of pluk. Cashewnoten, garnalen of zaden van de Mafurra-boom waaruit olie geperst kan worden, waren een gebruikelijk betaalmiddel. Tot in de jaren tachtig kende het schiereiland voornamelijk een ruileconomie.

Helikopter

Machangulo mag vlakbij de hoofdstad van het zuidelijk-Afrikaanse land liggen, je reist er niet een-twee-drie heen. Het kroonprinselijk paar charterde een helikopter om vanuit Maputo naar het schiereiland te vliegen, maar voor gewone stervelingen heeft de tocht meer voeten in de aarde. Het olifantenreservaat dat tussen de Mozambikaanse hoofdstad en het schiereiland in ligt, kent nauwelijks wegen. Zelfs met een stevige fourwheeldrive zou je een dag onderweg zijn en wellicht een wandelende nier oplopen van het geschud en geschok over het ruwe terrein. De beste reisoptie is dan ook over water. De houten dhows van de lokale bevolking doen er als de wind goed staat een uur of vier over om de oversteek naar Maputo te maken, vaak moeten de schippers aan de overkant een nacht doorbrengen op de boot voordat ze terug naar huis kunnen varen.

Een andere mogelijkheid is via Inhaca, het eiland dat voor de kust van Maputo ligt, al veel eerder door de toeristische industrie werd ontdekt en waar zelfs dagelijks een propellorvliegtuigje heenvliegt. De meest zuidelijke punt van Inhaca ligt op zo’n tweehonderd meter van het noordelijkste puntje van Machangulo, maar de korte oversteek is niet zonder gevaren. De nauwe opening heet niets voor niets de poort van de hel, Porta do Inferno. Het zeewater van de Indische Oceaan pompt zich met zo’n kracht door dit hellegat dat menig scheepje er al verging.

De slechte bereikbaarheid van Machangulo is er de oorzaak van dat het duingebied grotendeels ongerept is gebleven. De uitbaters van Panorama maken dan ook reclame met de maagdelijke kustlijn en de rust in het natuurgebied. Urenlang kun je dwalen over de paadjes over de hoge, dicht-begroeide duinen tussen de platkroon- en mangobomen zonder een ander levend wezen tegen te komen dan een slapend geitje in de berm en twee mestkevers die het zandpad oversteken.

De westkust van het schiereiland is begroeid met mangrovebomen, waarvan de luchtwortels soms tot je schouders reiken. Bij laag tij ontstaan er weggetjes tussen de bomen waarover je je weg kunt vinden, als je tenminste weet wanneer het weer vloed wordt en de modderige paadjes onderlopen. De wortels van de mangrove produceren zoveel zuurstof dat je hoofd er tijdens de wandeling licht van lijkt te worden en je gedachten glashelder.

De oostzijde beantwoordt meer aan het beeld van het klassieke bountystrand, en het is dan ook voornamelijk langs die kust dat de vakantiehuizen van Panorama gebouwd worden. In het azuurblauwe zeewater kun je soms dolfijnen in de golven zien spelen en zeeschildpadden graven op het strand hun eieren in.

Hoewel officieel in Mozambique binnen honderd meter van de vloedlijn geen huizen mogen staan, zijn er aan het strand al lodges te ontwaren. Een Zuid-Afrikaanse familie die net is aan komen varen, nuttigt in korte broek de lunch op het houten terras dat grenst aan het zand. Ook de bouwsels van Panorama kregen een ontheffing voor deze honderd-meterregel. Het effect dat het miljoenenproject zal hebben op de natuur is dan ook een punt van zorg.

Mia Couto is ’s lands bekendste schrijver en tevens bioloog. Zijn milieuadviesbureau in Maputo schreef in de jaren negentig al eens een rapport over de risico’s en kansen van het toeristisch uitbaten van Machangulo. ‘Dit gebied is ecologisch heel bijzonder’, legt de Mozambikaan uit. ‘De zandduinen zijn de hoogste begroeide duinen ter wereld, op sommige punten ruim 120 meter hoog. Bovendien groeit er een groot aantal endemische plantensoorten.’ Unesco overwoog zelfs het gebied op de Werelderfgoedlijst te plaatsen.

Zo’n duingebied, doorspekt met meertjes met brak water, kent een precair ecologisch evenwicht, vervolgt de bioloog. ‘Het overlevingspatroon van de lokale gemeenschap is afgestemd op de natuurlijke processen. Zo zijn er vaste seizoenen voor de jacht en de visserij. De bevolking gelooft dat degene die buiten het seizoen op jacht gaat door de bliksem getroffen zal worden of ’s nachts zal worden opgezocht door wilde dieren. Deze in mythische gedaanten geklede wijsheden zorgen ervoor dat de voortplantingsseizoenen van de diersoorten worden gerespecteerd.’ Een andere traditie is dat vruchtdragende bomen nooit zullen worden geveld om als brandhout te dienen.

Met de komst van nieuwe bewoners zou het evenwicht in dit dunbevolkte gebied kunnen worden verstoord: ‘De hoofdstad is dichtbij en een dergelijk project zal zijn aantrekkingskracht hebben op mensen uit de stad. Maar een hogere concentratie bewoners zal een zware wissel trekken op de natuurlijke bronnen, zeker als deze stedelingen niet de tradities en gebruiken respecteren van de lokale bevolking.’

De bouwwerkzaamheden zelf hebben ook hun effect op de natuur. Zo kan de aanleg van wegen het ragfijn vertakte stroomstelsel van het oppervlaktewater onderbreken dat de basis is voor alle leven in het gebied. En waar moet uiteindelijk al het afval heen dat zoveel extra toeristenbewoners zullen produceren? Op al deze vragen heeft Panorama al een antwoord moeten geven. Mozambique kent een uitgebreide milieuwetgeving, en ook voor dit project moest een lijvig rapport worden aangeleverd dat aantoonde dat het milieu niet onevenredig te lijden zou hebben. De vraag is alleen of de Mozambikaanse overheid de middelen heeft om de realisering ervan af te dwingen. ‘Een milieueffectrapportage kan geweldig zijn uitgevoerd, maar als er geen controle is op de uitwerking ervan, dan heeft zo’n studie weinig betekenis. Dan hangt het af van de integriteit van de uitvoerders.’

Evengoed zal de bioloog niet pleiten voor het dan maar ongemoeid laten van het schiereiland. De romantiek van het ongerepte natuurgebied vervaagt als je de kijkt naar de keiharde realiteit van het bestaan van de mensen op het schiereiland. Machangulo is een van de minst ontwikkelde regio’s van het land. De straatarme bevolking heeft alle belang bij economische ontwikkeling en ontsluiting van het gebied: ‘We kunnen niet voor eeuwig de isolatie van een dergelijk onontgonnen natuurgebied koesteren, want juist die isolatie is de oorzaak van de onderontwikkeling.’

Omheining

Een geelgroene tractor trekt de elektriciteitspaal overeind in de kuil die door de vijf mannen er omheen is gegraven. Op weg naar de lodge bovenop de duinkam waar Willem-Alexander en zijn vrouw overnachtten om de twee stukken land te inspecteren waar hun vakantiewoning komt te staan, zijn de werkzaamheden in volle gang. De plot van de koninklijke familie is op dat moment nog onbebouwd, allereerst komt er een omheining omheen te staan en wordt er elektriciteit naartoe geleid, daarna beginnen de bouwwerkzaamheden pas.

Elektriciteit is een novum op Machangulo. Ook het echtpaar Dolado moet het in Mhala – vier hutten van stro en een stenen huis dat dienst doet als winkeltje – nog doen zonder. Als de avond valt, is de familie aangewezen op het licht van een petroleumlamp, maar ze hopen ooit te kunnen meeprofiteren van de elektriciteitspalen die naar de nieuwe vakantiehuizen leiden. ‘We wachten op elektriciteit. Als er ’s avonds licht is, kunnen onze kinderen studeren en dan komt de vooruitgang vanzelf. Sempre em frente, altijd voorwaarts’, zegt vader Dolado. Hij is optimistisch over de toekomst: ‘Mijn kleinkinderen zullen niet lijden zoals wij.’

In de schaduw van een rieten dak zit zijn 62-jarige vrouw Cristina met een paar buurvrouwen op de grond, hun mannen een stuk hoger ernaast op een plank die rust op twee in het zand gestoken palen. Zo hoort dat in Machangulo: de mannen zitten op de banken, voor de vrouwen liggen er matten op de vloer.

De grond van Machangulo is niet bijzonder vruchtbaar, daarom was visserij altijd een belangrijke lokale inkomstenbron. Tweederde van de inwoners houdt zich ermee bezig. De vrouwen lopen met sleepnetten door het ondiepe kustwater om garnalen te vangen, de mannen gaan met bootjes de zee op. Veel van de verse vis en garnalen die te koop is op de hoofdstedelijke vismarkt, komt van Machangulo. Maar ook de visserij brengt niet genoeg op, dus waren veel echtgenoten en kinderen ver van huis aan het werk in de goudmijnen of op de suikerplantages in Zuid-Afrika. ‘Mijn twee zoons werken in Kaapstad en ook mijn dochters trokken weg. Sinds er hier banen zijn, komen veel mensen terug’, zegt Cristina Dolado, die hoopt dat ook haar kinderen zullen terugkeren naar hun geboorteland.

Eigenlijk kunnen de meeste inwoners alleen maar de voordelen opnoemen van het toeristische megaproject. Ook al wordt er gemord dat sommigen – met name de induna’s, de traditionele leiders – meer profiteren dan anderen, bijna nergens vind je iemand die zegt niet blij te zijn met de komst van het Panorama-project. Veeleer benadert de lokale bevolking de bezoekende journalist die al die vragen stelt met argwaan: de vrees is dat die iets vervelends schrijft over hen of het project wat de investeerders wegjaagt, waardoor hun kansen op een beter leven bekeken zouden zijn.

Roland Brouwer herkent dit. De Nederlandse bosbouwer verbonden aan de Eduardo Mondlane-universiteit in Maputo deed al in de jaren negentig onderzoek op Machangulo. Aanleiding was een megalomaan plan van de Amerikaanse miljonair James Blanchard III. Hij wilde een gebied van 225 duizend hectare ten zuiden van Maputo, waaronder Machangulo en het Inhaca-eiland, omtoveren tot een toeristisch park. Inclusief een tot hotel en casino omgebouwde Mississippi-stoomboot, de introductie van de Big Five (de onder safarigangers meest geliefde wilde dieren: olifant, leeuw, buffel, luipaard en neushoorn) en een groep Bosjesmannen uit de Kalahariwoestijn. Het schiereiland zou een complete toeristenkermis zijn geworden. Blanchard overleed voordat zijn plannen konden worden uitgewerkt, maar het debat over de ontwikkeling en exploitatie van het gebied was losgebarsten.

Hoe weinig duurzaam en waanzinnig de hersenspinsels van de miljonair ook waren, de bevolking zag het allemaal best zitten, herinnert Brouwer zich: ‘Het was heel duidelijk dat de mensen heel graag wilden dat het doorging. Ze zagen op de korte termijn vooral de voordelen in de vorm van meer banen. Maar het probleem bij dit soort projecten is dat de werkgelegenheid bij de bouw een stuk hoger ligt dan in de operationele fase. Zijn de bouwwerkzaamheden afgerond, dan is er veel minder laaggeschoold personeel nodig en daalt het aantal banen voor de lokale bevolking. Dat terwijl die werkgelegenheid wel vaak het argument is waarmee zo’n project verkocht wordt.’

Brouwer onderzocht het landgebruik door de oorspronkelijke bewoners. Met name van de gemeenschappelijk weidegronden werd door westerlingen vaak aangenomen dat ze eigendom waren van niemand in het bijzonder. Op allerlei manieren hebben buitenlandse investeerders in het verleden grond weten te bemachtigen. Verlokt met een mand eten of een fles drank delfde de lokale bevolking daarbij vaak het onderspit en zetten zij zonder de consequenties te beseffen hun handtekening of vingerafdruk onder een eigendomsoverdracht.

Toen de Zuid-Afrikaanse Rob Garmany, nu directeur van Panorama, vijftien jaar geleden voor het eerst op Machangulo kwam omdat hij en een paar vrienden op zoek waren naar een pied-à-terre aan zee, liep de toenmalige induna het strand op met een machete, hakte een wig uit een boom, liep een stuk verder en hakte weer. ‘De grond hiertussen mag je gebruiken’, verklaarde hij simpelweg. Zo makkelijk was dat destijds, vlak na het eind van de burgeroorlog.

De Mozambikaanse landwet is inmiddels streng. Land kopen in Mozambique kan niet, alle grond is eigendom van de staat. Wel kun je het gebruiksrecht verwerven, voor Mozambikanen voor een periode van 99 jaar, voor buitenlanders 49 jaar. Zo kunnen de bezitters van de luxe lodges in de duinen zich straks weliswaar eigenaar van hun vakantiehuis noemen, bezitter van de grond worden ze nooit. Kroonprins of niet.

Liefst Europeanen als nieuwe buren

Wie zijn die vakantievierders die de mensen van Machangulo de komende tijd als hun nieuwe buren tegemoet kunnen zien? 26 van de 87 lappen grond worden bebouwd door Zuid-Afrikanen. Zij zoeken in Mozambique de veiligheid die in hun eigen land van griezelig hoge misdaadcijfers, hekken en bewaking niet meer bestaat. Het overgrote deel van de deelnemers in Panorama komt echter uit Europa. Het is de industriële en financiële Europese elite die rustig vakantie wil houden, ver weg van het plebs.

Zoals de Duitse bankier Jens Kothes die met zijn vrouw op twee plots aan zee een vakantievilla laat bouwen – de master bedroom alleen al meet 320 vierkante meter. Vanuit Zwitserland laat hij weten: ‘Wij zijn Afrika-fan. De natuur op Machangulo is betoverend en de omgeving is prachtig. Dat was voor ons doorslaggevend. Als het dan ook nog deugt voor de lokale economie, is dat mooi meegenomen. Áls je in Afrika wilt investeren, dan het liefst zo.’

De schiereilandbewoners zijn blij met het hoge gehalte Europeanen. Zuid-Afrikaanse investeerders hebben in Mozambique geen goede reputatie. Ze heten arrogant te zijn, zich weinig aan te trekken van lokale tradities of wetgeving en maar al te vaak maken ze hun mooie beloftes over bijdragen aan de lokale ontwikkeling niet waar. Er zijn genoeg voorbeelden van toeristische rampprojecten aan de langgerekte Mozambikaanse kust waarbij de investeerders de regels aan hun laars lapten.

Voor Panoramadirecteur Garmany, zelf Zuid-Afrikaan, was het belangrijk het vertrouwen te winnen van de lokale bevolking. Vandaar dat Panorama eerst aan de slag ging met het verbeteren van het ziekenhuis en het neerzetten van vier schooltjes op het schiereiland. ‘We wilden voorkomen dat er luxe huizen gebouwd zouden worden voordat er scholen en andere gebouwen voor de gemeenschap waren neergezet. De nadruk lag erop dat de bevolking meteen zou profiteren.’

De laatste drie jaar heeft Panorama 150 tot 400 mensen in dienst gehad, rekent hij voor. Dat komt neer op zo’n tienduizend euro aan inkomsten die maandelijks in de lokale gemeenschap terechtkomen. Maar hoe tijdelijk is deze werkgelegenheid en hoe duurzaam? Bij gebrek aan geschoolde bouwvakkers halen de aannemers immers vaklui uit Zimbabwe en Zuid-Afrika, en straks na de bouwfase is er veel minder te doen. ‘Met zo’n project ben je steeds op zoek naar een balans tussen de zakelijke en sociale belangen. Nu er gebouwd moet worden, kunnen we het niet alleen af met de mannen van Machangulo die de handen uit de mouwen weten te steken, vandaar dat er geschoold personeel uit het buitenland wordt gehaald. Maar de aannemer probeert wel locals op te leiden om het bouwwerk te doen’, antwoordt Garmany in een telefoongesprek vanuit Zuid-Afrika. Ook op de lange termijn denkt Panorama werk te blijven verschaffen, vervolgt hij: ‘Het tophotel met tweehonderd bedden dat straks zijn deuren opent heeft ook personeel nodig. Misschien zullen dat aanvankelijk geen lokale mensen zijn, maar met de verbetering van het onderwijs zal dat ook veranderen.’

Maar voor een baan in de toeristenbranche moet je op zijn minst rudimentair Engels spreken. Nu is het aantal mensen op Machangulo dat Portugees spreekt – de taal van de voormalige kolonisator – al dungezaaid, laat staan dat er veel mensen te vinden zijn die in het Engels uit de voeten kunnen. Zeker niet de klandizie van de Quiosque Maneba in Santa Maria. De bar is nog niet zo lang geleden geopend in de hoop op de komst van toeristen, maar vooralsnog zijn de bezoekers vooral de mannelijke inwoners van het vissersdorp op het noordelijke puntje van het schiereiland. Vijf mannen wroeten dansend hun voeten in het zand en nemen af en toe een slok Raíz, het goedkoopste Mozambikaanse biermerk. De kroeg bestaat uit een afdak op palen met een bar in de hoek. De barkrukken zijn diep in het zand geprikt en vervormde Angolese sembamuziek schettert uit een stereo.

Een van de klanten is Jonas Maphanga (33), visser. Hij wist nog geen felbegeerde Panoramabetrekking in de wacht te slepen en moppert daarover. ‘Waarom halen ze mensen uit Zimbabwe die ze veel meer betalen, terwijl hier werkeloze mannen genoeg zijn?’ Even verderop in het dorpje koop je voor tien meticais (dertig eurocent) vier grote uien of zeven tomaatjes bij Dona Isabel. De marktkoopvrouw heeft haar waar uitgestald op een van de twee betonnen plateaus die in het vissersdorp Santa Maria dienst doen als marktplaats. Betaald door Panorama. Isabel maakt zich zorgen over de verkoop: ‘De prijzen zijn hier laag want er zijn te weinig klanten.’ De meeste groenten komen uit de hoofdstad. De koopvrouwen hebben zich verenigd in een collectief. Geregeld maakt een aantal van hen de oversteek per houten zeilboot naar Maputo, om daar groot inkopen te doen van het geld dat alle vrouwen bij elkaar hebben gelegd.

Van een toeristisch-economische impuls merkt Dona Isabel nog niets, zegt ze, terwijl ze trosjes zwart gevlekte bananen herschikt: ‘Blanken kopen niet op onze markt. Die nemen alles zelf mee uit het buitenland. Daar worden we hier niet wijzer van.’ José Forjaz, architect in Maputo met decennia ervaring in de bouw in Mozambique, kan zich de reactie van de marktkoopvrouw wel voorstellen. ‘Bij het merendeel van dit soort toeristische projecten gaat het om buitenlandse investeerders en wordt de winst direct weg gesluisd naar het buitenland. Vaak is het voordeel voor de lokale bevolking minimaal en krijgen ze alleen de kruimels die van tafel vallen. Natuurlijk maken de investeerders af en toe een gebaar naar de bevolking en geven eens wat weg, maar in vergelijking met wat er binnenkomt is het peanuts. Daar wordt Mozambique niet beter van.

’De ervaren architect hoopt dat Panorama een uitzondering zal blijken. Willem-Alexander sprak uitgebreid met hem over zijn voornemen een vakantiehuis te bouwen op het schiereiland. ‘Hij is zich zeer bewust van de sociale implicaties voor de mensen op Machangulo. Ook gaf hij aan dat hij wilde dat de lokale bevolking er zoveel mogelijk van zou profiteren. Met zo iemand als investeerder heeft zo’n project zeker kans van slagen.’

De visser die op weg naar het strand aan zijn nieuwe boot timmert heeft er in ieder geval om die reden wel vertrouwen in. ‘Een prins als buurman, zegt u? Iemand die ooit koning wordt in jullie land? Dat is mooi. Zo iemand weet alle ogen op zich gericht. Die kan zich niet veroorloven zich slecht te gedragen en zal zijn beloften aan ons nakomen.’