De misviering in het Latijn is niet het breekpunt

In het kader bij het artikel over de omstreden pauselijke rehabilitatie van de vier bisschoppen (NRC Handelsblad, 1 februari) wordt de indruk gewekt dat het voornaamste verschilpunt tussen de oude en de nieuwe katholieke liturgie het gebruik van het Latijn is. Daarmee wordt impliciet beweerd dat alle kerken die een misviering in het Latijn kennen, behoren tot de schismatieke Broederschap van de H. Pius X. Dat is niet het geval. De vele Nederlandse kerken waar de mis geheel of gedeeltelijk in het Latijn wordt opgedragen, gebruiken het vernieuwde Romeins Missaal en houden zich dus aan de richtlijnen van het Tweede Vaticaans Concilie. Daarmee raken we aan een ander misverstand, namelijk dat dit concilie het Latijn zou hebben afgeschaft als liturgische taal. Ook dat is niet het geval. Er is alleen bepaald dat de volkstaal is toegestaan.

De mis die de broederschap propageert is de plechtigheid zoals die was vóór Vaticanum II, volgens het oude missaal en met de oude riten, zoals die werden vastgesteld op het Concilie van Trente. Vandaar de naam `Tridentijnse Mis`. Het grootste verschil tussen de oude en de nieuwe mis is niet het gebruik van het Latijn, maar de wijze waarop de priester de mis leest. In oude liturgie gebeurde dat aan het hoogaltaar met de rug naar de mensen, in de nieuwe aan een altaartafel met het gezicht naar de gelovigen toegekeerd.