De maffe merel

Kevers die met lege bierflesjes paren, een chimpansee die een reuzenpad dwingt tot orale seks. Kees Moeliker, conservator bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, beschrijft opmerkelijk diergedrag. Geen vogel heeft hem recentelijk zo verbaasd als Gekke Gijs, een merel die steeds tegen een raam vliegt.

Het eerste bericht dat er iets mis was met een merel in Schiebroek bereikte mij in juni 2004. ‘Hij vliegt de hele dag tegen het raam. Wat kan ik er tegen doen?’ vroeg Kees Meijer. Ik vermoedde dat de vogel zijn spiegelbeeld aanviel en adviseerde de betreffende ruit te blinderen. Dat was lastig, want de merel bestreed zijn rivaal over de hele breedte en hoogte van de glazen achtergevel. Hoe het afliep, kreeg ik niet te horen. Eind november belde Linda Olieman: ‘Wij hebben een merel in de tuin die al een paar maanden niets anders doet dan met een luide knal tegen onze glazen schuifpui vliegen.’ Verbaasd vroeg ik of ze meneer Meijer toevallig kende. Dat bleek buurman Kees te zijn.

Nieuwsgierig naar het opmerkelijke gedrag van de vogel, zat ik op 4 december 2004 bij Linda en Mak Olieman op de thee. Ze wonen gerieflijk in een lommerrijke omgeving in Rotterdam-Schiebroek. Door de glazen schuifpui hadden we uitzicht op een grote achtertuin, met coniferen, rododendrons, een gazon en een betegeld terras. Nog voor ik een slokje thee kon nemen, verscheen de maffe merel ten tonele. Hij nam plaats op het randje van een grote bloempot, zijn vaste uitvalsbasis, ongeveer vier meter uit de gevel. Het was een mooi uitgekleurd volwassen mannetje, strak in het zwarte verenpak met een oranje snavel. Vanaf de bloempot vloog hij schuin omhoog, knalde met een doffe dreun tegen de ruit, landde op het terras en hipte terug naar de bloempot. Hij herhaalde deze uitvallen ongeveer om de tien seconden, waarbij hij zich doorgaans op dezelfde plek midden op de ruit richtte. Nu en dan koos hij een andere plek om tegen aan te vliegen en soms landde hij op een hooggelegen kozijn. Daar bleef de merel dan fladderend balanceren. Na tien minuten en vele tientallen doffe dreunen tegen de pui later, vloog hij naar het gazon om wormen te zoeken. ‘Zo gaat dat de hele dag door’, zei Mak terwijl hij een schaaltje met marsepein op tafel zette. Ik had aardig wat opmerkelijk diergedrag gezien, maar dit sloeg alles.

De glazen pui was plaatselijk dik met modder besmeurd. Linda – niet het type vrouw dat dagelijks fluitend van genoegen de ramen staat te zemen – had de glazenwasser daarom gevraagd wat vaker te komen, en ook Mak nam als het zicht naar buiten al te zeer belemmerd werd, de spons en zeem ter hand. Zelfs het verfwerk van de kozijnen had van de scherpe merelnagels te lijden. Mak liet me met zorgelijke blik de slijtplekken zien en wees me ook op de dikke lagen merelstront die zich op de bloempot had opgehoopt: ‘In de vlierbessentijd zijn de plakkaten het mooist.’

Spiegelbeeld

Mijn vermoeden dat de merel zijn spiegelbeeld aanvalt en denkt een rivaal uit zijn territorium te verdrijven, leek te kloppen. De hele tuin weerspiegelde in de schuifpui. Gezeten op zijn bloempot ziet hij een merel, zij het op behoorlijke afstand. Met het inzetten van de aanval, komt het spiegelbeeld steeds dichterbij en volgt het ‘contact’ op het moment dat de merel het glas raakt.

Linda en Mak Olieman kennen de merel en zijn onophoudelijke schijngevechten met het spiegelende glas door en door. De vogel werd onderdeel van het gezin en kreeg de bijnaam Gekke Gijs. Als hij eens een keer een dag niet tegen het raam vloog, maakten ze zich zorgen. Hij bleek in het najaar, de winter en het vroege voorjaar het actiefst te zijn. Later kregen voortplantingsactiviteiten en de zorg voor zijn kroost voorrang en ’s zomers wanneer het tuinterras meer het domein van de familie Olieman is, moest Gijs noodgedwongen een stapje terugdoen.

Tussen mij en de familie Olieman is in de afgelopen vier jaar een bijzondere band ontstaan. Ik ging regelmatig op bezoek om Gekke Gijs in actie te zien, om uit te vogelen of het seizoen invloed had op het spiegelen van de ruiten en de frequentie van de schijngevechten. Via de e-mail werd ik op de hoogte gehouden van actuele gebeurtenissen. Vooral Linda ontpopte zich als een goed waarnemer:

15 maart 2007: ‘Even een Gijs-update. Nog steeds onverminderd actief. Afgelopen zaterdag heeft de glazenwasser onze ramen weer glanzend schoongepoetst, tot groot genoegen van Gijs. Met verhoogd enthousiasme duikt hij weer tegen het raam. Soms neemt hij zelfs een aanloop vanaf het terras achter in de tuin (waar gedurende de winter onze tafel staat) om vervolgens trots tegen het raam aan te knallen. Gisterenochtend betrapte ik hem in een amoureuze pose boven op z’n vriendin ook achter op de tuintafel. Kortom het gaat onze Gijs goed!’

13 januari 2008: ‘Zoals ik je in september al meldde, heeft Gijs zich een tijd niet laten zien. Wel hebben we nog een paar aarzelende tikken tegen het raam kunnen traceren dankzij zijn moddersporen. Eigenlijk denk ik dat Gijs weg is of nog erger, dood. We hebben hem niet meer gezien. Eigenlijk hoopte ik dat hij gewoon weer op zou komen dagen, maar dat is tot op heden niet gebeurd.’

29 april 2008: ‘Gijs is gisteren weer voorzichtig begonnen met zijn typische aanvallen op z’n spiegelbeeld. Vandaag was hij alweer iets meer de oude. Zie filmpje.’

CBS News

De videofilmpjes die Mak van Gijs maakte, zijn voor mij waardevol studiemateriaal. Zo ontdekte ik op de in slowmotion afgedraaide beelden dat Gijs niet zoals ik dacht frontaal met zijn kop tegen de ruit knalde, maar vlak voor het glas zijn poten naar voren gooit. Dat verklaart ook de moddersporen op de ruiten. De duur van de aanvliegsessies varieerde van enige minuten tot ruim een uur, en soms zelfs langer. De tijdsduur tussen elke botsing liep uiteen van 7 tot 56 seconden, met een gemiddelde van 13,8. Tijdens een doorsnee sessie van tien minuten, vloog de merel dus ruim veertig keer tegen het raam.

Het mooiste filmpje maakte Mak op 11 december 2004. Het duurt slechts 73 seconden, waarin Gijs vijf keer met een luide knal tegen het glas vliegt. Op de achtergrond klinkt stemmig kerkgezang en precies na de klap van de vierde aanvaring vangt een preek aan. Het blijkt dominee Carel ter Linden te zijn tijdens de uitvaartdienst van prins Bernhard in de Nieuwe Kerk te Delft. Toen Mak filmde stond de televisie aan. Het kerkgezang, de zalvende stem en het gebonk van Gijs vormen een onwaarschijnlijke combinatie. Het filmpje heb ik in oktober 2006 als toegift vertoond tijdens een lezing over opmerkelijk diergedrag in het Massachusetts Institute of Technology. Het werd opgepikt door CBS News en de beelden van de maffe merel in actie – helaas zonder commentaar van dominee Ter Linden – gingen de wereld over (zie YouTube, zoek op ‘wacky science winners’).

Het resultaat was een klein aantal reacties van oplettende mensen die vergelijkbaar vogelgedrag hadden waargenomen. De meeste meldingen betroffen roodborstlijsters en rode kardinalen in de Verenigde Staten die ook hun spiegelbeeld in ruiten lijken te bevechten, echter niet zo vaak en volhardend als Gekke Gijs. De evenknie van onze maffe merel bleek in Nieuw Zeeland zijn kunsten te vertonen. Hij verscheen in het voorjaar van 2006 in een tuin nabij Wellington en bleef tot 5 december met grote regelmaat tegen de ruit van een woonhuis vliegen.

Uit Nederland bereikte mij de melding van Andries Brinkhorst, in wiens tuin in Rotterdam-Lombardijen in het voorjaar van 2005 een merel verscheen die ‘de godganse dag’ van dezelfde tak tegen het huiskamerraam vloog. De vogel verdween, maar in de herfst van 2007 keerde er een (andere?) merel terug die hetzelfde gedrag vertoonde.

Merelliteratuur

In de merelliteratuur is niet veel te vinden over het gedrag dat Gekke Gijs en zijn schaarse lotgenoten vertonen. Er is een behoorlijk aantal gevallen bekend van merels die hun spiegelbeeld kortstondig bevechten. Slechts twee artikelen beschrijven enige volhardendheid. In april 1957 werd ergens in Duitsland een mannetjesmerel waargenomen die ‘den ganzen Tag’ tegen een kelderraam aanvloog en dit gedrag zeker tot in mei voortzette. In Nieuw Zeeland koos een vrouwtjesmerel van 20 augustus tot 15 september 1969 de parkeerplaats van het Ecologiegebouw van het Departement van Wetenschappelijk en Industrieel Onderzoek in Lower Hutt als strijdtoneel. Zij bevocht haar spiegelbeeld dagelijks in chromen koplampen, en in mindere mate in bumpers en radiatorgrills van geparkeerde auto’s. De aanvallen, waarbij de merel op de bumper stond en tegen de glimmende rand van de koplamp fladderde, gingen soms wel vijf uur onafgebroken door. Het verenkleed van de vogel kreeg hierdoor na verloop van tijd een rafelige aanblik en op de bumper hoopten zich flink wat uitwerpselen op. Het gedrag stopte plotseling, vermoedelijk omdat de merel ging broeden. In de wetenschappelijke literatuur blijft het hierbij. Gekke Gijs staat – met zijn inmiddels vier jaar durende strijd tegen zijn spiegelbeeld – eenzaam aan de top.

Groot was mijn verbazing toen Linda Olieman mij opgetogen een fragment liet lezen uit Geheim Dagboek (tiende deel 1973-1975) van Hans Warren. Hierin beschrijft de Zeeuwse dichter en vogelliefhebber een mannetjesmerel, Jan Frederik genaamd, die zeven jaar lang zijn spiegelbeeld bevocht in de ruit van zijn woning. Uiteindelijk bracht de merel de dichter tot een wanhoopsdaad: op 22 mei 1975 om 15.15 uur vermoordde hij hem op gruwelijke wijze.

Wat is de oorzaak van het opmerkelijke gedrag van Gekke Gijs, Jan Frederik en hun lotgenoten? In eerste instantie is dat agressie. Merels staan bekend als sterk territoriaal: het mannetje en het wijfje verjagen allebei soortgenoten uit hun territorium. Op de grens van twee territoria vinden regelmatig gevechten tussen mannetjes plaats. Zo’n grensconflict begint meestal met imponeergedrag en kan uitmonden in ruim twintig minuten durende, heftige (lucht)gevechten waarbij de rivalen elkaar trappen en pikken. Dergelijke territoriumgevechten herhalen zich dag na dag op dezelfde plaats. Dat het menens is, blijkt uit een waarneming van een mannetjesmerel die zich tijdens een territoriumgevecht zo inspande en opwond dat zijn lichaamsslagader scheurde, met de dood als gevolg. Het agressieve gedrag kan zelfs na de dood doorgaan: er zijn merels gezien die ernstige verminkingen toebrachten aan het levenloze lichaam van hun tegenstander.

Dat Gekke Gijs zijn spiegelbeeld aanvalt, is dus verklaarbaar. Net als alle andere vogels, heeft hij geen mentale categorie voor het fenomeen glas, zelfs niet voor ‘glad oppervlak’. Wanneer hij zijn reflectie in de ruit ziet, is dat een indringer die hij aanvalt. De aanvaring met het glas telt voor hem als een botsing met een (sterkere) tegenstander die niet wijkt. Vermoedelijk daarom herhaalt hij zijn aanval. Maar waarom zo vaak en zo volhardend? Persoonlijk denk ik dat Gekke Gijs een verslaving ontwikkeld heeft. Hij krijgt een kick van de botsingen, veroorzaakt door een beetje endorfine of een ander stimulerend stofje dat bij elke dreun tegen het glas vrijkomt. Daardoor gaat hij in een roes eindeloos met zijn zinloze aanvallen door. De herhaalde waarneming dat Gijs van achter uit de tuin – van waar er absoluut geen spiegelbeeld te zien is – linea recta naar de schuifpui vliegt en er tegen aan knalt, wijst erop dat hij geen visuele prikkel meer nodig heeft om tot de aanval over te gaan. Hij weet dat zijn onoverwinnelijke soortgenoot vanzelf voor hem opdoemt.

Bronzen indringer

De laatste berichten uit Schiebroek zijn somber. Gekke Gijs is al sinds afgelopen zomer niet meer gezien. Alhoewel ik een dergelijk alarmerend bericht in de afgelopen jaren vaker gehoord heb, zou het nu wel eens echt afgelopen kunnen zijn. Dit voorjaar gaf Mak zijn vrouw Linda namelijk een bronzen merel voor haar verjaardag. Het kunstwerk staat op een paaltje in de tuin. Zo’n levensechte en onverzettelijke indringer in zijn territorium is Gekke Gijs misschien te veel geworden. Merels kunnen een leeftijd van twintig jaar bereiken. Wellicht zit hij nu in een andere tuin. Ik kom graag kijken.

Dit is hoofdstuk 15 uit Kees Moelikers boek De eendenman – over homoseksuele necrofilie en ander opmerkelijk diergedrag dat medio februari verschijnt bij Nieuw Amsterdam (208 pagina’s, €14,95)