De droom van TER STEEGE

Actrice Johanna ter Steege zou de hoofdrol spelen in een oorlogsfilm van Stanley Kubrick. Het leek een droom, maar die vervloog, toen Kubrick afzegde. Het Brits Film Instituut besteedt deze maand aandacht aan dit Kubrick-project. Ter Steege over haar dromen en de Londense installatie. ‘Ik vervul dromen van anderen.’

Stanley Kubrick belde mij op: ‘‘Hallo, met Stanley Kubrick. Mag ik je wat vragen stellen?’’ Hij wilde een film maken over een Pools-Joodse vrouw die met haar neefje de Tweede Wereldoorlog overleeft. Aryan Papers zou het gaan heten. Ik had net een Oost-Europese vrouw gespeeld in Sweet Emma, dear Bobe, dus zo kwam hij bij mij terecht. Hij had Julia Roberts en Uma Thurman ook gevraagd, maar hij vond mij geschikter. Alleen al omdat ik onbekend was. Als Julia Roberts een Pools-Joodse vrouw speelt, denk je toch steeds: Hé, dat is Julia Roberts.’

Johanna ter Steege (Wierden 1961) trok in 1988 de aandacht van de internationale filmwereld met haar rol in de film Spoorloos, waarvoor ze in Berlijn een European Film Award kreeg. Sindsdien speelde zij in vele Europese films, van grote regisseurs als Robert Altman, István Szabó , Hedy Honigman en Bruce Beresford. Ze stond naast acteurs als Glenn Close, Frances McDormand, Isabella Rossellini, Gary Oldman, Tim Roth en Klaus Maria Brandauer. Deze weken is zij in het nieuws door een film die ze niet heeft gemaakt: Aryan Papers van Stanley Kubrick (1928-1999). Ter Steege zou in 1993 de hoofdrol spelen, maar Kubrick zegde in een zeer laat stadium de hele productie af. De Britse gezusters Louise en June Wilson, kunstenaars, tonen vanaf 13 februari in het Britse Film Instituut in Londen een installatie over de opmerkelijke niet-film, samengesteld uit het materiaal dat Kubrick al had verzameld, waaronder een gekostumeerde fotosessie met Ter Steege. De Wilsons maakten ook nieuwe beelden van de actrice.

Champagne

Ter Steege: ‘Kubrick stelde tijdens dat eerste telefoongesprek allerlei zeer gedetailleerde vragen over mijn films. Hij was zeer precies, erg op het detail. In het begin van Spoorloos laat ik mij bijvoorbeeld vallen bij een pompstation, om mijn man te teasen. Dat was een voorafschaduwing van wat er later met me gebeurt. Kubrick wilde weten of dat in het script stond, of dat ik het zelf had bedacht. Hij nodigde mij uit om naar Londen te komen. Daar hebben we nog eens vier uur gepraat. Over acteren, tennis, politiek, hij vroeg me hoe ik naar de Duitsers keek. Daarna heb ik een dag lang in zijn dochters huis voor hem geïmproviseerd. Van twaalf tot elf uur. Hij filmde mij en was de hele tijd met lenzen in de weer. Ik moest vertellen over mijn gereformeerde jeugd op een boerderij in Overijssel. Daarna vroeg hij: ‘Vertel nu exact hetzelfde verhaal.’ Ja, dacht ik, dát is acteren. Om elf uur ’s avonds zei ik: ‘Ik denk dat ik wel genoeg heb gedaan.’ Hij zei: ‘We trekken een fles champagne openen, je hebt de rol.’

‘Ik moest thuis wachten tot de opnames begonnen, ik mocht er met niemand over praten, en ik mocht geen ander werk aannemen. Weken, maanden gingen voorbij. Ik was wanhopig. Zo nu en dan werd ik gebeld dat de film wegens technische problemen was uitgesteld. Na zeven maanden werd ik gebeld: Kubrick had de hele film afgezegd. Ik heb twee dagen in bed gelegen met een laken over mijn hoofd. Later begreep ik dat het door het succes van Schindler’s List kwam, die net was verschenen. Kubricks film zou dat succes nooit kunnen evenaren, zo vlak daarna. Dat was hem al eerder gebeurd met de Vietnamfilm Full Metal Jacket, die in de schaduw kwam van de eerder verschenen Platoon.

Gedeprimeerd door shoahboeken

‘Zijn vrouw zei dat hij door de research erg gedeprimeerd werd. Al die boeken over de shoah; hij kon het niet aan. Ikzelf denk dat hij ook is teruggeschrokken van het onvoorstelbare. Geen mens is in staat om een film te maken over wat er werkelijk is gebeurd.

‘Ik heb hem nooit meer gezien. Na zijn dood zijn we met Pasen één keer bij zijn familie geweest, om eieren te zoeken op het landgoed. Mijn dochter Hanna vond toen een paaseitje vlak bij zijn graf.

‘Nee, Kubrick stond vóór dit fiasco niet op mijn verlanglijst van droomregisseurs. Zo’n lijst heb ik niet. Mijn droom is nooit geweest om filmactrice te worden. Als kind had ik nooit de neiging om een podium op te klimmen. Ik was verlegen, ik deed gewoon mee, en dat doe ik nog steeds. Ik wilde stiekem zangeres worden, zoals Shirley Bassey, Tina Turner, Bette Midler. En eigenlijk zou ik nog steeds een soort Anouk willen zijn. Mijn meer realistische droom was om mensen te helpen. Maar toen ik een keer als student Malou speelde in het toneelstuk Suiker van Hugo Claus, zei regisseur Roel Adam: “Jij heb talent, je moet naar de toneelschool.” Zo ben ik op de toneelschool in Arnhem terechtgekomen. Ik heb nooit zoveel dromen gehad, ik kreeg altijd duwtjes van anderen. Beroemd worden, daar ging het me nooit om. Ik wil goed spelen, en daar geld mee verdienen. Op een bepaalde manier was mijn rol in mijn doorbraakfilm Spoorloos ook makkelijk: ik speel de verdwenen vrouw over wie iedereen steeds praat. Dan word je vanzelf belangrijk. Maar toch, ik moet in het begin wel zoveel indruk maken, dat de kijker me de rest van de film gaat missen.

Bijzondere regisseurs

‘Ik zou nog wel eens opnieuw willen werken met de regisseurs met wie ik iets bijzonders had: regisseurs die veel investeren in hun acteurs. Zoals Philippe Garrel, met wie ik in 1991 J’entends plus la guitare heb gemaakt. Garrel wilde zelfs niet dat ik spéélde, of make-up droeg: ‘Don’t be beautiful. Be ugly.’ Ik wil ook heel graag weer werken met Heddy Honigmann, met wie ik Tot ziens maakte. Met haar ga ik dit jaar hopelijk filmen. Ze wil graag het boek De reis naar het kind van Vonne van der Meer verfilmen. Ik speel dan een kinderloze vrouw die naar Peru gaat om een kind te adopteren. De vrouw wordt echter opgelicht en komt met een oude man thuis.

‘Je kunt als actrice ook maar zeer met mate je loopbaan bepalen. Je kunt ja of nee zeggen. Vroeger zei ik vaak nee, nu zeg ik vaker ja. Sommige actrices schrijven brieven aan regisseurs, of ze bellen bij hen aan, maar zo werkt het niet. Je moet op precies het goede moment precies zijn wat zo’n regisseur zoekt. Ik ben hun muze. Ik vervul niet mijn eigen dromen, ik speel in de dromen van anderen.