Cito-toets moet een hulpmiddel blijven

De (jaarlijkse) discussie over de Cito-eindtoets bevat opnieuw een aantal voor een leerkracht basisonderwijs zeer onbevredigende elementen. Ten eerste de stelling dat de leerlingen en de leerkracht na de toets niet meer gemotiveerd zouden zijn en slechts wat lanterfantend op school zouden rondhangen. Echter, kinderen zijn wel degelijk gemotiveerd en willen graag zo goed mogelijk voorbereid naar het voortgezet onderwijs.

Ten tweede wordt de deskundigheid van de leerkracht bij het bepalen van het geschikte vervolgonderwijs met nogal wat scepsis bekeken. Het is juist de taak van een leerkracht om verder te kijken dan de puur cognitieve competenties van een kind. Is het kind nieuwsgierig bijvoorbeeld, is het leergierig, heeft een kind de wil en het doorzettingsvermogen om hard te werken? Allemaal factoren die ook van invloed zijn op het bepalen van de juiste schoolkeuze.

Ten derde, de uitslag van de Cito-toets geeft extra - inderdaad, objectievere - informatie waarop je in het gesprek met de ouders over de keuze voor het vervolgonderwijs kan terugvallen. Het zijn de ouders met hun kind die uiteindelijk kiezen. Leerkrachten bepalen de bandbreedte.

Het verplaatsen van de Cito-toets is onverstandig. Laat de Cito-toets de functie behouden van hulpmiddel bij het bepalen van het meest geschikte vervolgonderwijs na de basisschool.