Bontjassenclub

Als we 1981 buiten beschouwing laten, is het alweer 45 jaar geleden dat een andere club dan Ajax, Feyenoord of PSV landskampioen werd. In 1964 mocht DWS uit Amsterdam zich de beste voetbalclub van Nederland noemen. Dat getuigt van een tergende eenzijdigheid in ons profvoetbal. Altijd weer die top drie, je wordt er moe van. Voor de steden Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven geldt dat nog sterker. We moeten teruggaan tot 1958 om een landskampioen te vinden uit een andere stad: DOS uit Utrecht. („Landskampioen uit Utrecht”, spreek dat uit en hoor hoe exotisch het klinkt.) Alleen al daarom is het goed als AZ erin slaagt haar koppositie vast te houden tot in mei. Eindelijk eens geen tocht per platte kar door Eindhoven, geen gebral op het Leidseplein, geen volgestroomde Coolsingel.

De vooruitzichten zijn uitstekend. Ze doen denken aan het jaar van de Grote Uitzondering, 1981. Net als nu had AZ in de winter een ruime voorsprong en had de top drie problemen. Een seizoen eerder was AZ, club in opmars, bezweken onder de druk van het mogelijke kampioenschap, waarna was besloten de tactiek in ‘realistische’ zin bij te stellen. Tot verbijstering van ’s lands opinieleiders speelde AZ’67 – zoals AZ toen heette – met een als verwerpelijk beschouwde 4-4-2 opstelling. Heeft AZ nu succes met een door sommigen als minderwaardig bevonden countertactiek, toen gold de speelwijze met twee spitsen haast als een doodzonde.

De boosdoener was Georg Kessler. Meer nog dan de huidige coach Louis van Gaal was trainer Kessler een controversiële figuur; een halve Duitser die er ondanks zijn vakkennis en liefde voor het Nederlandse voetbal nooit helemaal bij hoorde. En meer dan de tegenwoordige geldschieter Dirk Scheringa werden de broers Cees en Klaas Molenaar gezien als ordinaire zakenlieden. Buiten Alkmaar liep haast niemand warm voor deze ‘bontjassenclub’. In Alkmaar zelf ook niet erg, trouwens.

Een enkele liefhebber smulde van het compacte, soepele combinatievoetbal. Piet Keizer, held van het Gouden Ajax, zei: „AZ speelt de bal sneller dan wij ooit hebben gedaan.” Veel meer adhesiebetuigingen werden niet gesignaleerd.

De namen zijn veranderd. Voetballers met een fluwelen touché, zoals Jan Peters, Kristen Nygaard en Pier Tol heten nu Maarten Martens, Mounir El Hamdaoui, Moussa Dembélé. Het stadion is groter en zit vaker vol dan toen. Maar verder vallen vooral de overeenkomsten op. Met het calculerende en technisch vaardige spel zal AZ, als de komende tijd niets verandert, meer respect oogsten dan sympathie. Net als in ’81. Daarnaast zullen we opnieuw zeggen: Alkmaar kampioen, het werd tijd.