Bewegend prentenboek

Het BBC-paradepaardje In de Droomtuin is nu te zien op de commerciële kinderzender Jetix. Andrew Davenport, schrijver van de Teletubbies, maakte de serie.

Humpty Dumpty en Itsy Bitsy Spider. Engelse rijmpjes die van generatie op generatie overgaan inspireerden Andrew Davenport (42), maker van kindertelevisie, tot de peuterreeks In de Droom Tuin. Dit paradepaardje van de BBC is sinds kort dagelijks te zien op de commerciële kinderzender Jetix (onderdeel van het Disney-concern).

„Peuters vinden het leuk om voor het slapen gaan grappige verhaaltjes op rijm te horen over onmogelijke dingen. Ze kunnen in deze levensfase voor het eerst fantaseren”, zegt Davenport via de telefoon vanuit het Londense kantoor van zijn productiemaatschappij Ragdoll. „Zo’n ritueel tijdens het naar bed brengen is een bijzonder moment voor ouders. Het herinnert aan de eigen kindertijd. Een kind zelf ervaart het als veilig en vredig. Zo’n sfeer wil ik ook overbrengen in de serie.”

Igglepiggle, Upsy Daisy, Makka Pakka en de andere tot leven gekomen speelgoedfiguren uit de mooi vormgegeven serie zouden zo kunnen figureren in een kinderrijmpje. Net zoals de Teletubbies wonen ze in een surrealistisch droomlandschap. Verschil met de beroemde voorganger is dat In de Droom Tuin veel meer personages telt: ieder met een eigen melodie en een grappig gedichtje vol absurditeiten. De reeks is net een bewegend prentenboek. „De herhaling van de muziekfragmenten en het ritme van de rijmpjes zijn middelen om een verhaal beter te kunnen volgen. Ze ondersteunen de herinnering van een kind”, zegt Davenport, die honderd afleveringen bedacht en de muziek daarvan componeerde.

Eerder schreef en produceerde hij alle 365 afleveringen van de Teletubbies, één verhaal voor elke dag van het jaar over de levensgrote dikke knuffels Tinky Winky, Dipsy, Laa-Laa en Po. Deze peuterreeks is inmiddels verkocht aan 120 landen en wordt eindeloos herhaald, omdat generaties peuters elkaar snel afwisselen. Davenport, die logopedie studeerde, werd in sommige landen ervan beschuldigd kinderen brabbeltaal te leren. De Teletubbies verstaan taal, maar kunnen de woorden niet zo goed uitspreken. „Ook de personages in In de Droom Tuin zijn speelgoedfiguren met menselijke trekjes. Als je zulke karakters op een te hoog niveau laat spreken, dan lijken ze ouder. Dat ervaart een kind als minder leuk. Dat betekent niet dat er geen volwassen taal is in het programma: de commentaarstem vertelt op een ingewikkelder niveau.”

Ook leverde Teletubbies in enkele landen munitie op voor felle discussies over de seksuele geaardheid van de poppen. Twee jaar geleden liet de Poolse regering een onderzoek instellen of de handtasdragende Tinky Winky homoseksualiteit zou propageren. Eerder voer de Amerikaanse televisiedominee Jerry Falwell uit tegen de paarse Teletubbie omdat hij homo zou zijn. „Ik vond het humoristisch, maar ook heel teleurstellend dat een volwassen man naar een serie voor tweejarigen keek en daarin verwijzingen zag naar seksualiteit. Tinky Winky is een gekke figuur met een tas. Die tas is een gimmick en verwijst naar de handtas van een moeder waar alle kinderen door gefascineerd zijn. Daarin zitten magische spulletjes als een lippenstift of een spiegeltje. Overigens zou het niet erg zijn als Tinky Winky homo zou zijn, maar dat is hij niet.”

Het is een reden voor talloze parodieën op YouTube van de reeks die ooit een cultstatus had onder studenten. „Mensen maken ook gekke filmpjes waarin de figuren uit mijn series elkaar de hersens uit het hoofd schieten”, zegt Davenport. „Dat belachelijk maken is een makkelijke manier om onschuld aan te vallen. Op een soortgelijke manier hebben veel volwassenen zich als puber afgezet tegen hun eigen kindertijd.”

Teletubbies, dat werd ontwikkeld in de jaren negentig, was een nieuwe vorm in het televisiegenre voor de allerkleinsten: zonder de letters van het alfabet of het tellen tot tien maar met weinig gesproken tekst en veel herhaling. „Teletubbies is als een conversatie met een kind van drie jaar. Daarom stoot het soms volwassenen af, zeker als ze niet samen met een kind kijken. In In de Droom Tuin stel ik het moment dat ouders en kinderen delen centraal: een verhaaltje vertellen of een gek spelletje doen. Dat scheelt mij weer uitleg achteraf.”

Zonder het succes van Teletubbies had hij nooit het vertrouwen gekregen om In de Droom Tuin te maken, vermoedt hij. Het is kostbare peutertelevisie: de honderd afleveringen kostten ruim 15,6 miljoen euro. In de Droom Tuin won in 2007 en 2008 de belangrijkste Britse tv-prijs, de Bafta, voor kinderproducties. „Het is een extreem dure serie, omdat we speelfilmtechnieken gebruiken voor een peuterprogramma. Dat gebeurt zelden. We pionieren met onze programma’s en dat maakt het lastig inschatten wat ze zullen gaan kosten. Het wordt overigens steeds moeilijker om dit soort programma’s te maken. Er zijn zoveel zenders die veel content nodig hebben, maar niet het geld om goede tv-programma’s te laten maken. Ik denk altijd: het programma dat ik nu maak kan het laatste zijn.”

‘In de Droom Tuin’ is op werkdagen te zien op Jetix, om 9:00 en 10:50 uur. ‘Teletubbies’ wordt op werkdagen uitgezonden op Nederland 3, om 9:30 en 14:00 uur.